nieuws

Generaties

bouwbreed Premium

Het mag niet maar iedereen doet het als hij niet oppast: discrimineren. Het zit in de aard van de mens ingebakken. Lieden die – door afkomst of aard – afwijken van de groep worden afgewezen. Een functioneel maar onplezierig trekje van groepsdieren; chimpansees, wolven en ratten hebben het met ons gemeen. Niet toevallig is het […]

Het mag niet maar iedereen doet het als hij niet oppast: discrimineren. Het zit in de aard van de mens ingebakken. Lieden die – door afkomst of aard – afwijken van de groep worden afgewezen. Een functioneel maar onplezierig trekje van groepsdieren; chimpansees, wolven en ratten hebben het met ons gemeen.

Niet toevallig is het speuren naar verbale (jeugd)zonden van prominenten een effectief recept voor karaktermoord. Toch is de mensensoort een geval apart, want deze kan boven zijn primitieve gevoelens uitstijgen. Meestal blijkt het een kwestie van wennen: iemand ontdekt dat �anders� niet gelijk is aan verkeerd en gaan het object van aanvankelijke hoon waarderen.

Het omgekeerde gebeurt ook: lang geachte groepsleden, worden eruitgewerkt. Oudjes struinen eenzaam rond, wachtend op eeuwige genade.

“Oude lullen moeten weg, oude lullen staan alleen maar in de weg”, (Mozes kriebel, wie zong dat ook alweer?) heet dat in mensentaal. Of eufemistischer: “Het is tijd voor een generatiewisseling.”

Vorige week klonk een dergelijke roep in Rotterdam op een congres over ruimtelijke ordening. Dat begrip is op zichzelf al een anachronisme nu decentralisatie en marktwerking het parool zijn; voor centrale plannenmakers is geen plaats meer. “De dertigers moeten de macht overnemen”, riep een ambitieuze jonge ambtenaar uit de zaal. Deze verlangde, begrijpelijk, naar promotie maar zag de oude baasjes met hun in zijn ogen achterhaalde opvattingen niet wijken.

De minister, zelf niet meer zo jong, gaf hem gelijk. Tot de wisseling voltooid is, zit er niets anders op dan de oudjes met veel inspanning op betere gedachten brengen, overwoog ze.

De parallel met de jaren zestig dringt zich op, toen leden van de naoorlogse generatie snel vooraanstaande functies opeisten. Ze kregen hun zin want er waren banen zat en de gevestigde macht hield ook van verandering.

De dertigers van nu zitten in een vergelijkbare positie. Ten tijde van de hoogconjunctuur kwamen ze in tweede helft van de jaren negentig makkelijk de beroepspraktijk binnengewandeld; niet gehinderd door – al dan niet valse – bescheidenheid.

De afgedankte oudjes hoeven op hun clementie niet te rekenen. Voor hun verstoting schaffen deze oudermoordenaars eerst alle sociale regelingen af.

De zoete wraak volgt bij de verdeling van de erfenis: een

uitgewoond huis en voedselbonnen.

Reageer op dit artikel