nieuws

Schade veroorzaken is schade vergoeden

bouwbreed

Ieder handelen van de mens dat schade berokkent bij een ander moet door de veroorzaker vergoed worden. Dit kan onder andere van belang zijn in de precontractuele fase van het bouwproces. Dat was afgelopen vrijdag de strekking van prof.mr.dr. M.A.B. Chao-Duivis, in haar oratie ter gelegenheid van de benoeming tot hoogleraar in de Faculteit Bouwkunde […]

Ieder handelen van de mens dat schade berokkent bij een ander moet door de veroorzaker vergoed worden. Dit kan onder andere van belang zijn in de precontractuele fase van het bouwproces. Dat was afgelopen vrijdag de strekking van prof.mr.dr. M.A.B. Chao-Duivis, in haar oratie ter gelegenheid van de benoeming tot hoogleraar in de Faculteit Bouwkunde aan de TU Delft.

Chao-Duivis, tevens directeur van het Instituut voor Bouwrecht (IBR) is voorstander van uitbreiding van de aansprakelijkheid, gebaseerd op schadeveroorzakend handelen van mensen. “Dit is een opvatting die voor het hele burgerlijke recht van toepassing is en dus ook voor bouwrechtelijke relaties gevolgen heeft.”

“Nu is het zo geregeld dat je pas verplicht bent om schade te vergoeden als de daad die de schade veroorzaakte onrechtmatig is én aan die veroorzaker toegerekend kan worden en die persoon geen beroep kan doen op bijvoorbeeld overmacht. Dat is voor de pleger van zo�n daad wel voordelig, want als aan een van deze voorwaarden niet is voldaan, dan is hij niet verplicht om de schade te vergoeden. Ook al heeft hij deze wel veroorzaakt.” Chao-Duivis vindt dit voor degene die nu met de schade blijft zitten oneerlijk. Zij pleit daarom voor een systeem waarin alles draait om de vraag: wie veroorzaakte de schade. De hoogleraar verklaart: “Die persoon moet voor de schade opkomen. Misschien niet altijd voor het volle pond, want er zijn immers vaak ook andere veroorzakers in beeld. Uiteraard kan het slachtoffer zelf ook medeveroorzaker zijn”. Chao-Duivis noemt als voorbeeld: “Stel iemand onderhandelt met een aannemer over de bouw van een haven. De aannemer maakt berekeningen etcetera en op een gegeven ogenblik laat de opdrachtgever duidelijk doorschemeren dat er waarschijnlijk wel een overeenkomst gesloten zal worden. En hij antwoordt desgevraagd, dat de aannemer wel vast wat materiaal kan gaan kopen. Stel nu dat de aannemer dat doet en vervolgens komt de mededeling dat de opdrachtgever toch afziet van de overeenkomst. De aannemer zit dan met zijn materiaal dat hij mogelijk nergens anders kan inzetten. Hij heeft dus schade. Juridisch zijn er een paar mogelijkheden om te oordelen dat de opdrachtgever in spe deze schade moet vergoeden. Maar aan al die mogelijkheden zitten haken en ogen.”

Leerstukken

“De juristen zijn het onderling dan ook niet eens waarom de aannemer recht zou hebben op vergoeding. In een stelsel van aansprakelijkheid gebaseerd op veroorzaking is dit nu echter helemaal geen probleem. Er is schade veroorzaakt en wel door de opdrachtgever (we laten de rol van de aannemer zelf even buiten beeld) en voor die schade moet de opdrachtgever gewoon opkomen.” Het is niet toevallig dat Chao-Duivis juist een voorbeeld als dit dat in de bouw vaak voorkomt, noemt. Het hele leerstuk van de precontractuele verhoudingen is begonnen in de bouw. En zo is het met veel leerstukken: eerst komen zij op in bijvoorbeeld een bijzonder gebied als het bouwrecht en daarna vinden zij hun weg naar het algemene burgerlijke recht. Daar worden algemene regels geformuleerd die vervolgens weer terugkomen in het bouwrecht. Er is dan ook een actieve wisselwerking tussen bouwrecht en algemeen privaatrecht. Chao-Duivis: “De Faculteit Bouwkunde heeft dat ook onderkend, want studenten krijgen een stuk algemeen recht mee.”

Chao-Duivis combineert vele functies. Zo bekleedt zij met ingang van 1 september 2004 de leerstoel privaatrechtelijk bouwrecht aan de Technische Universiteit Delft. Van 1985 tot 1997 werkte zij aan de Universiteit van Tilburg (destijds Katholieke Universiteit Brabant) bij de vakgroep privaatrecht en promoveerde in 1996 op het proefschrift: �Dwaling bij de totstandkoming van de overeenkomst�. Ook publiceert zij regelmatig in het tijdschrift Bouwrecht en in Cobouw voor de rubriek Jurisprudentie. Verder is zij voorzitter van de Hoofdstukken Bouwrecht van prof. mr. M.A. van Wijngaarden, treedt zij op als arbiter bij de onafhankelijke stichting het Garantie Instituut Woningbouw (GIW) en als rechter-plaatsvervanger in de Rechtbank Den Haag. Daarbij is zij met enige regelmaat arbiter bij de commissie van geschillen van het het Koninklijk Instituut van Ingenieurs (KivI).

Marcel van Duijn

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels