nieuws

Aanbestedingswet heeft veel ruimere strekking dan alleen implementeren van Europese regelgeving

bouwbreed Premium

Nog net voor de val van het kabinet-Balkenende II is vanuit regeringswege een antwoord gekomen op de vragen en opmerkingen van de vaste kamercommissie voor Economische Zaken van de Tweede Kamer over de in behandeling zijnde Aanbestedingswet. De – inmiddels demissionaire – minister van Economische Zaken Brinkhorst heeft op 21 juni gereageerd op de vragen en opmerkingen van de vaste kamercommissie. Met u wordt hierna stilgestaan bij de antwoorden van de minister op de naar voren gebrachte vragen en opmerkingen van de vaste diverse Tweede-Kamerfracties nog hadden geuit.

De vaste kamercommissie deelt de mening van de Raad van State dat het wetsvoorstel nog onvoldoende oplossing biedt voor de bottlenecks, zoals die onder meer tijdens de parlementaire enquête naar onregelmatigheden in de bouwsector zijn geconstateerd. De Aanbestedingswet, waarmee slechts kaders worden gegeven, verwijst naar nog op te stellen nadere regelgeving in de zin van zogenaamde algemene maatregelen van bestuur (AMvB�s). De VVD-fractie vraagt zich af hoeveel AMvB�s de regering van plan is op basis van deze wet uit te vaardigen. Krijgt de Kamer gelegenheid de AMvB�s te toetsen en hoe verhouden deze AMvB�s zich tot het uitgangspunt van het wetsvoorstel om versnippering en verkokering tegen te gaan en duidelijkheid en transparantie bij overheidsaanbestedingen te vergroten?

De fracties van ChristenUnie en SP vragen zich af op welke termijn die nadere regels bij wijze van AMvB�s het licht zullen zien, waarbij de CU nog als vraag heeft of de regering denkt te kunnen voldoen aan het tussentijdse advies van de Regieraad Bouw van september 2005, dat het bij het streven naar transparantie van belang is te komen tot één uniform standaardreglement en of de uitwerking ook aan de praktijk wordt getoetst. De minister streeft ernaar dat dit wetsvoorstel nog deze kabinetsperiode wordt aangenomen door beide Kamers, en wil de concept-AMvB�s in het eerste kwartaal van 2007 voorleggen aan de Tweede Kamer; de Aanbestedingswet zou dan na de zomer 2007 in werking kunnen treden.

Bedrijfsleven

Bij het opstellen van de nadere regels zal ook het belang van het bedrijfsleven in het oog worden gehouden, en worden de voorstellen getoetst aan de praktijk en voorgelegd aan experts uit het bedrijfsleven. Bij het opstellen van de regels zal steeds gezocht moeten worden naar de balans tussen de belangen, wensen en (administratieve) lasten van de bij een aanbesteding betrokken partijen. Voorstellen voor nadere regelgeving zullen dan ook worden besproken met vertegenwoordigers van aanbestedende diensten en van ondernemers, aldus de minister. Hij geeft voorts nog aan dat hij in lijn met de gedachte van het tussentijdse advies van de Regieraad Bouw zal bevorderen dat zich in de bouwpraktijk een uniforme standaard kan ontwikkelen voor zowel de informatievoorziening (een elektronisch stappenplan), regels ter waarborging van een goed verloop en van de uniformiteit van aanbestedingsprocedures in onder meerde bouw, alsmede voor opdrachten beneden de Europese drempelbedragen, die gehanteerd worden voor aanbestedingen van overheidsopdrachten.

Dit laatste is een reactie op de opmerking van de CDA-fractie dat het wetsvoorstel niet in gaat op aanbestedingen waarop de aanbestedingsrichtlijn niet van toepassing is (onder de drempel). Betekent dit dat maar liefst 90 procent van de overheidsopdrachten buiten de aanbestedingsrichtlijnen vallen? De CU-fractie voegt daar nog aan toe dat de EU-regels duidelijke regels zijn, wat niet zozeer geldt voor aanbestedingen die niet vallen onder de EU-regels. Wat denkt de regering te doen om deze duidelijkheid te creëren? Hoe denkt de regering in dit verband over een eenduidig stelsel met als uitgangspunt de Europese regelgeving? Gaat dit de gesignaleerde verkokering en versnippering tegen?

Volgens de PvdA-fractie zou de relatie met de EU-regelgeving van het wetsvoorstel ontbreken cq afwijken op onderdelen. Waarom is er afgeweken van de EU-regels bij de Nederlandse implementatie? Op welke terreinen worden er specifieke nationale accenten gelegd? De PvdA-fractie vraagt zich af wat in dit kader de redenen zijn geweest wel of niet te kiezen voor afwijkingen. De CU-fractie wil meer duidelijkheid krijgen over de verhouding tussen onderhavig wetsvoorstel met de nog uit te komen aanbestedingsrichtlijn.

De minister stelt dat er niet zozeer sprake is van afwijking van/met EU-regelgeving, maar dat het wetsvoorstel juist de basis biedt voor implementatie van de Europese richtlijnen. Het heeft wel een ruimere strekking dan alleen het bieden van een basis voor die implementatie. Naast het belang van het verzekeren van de interstatelijke mededinging – de primaire invalshoek van de richtlijnen – worden ook regels gegeven ten behoeve van onder meer het beperken van de administratieve lasten en het bevorderen van innovatie. De in de wet genoemde beginselen, die als grondslag voor deze regelgeving dienen, hebben dan ook een ruimere strekking dan enkel de technische implementatie van de Europese (aanbestedings-) richtlijnen, aldus de minister.

De nationale accenten zijn naar de mening van de minister noodzakelijk voor een goede en volledige uitvoering van het Verdrag, waarbij een eerste nationaal accent in het wetsvoorstel is gelegd bij de integriteit van ondernemingen, dit vanwege de in de Tweede Kamer geuite wens om als overheidsopdrachtgever geen zaken te doen met niet-integere bedrijven. De richtlijnen verplichten alleen tot uitsluiting van inschrijvende partijen, die zich schuldig hebben gemaakt aan de zwaarste categorie delicten. Ook wordt er een accent gelegd bij de proportionaliteit van eisen die aan ondernemingen worden gesteld.

Volgens de aanbestedingsbeginselen en richtlijnen moeten overheidsopdrachtgevers proportioneel zijn in de eisen, voorwaarden en criteria, die zij stellen aan opdrachtnemers. Vanwege het feit dat in de praktijk vaak onvoldoende duidelijk is hoe dit proportionaliteitbeginsel moet worden toegepast, heeft het wetsvoorstel in artikel 20 een grondslag gegeven om deze duidelijkheid te verschaffen. Opname van artikel 21 in het wetsvoorstel is een derde accent en beoogd – zowel voor opdrachten boven als beneden de aanbestedingsdrempels – de gelijke behandeling van inschrijvers, concurrentie tussen ondernemingen, innovatie en transparantie te bevorderen.

In het wetsvoorstel wordt gesproken over versterking van toezicht door middel van accountantscontroles. Met de Raad van State heeft de CDA-fractie daar haar kanttekeningen bij, immers de overheid heeft niet altijd een rechtstreekse gezagsrelatie. Aanbestedingsprocedures zijn onderworpen aan arbitrage. De Raad van State acht het arbitrale beding op gespannen voet staan met de rechtsbeschermingrichtlijn (89/665/EEG) houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken.

De leden van de CDA-fractie vragen zich af of de genoemde richtlijn inderdaad inhoudt dat er inderdaad sprake moet zijn van een standstill periode, een periode voor gunning waarbinnen de inschrijvers van wie de offerte niet is gekozen beroep aan kunnen tekenen. De minister geeft aan dat ingevolge de uitspraken van het Europese Hof van Justitie in onder meer de Alcatelzaak is uitgemaakt dat het noodzakelijk is voor de volledige implementatie van de rechtsbeschermingrichtlijnen om de aanbestedende diensten te verplichten om een standstillperiode in acht te nemen. Dit houdt in dat er gedurende een termijn van 15 dagen nadat de gunningbeslissing is bekend gemaakt aan ondernemers geen overeenkomst tot stand mag worden gebracht. De ondernemers hebben zodoende een betere mogelijkheid het aanbestedingsgedrag van overheden voor te bestuderen en zo nodig voor te leggen aan civiele rechter.

Als gevolg van deze jurisprudentie heeft de Europese Commissie een ingebrekestellingprocedure opgestart tegen alle lidstaten, waaronder Nederland, die geen standstillperiode in hun regelgeving hadden opgenomen. Die standstillperiode is eerder door het kabinet opgenomen in het Besluit aanbestedingsregels voor overheidsopdrachtgevers (Bao). De Europese Commissie heeft nadien de ingebrekestellingsprocedure tegen Nederland geëindigd. Opname van artikel 22 in het wetsvoorstel zou bewust zijn opgenomen om de spanning van het arbitrale beding met de rechtsbeschermingrichtlijn weg te nemen. Over die spanning had de CDA-fractie na kritische kanttekeningen van de Raad van State een opmerking gemaakt.

Mr. W.H.E. Parlevliet

Het verslag van de beraadslagingen van de vaste kamercommissie en de nota naar aanleiding van het verlag zijn te vinden op http://parlando.sdu.nl.

Reageer op dit artikel