nieuws

Plattelandsgemeenten willen meer speelruimte

bouwbreed Premium

nijmegen – Provincies hebben te weinig vertrouwen in plattelandsgemeenten bij de herinrichting van landelijk gebied (gebiedsontwikkeling). Om vaak onduidelijke, subjectieve redenen worden twee van de drie gemeentelijke initiatieven afgeschoten door de toezichthoudende provincie.Dat blijkt uit een enquête van Akertech, adviesbureau voor ruimtelijke ordening. Het werd gehouden onder 200 gemeenten in de zandprovincies Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg.Volgens Han Looijen, commercieel manager van Akertech, houden provincies zich te veel bezig met details. “Ze zeggen wel eens dat de gemeente te veel op stoeptegelniveau denkt, maar de provincie doet precies het zelfde. De provincie moet het grotere geheel in de gaten houden en zich niet bezighouden met plannen over 2 hectaren.”

Looijen concludeert dat �ijdele� provincies te weinig vertrouwen hebben in gemeenten. “Dat sijpelt door de reacties heen. De Nota ruimte is opgesteld om meer mandaat en vrijheid bij gemeenten neer te leggen. Een hele zwik taken werd over de schutting van gemeenten gegooid, maar door de angstige houding van provincies wordt die bewegingsvrijheid weer ingeperkt.”

Ook de optimistische houding van het rijk als het gaat om het tempo waarin het platteland kan worden gerevitaliseerd, wordt door het merendeel van de gemeenten bekritiseerd. �Tel daar maar gerust 10 jaar bij op� menen zij.

Looijen die de frustratie van gemeenten verwoordt, begrijpt niet dat de provincies die schreeuwen om initiatieven, omdat anders de subsidiepot blijft staan, die initiatieven vervolgens weer de nek omdraaien.

Door onduidelijkheid halen ook de door het rijk gewenste particuliere plannen het vaker niet dan wel. “Particulieren weten niet welke weg ze moeten bewandelen. Bij hen ontstaat het idee; �we komen er toch niet doorheen en haken dan af�.”

Verantwoordelijkheden

Een half jaar voordat de Wet inrichting landelijk gebied (WILG) ingaat, vindt Looijen dat het rijk moet nadenken over de precieze verdeling van de verantwoordelijkheden.

Looijwn: “Zolang de regie onduidelijk is, kan die wet niet goed uitgevoerd worden. Er ontstaat in ieder geval willekeur. Opdrachtgevers moeten de opdracht duidelijker formuleren.”

Met de opdrachtgevers bedoelt Looijen zowel het rijk als de provincie. “Bij een toneelspel is het ook van belang dat de rollen vooraf bekend zijn, anders wordt het nooit een kaskraker” aldus de commercieel manager.

Met de WILG wordt er één budget beschikbaar gesteld voor landelijk gebied en bodemsaneringen. Op zich vindt Looijen dat een prima ontwikkeling, “omdat daarmee versnippering wordt voorkomen”. De conclusies van de enquête worden na de zomer gepresenteerd. Het IPO wil dan pas reageren.

�Provincie denkt te

veel op stoeptegelniveau�

Reageer op dit artikel