nieuws

Nederlandse stedenbouwkundige bouwt in Rusland

bouwbreed Premium

moskou – Ontwerp een stad in een gebied van ongeveer 4000 hectare voor 350.000 Russische middenstanders. Met die opdracht is het Rotterdamse architecten- en stedenbouwkundige bureau Maxwan de komende anderhalf jaar druk in de weer. Grote cultuurverschillen en communicatieproblemen maken de klus tot een ingewikkeld vraagstuk waarin een ding zo helder is als wodka: de opdrachtgever bepaalt.

Op basis van professionaliteit troefde het team van Maxwan de bureaus John Thompson & Partners uit Engeland en Albert Speer & partner uit Duitsland af. Het team van Maxwan bestaat uit Maxwan zelf, ingenieursbureau URS en landschapsarchitecten H+N+S van MSP. En daarmee kreeg het Nederlandse bureau de opdracht een nieuwe stad ten zuidwesten van Moskou te ontwikkelen. Het ontwerp waarmee prijsvraag werd gewonnen voorzag in 160.000 woningen, waarvan 50 procent vrijstaand. Daarmee sloeg Maxwan de plank volledig mis.

“De opdracht was; geef ons een plan voor dit gebied, waarmee we een droomstad kunnen bouwen en het meeste rendement halen uit onze investering. Krijgen we geen programma mee, vroegen we nog, maar dat mochten we zelf uitzoeken. Alle teams hadden de opdracht fout ingeschat, wij dus ook. We hadden te veel vrijstaande woningen ingetekend. Mensen met geld gaan niet naar dit kwadrant, zeiden ze. Maar omdat wij als team het meest professioneel overkwamen, kregen wij de opdracht”, redeneert Rients Dijkstra, die samen met zijn Japanse compagnon Hiroki Matsuura de commercieel-creatieve koers uitstippelt van Maxwan.

Het Rotterdamse bureau heeft ervaring in Londen, Napels en Singapore, maar Rusland is een geheel nieuwe uitdaging. Grote culturele verschillen drukken een stempel op het project. “In Nederland is openbare ruimte een begrip, terwijl dat fenomeen in Rusland niet bestaat. Ik heb rondgelopen in nieuwe suburbs van Moskou, maar het openbare gebied ziet er daar niet uit. Er is ontzettend veel aandacht voor de woning zelf, maar het lapje grond eromheen bewijst alleen maar dat het om een vrijstaande woning gaat.”

Als ander cultuurverschil noemt Dijkstra de achterdocht die in Rusland heerst. “Niemand durft een beslissing te nemen. Dat merk je ook in de communicatie die niet altijd even vlotjes verloopt. Nederlanders daarentegen komen snel to-the-point, Engelsen zijn indirect. Dan heb je een meeting met minimaal tien mensen, die dan nauwelijks op elkaar reageren. Duitsland heeft en hopeloos stedenbouwkundig klimaat en in Rusland rust de macht volledig bij de opdrachtgever. Als de opdrachtgever zegt: dit wil ik niet dan zegt hij: nee! Hij bepaalt wat er gebeurt.”

Door de verschillende ervaringen in het buitenland meent Dijkstra dat zijn bureau steeds beter kan inspelen op de wensen van de opdrachtgever. De architect bemachtigde met zijn afstudeeropdracht zijn eerste baan bij Rem Koolhaas. “Ik had een kliniek ontworpen voor patiënten met het Korsakovsyndroom, mensen zonder korte termijn geheugen. De kliniek stond op de Maasvlakte, een bizarre combinatie. Net zoals Koolhaas heb ik een voorliefde voor tegenspraak.” Na vier jaar begon hij een eigen bureau dat al snel een grote opdracht kreeg: het stedenbouwkundig masterplan voor Leidsche Rijn dat nog steeds nauwkeurig wordt gevolgd.

Dijkstra kijkt er nu op afstand naar. “Ik ben erg gehecht aan het plan en ik heb goede herinneringen aan de sfeer van de zaal waar het plan gemaakt is. Die was zo persoonlijk. Maar het doet me goed dat het oordeel over Leidsche Rijn nu overwegend positief is. Nee, Leidsche Rijn zal niet de architectuurgeschiedenis ingaan. Maar de grote gebaren die nu bijvoorbeeld in Londen worden gebouwd, halen we in Nederland gewoonweg niet. Daarvoor is meer machtsconcentratie nodig.”

Op de vraag hoe de grote nieuwe Russische stad eruit komt te zien, antwoordt Maxwan dat hij over ruim een maand drie concepten voorlegt aan de opdrachtgever. “Er heeft nu een marktanalyse plaats die mikt op het middensegment. De 160.000 woningen die wij aanvankelijk hadden ingetekend, zullen er meer dan 300.000 worden.”

Dijkstra noemt het eindresultaat van een te ontwikkelen gebied in Rusland “vaak een slap aftreksel van wat het had kunnen zijn”. Hoewel de stedenbouwkundige in een verleidelijke positie wordt gezet, heeft hij het eindresultaat niet in de hand. Bovendien zijn omvangrijke projecten moeilijk te organiseren. “Publieke bestuurders, hebben vaak maar één of twee keer met een omvangrijk project te maken. Toch kun je moeilijk tegen hen zeggen: Sorry, u ziet het niet goed.”

Volgens Dijkstra valt een stedenbouwkundig plan zoals bijna alle bouwplannen in eerste instantie vaak te duur uit. En als er dan moet worden geschrapt, gaat het mis. “Dan zijn er mensen aan tafel die ogenblikkelijk menen te weten wat eruit moet, terwijl jij daar twee jaar lang hard aan gewerkt hebt.”

De komende anderhalf jaar werkt Maxwan het Masterplan voor de nieuwe Russische stad verder uit.

Om te komen tot een goed eindresultaat is volgens Dijkstra een ongelofelijke vertrouwensband nodig met de opdrachtgever. “Bij het masterplan van Leidsche Rijn had ik veelal te maken met procesmanager Riek Bakker. Wij voelden elkaar ontzettend goed aan. Vaak zaten we na een overleg nog drie uur door te praten met een krat bier.”

Als belangrijkste drijfveer noemt hij: “Nieuwsgierigheid. Elke seconde van de dag denk ik: wat is hier aan de hand? Met ideeën in mijn hoofd sta ik �s ochtends onder de douche. Ik probeer straten te organiseren om te komen tot een aantrekkelijke stad. De inrichting moet goed georganiseerd zijn, zoals een geoliede machine, de hemel.”

�Met ideeën in mijn hoofd

sta ik onder de douche�

Reageer op dit artikel