nieuws

Fosag wil besparen op scholing leerlingen

bouwbreed Premium

den haag – Fosag, de brancheorganisatie van de schilderstak, wil jaarlijks tonnen besparen door de beroepsopleidende leerweg (bol) en de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) in elkaar te schuiven. Adviesbureau Giotto en Fosag hebben plannen voor de operatie uitgewerkt.

Wanneer de plannen gestalte krijgen en hoe ze er precies gaan uitzien, wordt deze maand besproken tussen Fosag en de negentien leerbedrijven voor schilders, de zogenoemde Samenwerkingsverbanden Praktijkopleiding Schilders (SPOS).

In de huidige situatie gaan leerlingen uit de beroepsopleidende leerweg, vier dagen per week naar school en hebben wekelijks een praktijkdag. Bij de beroepsbegeleidende leerweg is de leerling in dienst van een leerbedrijf. Deze groep aankomende schilders volgt een dag per week theorie-onderwijs en wordt gedurende de rest van de week in de praktijk opgeleid.

Deze leermethode heeft de voorkeur van veel leerlingen. Enerzijds omdat ze een salaris ontvangen en anderzijds omdat leren in de beroepspraktijk voor veel aankomende schilders aantrekkelijker is dan een langdurig verblijf in de schoolbanken.

Voor de bedrijfstak heeft de praktijkopleiding als nadeel dat deze veel duurder is dan de schoolse methode. Een branche die zijn leerlingen in de praktijk schoolt, betaalt dat zelf. Daarnaast krijgen de beginnende schilders die in dienst zijn van een SPOS een salaris. Wordt een leerling daarentegen in de schoolbanken opgeleid, dan draait de overheid voor de kosten op en er staat geen leerling-salaris tegenover. In het plan van Fosag wordt de beroepsopleidende leerweg drastisch aangepast. De bol-leerlingen nieuwe stijl lopen drie dagen per week stage bij een schildersbedrijf, leren een dag per week in de praktijkleerplaats van een leerbedrijf en volgen tenslotte wekelijks een dag theorie-onderwijs bij een Regionaal Opleidingscentrum (ROC).

Het exacte bedrag dat de branche hoopt te besparen, kon een woordvoerder van Fosag niet zeggen. “Dat is mede afhankelijk van de contracten die we gaan sluiten met de onderwijsinstellingen die de opleidingen verzorgen.” Het gaat volgens hem ook niet uitsluitend om de kosten van leerlingen te drukken. “De nieuwe opzet is ook in het voordeel van de aankomende vakmensen. Als iemand een salaris ontvangt, verwacht de opdrachtgever een flinke productie. Leerlingen komen daardoor onder druk te staan. In de toekomst krijgen ze geen salaris, maar een veel lagere stagevergoeding. Daar staat tegenover dat ze zich kunnen concentreren op het leren van een vak.”

Hij meent dat het voor de aanwas van leerlingen niet uitmaakt of ze een salaris of stagebedrag krijgen. “Wij vinden de lonen die aan leerlingen worden betaald sowieso te hoog. Bovendien lukt het bedrijfstakken die minder betalen ook jonge mensen aan te trekken.”

Reageer op dit artikel