nieuws

Snelle invoering nieuwe Wet ruimtelijke ordening gewenst

bouwbreed

CDA-gedeputeerde Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling in Zuid-Holland Asje van Dijk, is bezorgd over de windstilte rond de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro). De provincie is volop met ruimtelijke ontwikkeling bezig maar heeft nog te weinig instrumenten om effectief uitvoering te kunnen geven aan het provinciale ruimtelijke beleid. Bovendien moet het rijk dringend de infrastructuur op orde brengen anders kan de provincie met alle plannen nog geen kant op.

Ik kan me goed vinden in de Nota ruimte die de geest ademt van decentralisatie. Decentraal wat kan, centraal wat moet! Met meer bevoegdheden voor de provincie waar een provinciaal of bovenlokaal belang speelt en meer ruimte voor de gemeente bij lokale belangen zijn we op de goede weg.

Het rijk laat bij omvangrijke bovenlokale of bovenregionale ontwikkelingen de provincies nadrukkelijk de regie voeren en bemoeit zich, mag ik hopen, daar dan ook niet meer mee. Zuid-Holland staat voor een enorme bouwopdracht. Er moeten in pakweg de komende 20 jaar een paar honderdduizend woningen bij en honderden hectare bedrijventerreinen en glastuinbouw. Dat is een flinke klus in een provincie waar om iedere vierkante meter wordt gevochten met claims die we in een gebied met zo weinig ruimte lang niet allemaal kunnen honoreren. Een ding staat voorop: werken, wonen, recreëren en mobiliteit zijn voor mij onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zonder adequate infrastructuur op maat, ontwikkelen we niet en halen we de economie ook niet uit de versukkeling. Bovendien hebben we goed gereedschap nodig, anders kan de provincie zijn regisserende rol niet waarmaken.

De Nota ruimte is in de Tweede Kamer weliswaar besproken, maar de Wro wordt op zijn vroegst in 2007 van kracht en als het tegenzit misschien nog later. Terwijl januari 2006 de bedoeling was. In het wetsontwerp RO heeft het rijk instrumenten opgenomen waar we op zich mee uit de voeten kunnen. Met name het provinciale bestemmingsplan biedt mogelijkheden. Niet voor lokale projecten, daar acteert de gemeente. Maar wel voor provinciale belangen. Gemeenten houden hun autonomie over het eigen grondgebied maar bij de regierol van de provincie voor de bovenlokale en grotere regionale ontwikkelingen horen uiteraard de bijbehorende instrumenten zoals het onteigeningsrecht, het provinciaal voorkeursrecht en de bovenlokale verevening van kosten.

Het IPO heeft er bij de Kamer op aangedrongen om in de Grondexploitatiewet een vereveningsinstrument op te nemen waarmee dan met de opbrengsten van ruimtelijke ontwikkeling kosten voor andere functies kunnen worden verrekend.

Constructies als �Rood voor groen�, die nu een stevig fundament moeten ontberen, krijgen dan een juridische verankering. In navolging van de IPO en de VNG, pleit ik voor een versnelde invoering van de regionale grondexploitatiewet die vooruit loopt op de rest van de nieuwe Wro.

De nieuwe provinciale verantwoordelijkheden vragen immers om adequaat grondbeleid. Met de huidige instrumenten geven we hier met hulpconstructies invulling aan, bijvoorbeeld door te participeren in pps-constructies en regionale ontwikkelingsmaatschappijen. Zo hebben wij voor de herontwikkeling van de Zuidplaspolder met de betrokken gemeenten een publieke grondbank opgericht op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen.Zolang er een aantoonbaar gemeentelijk belang in het spel is werkt dat goed. Maar voor verwerving van de grond die de provincie in de toekomst nodig heeft voor provinciale belangen zoals de aanleg van een Stedenbaan of Rijn-Gouwelijn, kan dat instrument, als er geen lokaal belang is, niet worden gehanteerd. Dus: provinciaal ruimtelijk belang? Dan ook provinciaal voorkeursrecht. Waar we ook naar uitkijken is de kostensoortenlijst, die onderdeel uitmaakt van het voorstel van de Grondexploitatiewet. Deze lijst regelt de verdeling van kosten en opbrengsten bij de ontwikkeling van bouwlocaties door ontwikkelaars. Met deze lijst kunnen we in alle duidelijkheid afspraken maken met projectontwikkelaars over de kosten voor bijvoorbeeld de aanleg van rioleringen, bestrating, water en groen. In het wetsvoorstel kent het Rijk dit recht aan gemeenten toe.

Ook stelt het de gemeenten in staat om meer invloed uit te oefenen op het woningbouwprogramma, doordat ze in het bestemmingsplan een categorisering kunnen aanbrengen. Verder is er meer ruimte om privaatrechtelijke afspraken te maken met projectontwikkelaars. Uitbreiding van het provinciale instrumentarium is dus geboden. Een regionale grondexploitatiewet kan ons bij de ontwikkeling van bijvoorbeeld de Zuidplaspolder, de Oude Rijnzone en de as Leiden-Katwijk zeer goed van pas komen bij de versnelling van het planproces en de uitvoering. En nogmaals: zonder adequate infrastructuur zijn ruimtelijke en economische ontwikkelingen op grote schaal onmogelijk! Dat vraagt van het Rijk een duidelijk en integraal commitment op de door de provincies te regisseren grote ontwikkelingsprojecten. Dat commitment dient in een convenant en op maat per project gestalte te krijgen.

Asje van Dijk is CDA-gedeputeerde Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling, Zuid-Holland. (Ruytenbeek@pzh.nl)

Zuid-Holland staat voor een enorme bouwopdracht

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels