nieuws

Starters

bouwbreed Premium

Het begint op een jaarlijks terugkerend ritueel te lijken. De prijzen van koopwoningen blijven stijgen en daardoor zouden starters minder kansen krijgen op de woningmarkt. Weinig origineel, maar voer voor het rond kakelende mediacircus dat altijd wel een praat- grage onbenul vindt om te interviewen. Maar hebben die starters het wel zo moeilijk? Tegen de […]

Het begint op een jaarlijks terugkerend ritueel te lijken. De prijzen van koopwoningen blijven stijgen en daardoor zouden starters minder kansen krijgen op de woningmarkt. Weinig origineel, maar voer voor het rond kakelende mediacircus dat altijd wel een praat-

grage onbenul vindt om te interviewen. Maar hebben die starters het wel zo moeilijk? Tegen de verwachting van doemdenkers en onbenullen in stijgen de prijzen van koopwoningen nog steeds. NVM berekende over 2005 meer dan vijf procent en verwacht voor

2006 zes procent prijsstijging. Reden voor de NVM om haar bezorgdheid over de mindere kansen voor starters op de koopwoningmarkt te ventileren. De media en andere onbenullen plakken daaraan de problemen die starters ook hebben bij het vinden van huurwoningen. Het is bijna te veel om in één column recht te zetten. Laat ik beginnen met de hypotheekrente, die nu circa vier procent is en die 13 tot 14 procent bedroeg toen ik in 1981 me als starter op de koopwoningmarkt begaf. Dat was nog eens andere koek. De gemiddelde koopsom voor huis of flat, dus het gemiddelde van alle gemiddelden over heel ons land, is door de NVM becijferd op 230 duizend euro. En, zoveel geld, zo stellen de NVM en al haar napraters, kunnen starters niet opbrengen om een woning te kopen. Dus moet de overheid zorgen voor meer betaalbare koopwoningen. Nou, ik kan u melden dat er ook in Amsterdam een hele pluk koopwoningen zijn voor minder dan 230 duizend euro. Weliswaar niet in de grachtengordel of in de concertgebouwbuurt, maar wel in behoorlijke wijken, met een goede kwaliteit/prijsverhouding. Waarom zouden twintigers perse boven hun stand moeten wonen, de destijdse twintigers van mijn generatie, begonnen ook met een eenvoudige huur-/koopwoning waar we eerst alleen en daarna met z�n tweeën op 60 vierkante meter konden wonen. Diezelfde woningen zijn nu ook betaalbaar op de markt te koop. Dus die overheid, die toch al niet te veel voor elkaar krijgt, hoeft daaraan niets te doen. Hetzelfde geldt in meer en mindere mate voor huurwoningen. De afgelopen dagen tuitten mijn oren over een beweerde wachttijd van 10 jaren voor een huurwoning in Amsterdam. Dit is lariekoek die wordt misbruikt door linkse politici die maar al te graag voor hun kiezers goedkope huurwoningen willen bouwen. Ik schreef op deze plek al eerder over de wachttijden voor huurwoningen, bijvoorbeeld op 8 mei 2003. Toen schreef ik over mijn actieve neef Constant, die op eigen houtje binnen zes maanden na terugkeer uit Italië een huurwoning in de Jordaan vond bij een particuliere verhuurder. Die tien jaar wachttijd voor een huurwoningen in een van de duurste buurten van ons land, de grachtengordel nemen media snel voor lief en waar aan, want de boodschapper doet zo zielig. Maar de waarheid is dat zo�n wachttijd ontstaat omdat men blijkbaar liever lang wacht tot die ideale goedkope huurwoningen aan een van de hoofdgrachten langskomt, en daarom alle andere aanbiedingen van woningcorporaties skipt. In andere provincies heeft men de vele weigeringen van woningzoekenden al eerder onderzocht en kwam men er achter dat er meer van een kwalitatieve dan van een kwantitatieve woningnood sprake is. Dus men staat voortdurend als zoeker naar een nog leukere woning te boek, dan dat men tevreden is met de goede huurwoning die men nu heeft. Dat onderzoek zou ik wel eens willen loslaten op die wachttijd van tien jaar in Amsterdam-centrum.

Hans Broeren

Reageer op dit artikel