nieuws

De politieagent versus de boekhouder

bouwbreed Premium

De kloof tussen bouwwereld en Rijkswaterstaat is niet meer geslecht sinds de bouwfraudeaffaire een wig sloeg. Het is wrang om te constateren dat zowel opdrachtgever als opdrachtnemer ongelukkig is met de nieuwe rol op grotere afstand van de bouwpraktijk. De ambtenaar voelt zich gedegradeerd tot politieagent, maar de bouwer ervaart vooral een boekhouder.

AANHEF_SUB:analyse

De kleine aannemers haken massaal af en schrijven niet meer in voor contracten van Rijkswaterstaat. Aanleiding voor een kritische bespiegeling van de opdrachtgever in de vorm van de quick scan-prestatiecontracten.

De oorzaken van de moeizame praktijk zijn velerlei. Rijkswaterstaat heeft de boekhouding niet op orde en heeft zelf te weinig informatie over de infrastructuur die zij beheert. Daardoor is de opdrachtgever niet in staat een goed beeld te schetsen van de omvang van contracten en krabt de opdrachtnemer zich nog twee keer achter de oren alvorens in te schrijven.

De mogelijkheden voor informeel (voor-)overleg en nadere informatie zijn eveneens geschaad door de bouwfraude. Met het verdwijnen van de ongeoorloofde overlegstructuren verdween feitelijk alle contact. De markt heeft geen idee van wat, wanneer en hoe.

Tegelijk werd bij Rijkswaterstaat het roer drastisch omgegooid: de �oude garde� werd met pensioen gestuurd, de organisatie ingekrompen en het aanbestedingsbeleid aangepast. De bedoeling is zoveel mogelijk aan marktpartijen over te laten, maar dat blijkt een kwestie van wennen.

Aannemers nemen niet zomaar hun eigen verantwoordelijkheid, terwijl Rijkswaterstaat wel het toezicht heeft gehalveerd. Een schrijnend gevolg is dat wegwerkers nu soms zonder afzetting aan de weg werken. Om kosten en rompslomp van de innovatieve methode �lane rental� te besparen worden wegen niet of onvoldoende afgezet.

De sturing van prestatiecontracten verloopt totaal anders dan traditionele RAW-contracten. De opdrachtgever mag alleen maar toekijken. Een veelgehoorde klacht is dat ambtenaren zich politieagent voelen en �bekeuringen� in de vorm van zogenoemde TKF�s (tekortkomingsformulieren) moeten uitschrijven. De bouwers ervaren diezelfde ambtenaren vooral als boekhouders die alleen maar noteren en geen oog hebben voor de praktijk.

De �heer en meester van de weg� was gewend hoge eisen te stellen en topkwaliteit te krijgen. Daar hing natuurlijk wel een prijskaartje aan. Met het prestatiecontract is daar doelbewust van afgestapt en komt veel verantwoordelijkheid bij de bouwer te liggen. Die streeft alleen al uit kostenoverwegingen naar een zes-min. De indruk van de ambtenaren is dat het onderhoudsniveau van de snelwegen achteruit holt, maar feitelijk is dat inherent aan het gekozen systeem.

Kernvraag blijft hoe de kloof tussen bouw en ambtenaren moet worden overbrugd. De dialoog tussen markt en Rijkswaterstaat ontbreekt, is een opvallende constatering in de quick-scan. Belangrijker is het gesprek weer op gang te brengen. De voorstellen op dat gebied zijn nog niet erg vooruitstrevend.

De aanbevelingen zijn één tot twee keer per jaar een platform te organiseren. Daarnaast is Rijkswaterstaat van plan bouwers mee te nemen in het leertraject prestatiebestekken en het onderhoudsprogramma eerder bekend te maken, zodat de markt tijd heeft in te spelen op veranderde eisen van de opdrachtgever. Hiermee zal het zeker niet lukken om de stroeve verhoudingen te doorbreken, maar het is wel een begin.

Reageer op dit artikel