nieuws

Driepad-weg respecteert karakter buitengebieden

bouwbreed Premium

Hoe kun je verouderde buitenwegen aanpassen aan de moderne tijden en vervoermiddelen, zonder daarbij het landelijke karakter van de betrokken buitengebieden aan te tasten?

AANHEF_SUB:octrooi

nummer: 1026341

houder: Pape Creavorm, Beltrum

uitvinder: J. Pape

Klassieke, doorsnee �buitenwegen� hebben twee aaneengesloten rijstroken die samen de rijbaan vormen. Deze wegen dateren meestal uit de jaren vijftig en lopen vaak tussen dorpen en door recreatiegebieden. Ze zijn gewoonlijk bestraat met klinkers en waren vooral bedoeld voor plaatselijk gebruik. De relatief smalle wegen zijn eigenlijk niet meer berekend op de steeds zwaarder en breder wordende vrachtwagens en landbouwvoertuigen. En ze zijn ook niet geschikt voor het gelijktijdig verwerken van het sterk toegenomen recreatieve fietsverkeer.  Als lichte aanpassing aan de moderne tijd worden langs de wegranden wel eens betonblokken met vergetatie-openingen gelegd. Om de wegberm te stabiliseren, zodat tegemoet komende vierwielige motorvoertuigen elkaar kunnen passeren zonder de bermen kapot te rijden. Voor fietsers is zo�n hobbelige rand met �grasbetonblokken� geen goede oplossing.

Een andere mogelijkheid is het naast de weg aanleggen van twee extra stroken klinkers, uiteraard op een fundering. Ook kan de hele weg zwaarder worden gefundeerd en verbreed. Uitvinder J. Pape vindt deze manieren van moderniseren geen goede oplossing, vooral omdat een bredere weg uitnodigt tot harder rijden, zeker als er een laag asfalt op wordt aangebracht. Om te hard rijden tegen te gaan, zijn na modernisering verkeersdrempels nodig en snelheidregulerende verkeersborden. “Bovendien passen de op deze manier gerenoveerde wegen eigenlijk niet in het landelijke karakter dat onze buitengebieden hoort te kenmerken”, schrijft de uitvinder licht-moralistisch.

Pape�s octrooi �Weg en werkwijze voor het aanleggen van een weg� stelt voor, buitenwegen te voorzien van drie relatief smalle rijstroken die van elkaar zijn gescheiden door ongeveer 0,6 meter brede stroken van bijvoorbeeld grasbetonblokken. De breedte van de centrale rijstrook ligt tussen de 1 en 1,7 meter, de breedte van de zijstroken op 1 tot 1,4 meter. De totale breedte moet uitkomen op ongeveer 5 meter. Pape: “Het idee is hierbij dat een automobilist steeds ten minste twee van de drie rijstroken moet benutten, waardoor er tussen de wielen een groenstrook verloopt die de neiging om hard te rijden op een vanzelfsprekende wijze onderdrukt.”

Als verdere ingebouwde snelheidremmer zou de de as van de buitenweg om de 50 tot 200 meter een beetje van richting moeten veranderen, waardoor een licht slingerende, natuurlijke weg ontstaat in plaats van een kaarsrechte. Bij te hard rijden zullen de wielen een roffelend geluid produceren door het raken van een groenstrook.

De 57-jarige uitvinder had jarenlang een hoveniersbedrijf, maar deed dat bij gebrek aan een opvolger over aan zijn medewerkers. Pape: “Ik wilde de jaren die mij resteren besteden aan het uitwerken van mijn ideeën, onder andere op het gebied van plattelandsvernieuwing.”

Voor zijn �driepad-weg� zoekt hij nog een pilotproject: “De gemeente Eibergen wilde wel, maar volgens de regels mogen secundaire wegen slechts uit een enkele rijbaan bestaan.” 

Misschien moet Pape niet meer praten over �drie rijstroken onderbroken door twee groenstroken�, maar over �een weg met een rijbaan voorzien van landelijke sierbestrating�. Waarbij de groengaten zijn geïntegreerd in het klinkerwegdek, bijvoorbeeld door het nonchalant op een rij leggen van geprefabriceerde klinkerelementen met uitgespaarde vegetatie-openingen. Niet strikt aaneengesloten, maar als een onderbroken reeks. Dan ontstaan die roffelende groenstroken vanzelf.

Reageer op dit artikel