nieuws

Auteursrechtelijke bescherming

bouwbreed Premium

De auteursrechtelijke bescherming van het architectenontwerp is in de rechtspraak een interessant onderwerp. In het najaar vorig jaar speelde een dergelijk geschil* voor de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Bosch. De architect stelde dat zijn schetsontwerp of onderdelen daarvan waren gekopieerd. Opdrachtgever heeft door een architect een schetsontwerp laten maken voor zijn huis. Partijen komen, […]

De auteursrechtelijke bescherming van het architectenontwerp is in

de rechtspraak een interessant onderwerp. In het najaar vorig jaar speelde een dergelijk geschil* voor de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Bosch. De architect stelde dat zijn schetsontwerp of onderdelen daarvan waren gekopieerd.

Opdrachtgever heeft door een architect een schetsontwerp laten maken voor zijn huis. Partijen komen, ondanks onderhandelingen nooit tot een overeenkomst. Een bouwkundig bureau maakt vervolgens een ontwerp voor opdrachtgever. Op basis van dit ontwerp is inmiddels begonnen met uitvoering. De architect stelt nu dat het bouwkundig bureau zijn tekeningen heeft gekopieerd en dat sprake is van een inbreuk op zijn auteursrecht. De architect vordert opdrachtgever en het bouwkundig bureau te verbieden op enigerlei wijze inbreuk te maken op zijn auteursrechten door de tekeningen te verveelvoudigen of openbaar te maken door het bouwen van een woning overeenkomstig die tekeningen. Hij wil dus, samengevat, dat gestopt wordt met bouwen.

Bescherming

Wat houdt de auteursrechtelijk bescherming in? Voor auteursrechtelijke bescherming is vereist dat het werk een eigen, oorspronkelijk karakter bezit en het persoonlijk stempel van de maker draagt. De creatieve prestatie van de architect dient in het schetsontwerp tot uiting te komen. Geniet een gebouw, of onderdelen daarvan, auteursrechtelijk bescherming, dan mag dit gebouw niet worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt. Gebeurt dit wel dan is sprake van een inbreuk op het auteursrecht.

Van verveelvoudiging is sprake indien auteursrechtelijk beschermde elementen van een architect worden overgenomen en de gelijkenis niet berust op louter toeval, maar het gevolg is van kopiëren. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dient de maker van het latere werk aan te tonen dat er geen sprake is van kopiëren of zogenaamde �ontlening�. Van openbaarmaking van bijvoorbeeld een ontwerptekening is onder andere sprake bij het bouwen van een woning op basis van die tekeningen.

Opdrachtgever en het bouwkundig bureau stellen dat de tekeningen van de architect niet auteursrechtelijk beschermd zijn omdat sprake is van een schets. Zij stellen dat de overeenkomsten tussen het ontwerp van het bouwkundig bureau en dat van de architect niet het resultaat zijn van kopiëren maar het logische gevolg van de instructies van de opdrachtgever.

Volgens opdrachtgever en het bureau is sprake van een ontwerp in dezelfde landhuisstijl. En een stijl is niet auteursrechtelijk beschermd. De architect is het hiermee (uiteraard) oneens. Het schetsontwerp moet worden aangemerkt als een auteursrechtelijk beschermd werk in de zin van de Auteurswet. Het enkele feit dat een ontwerp zich nog in de schetsfase bevindt, staat op zichzelf niet aan auteursrechtelijke bescherming in de weg staat. Immers, in art. 10 lid 1 onder 8 van de Auteurswet is uitdrukkelijk bepaald dat schetsen betrekkelijk tot de bouwkunde worden aangemerkt als werken in de zin van die wet.

Opdrachtgever en het bureau betogen verder dat het schetsontwerp niet meer is dan een vertaling van de instructies van opdrachtgever. Volgens de rechtbank gaat dit verweer niet op. De instructies zijn immers niet van dien aard dat daarmee elke creatieve inbreng van de architect is uitgesloten; zo zijn bijvoorbeeld de exacte afmetingen en vormgeving van de woning, plaatsing van de raampartijen, de �doorkijkjes� en andere details zonder meer het resultaat van de creatieve inbreng van de architect. Van het enkel bouwen in dezelfde (landhuis)stijl is dan ook geen sprake. Daarmee is voldoende gebleken dat het schetsontwerp auteursrechtelijk beschermde elementen bevat. Vervolgens rijst de vraag of de ontwerptekeningen van het bouwkundig bureau als een verveelvoudiging van daarvan moeten worden aangemerkt.

Dat de tekening sterke gelijkenis vertoont met het schetsontwerp op punten die auteursrechtelijk beschermd zijn, is volstrekt duidelijk. Daarmee is echter nog niet gezegd dat sprake is van verveelvoudiging. Hiervan is sprake als de gelijkenis het gevolg is van ontlening door het bouwkundig bureau aan het schetsontwerp van de architect. De maker van het latere werk dient aan te tonen dat er geen sprake is van ontlening. Daarin is het bouwkundig bureau niet geslaagd. Sterker nog, hij heeft aangegeven bij het maken van zijn ontwerp te zijn geïnspireerd door de drie ontwerpen die door de architecten in de �eerste ronde�, onder wie de architect, zijn gemaakt. Bovendien hebben het bouwkundig bureau en de opdrachtgever hun stelling dat de schetsontwerpen van de andere twee architecten ook gelijkenis vertoonden met die van architect en het bouwkundig bureau, op geen enkele wijze nader geconcretiseerd, met name niet door die schetsontwerpen in dit kort geding te overleggen.

Op basis van de hiervoor genoemde argumenten komt het Hof Den Bosch tot de conclusie dat de tekeningen moeten worden aangemerkt als een verveelvoudiging van het schetsontwerp. Dit levert een inbreuk op, op het auteursrecht van de architect nu hij voor die verveelvoudiging geen toestemming heeft gegeven. De vordering van architect is toewijsbaar. Mede omdat de architect al voor aanvang van de bouwwerkzaamheden kenbaar heeft gemaakt dat opdrachtgever en het bureau inbreuk maakten op zijn auteursrecht kan opdrachtgever worden verboden de bouwwerkzaamheden voort te zetten.

Mr. E.M. Bruggeman

Stafmedewerker Instituut voor

Bouwrecht (IBR), Den Haag

EmBruggeman@IBR.NL

Voor meer bouwrechtelijke actualiteiten, jurisprudentie, vakliteratuur en regelgeving zie ook de website van het IBR: www.ibr.nl/actueel.

*12 September 2005, LJN: AU3079, 130787 KG ZA 05-563, op te vragen via www.rechtspraak.nl

Reageer op dit artikel