nieuws

Gebruikers bedrijfsruimten flink in beweging

bouwbreed

nijmegen – De markt voor bedrijfsruimten blijkt weinig last te hebben van de lage conjunctuur. Anders dan bij de gebruikers van kantoren, is het aantal bedrijven dat wil verhuizen of uitbreiden onverminderd hoog. Dat komt naar voren in een onderzoek dat het adviesbureau op het terrein van economische ontwikkeling en vastgoed Stec Groep heeft uitgevoerd in samenwerking met de Vereniging voor Ontwikkelaars & Bouwondernemers NVB.

De peiling onder een representatieve groep van ruim duizend bedrijven werd in de periode vanaf december 2004 uitgevoerd en geeft een minstens even optimistisch beeld als twee jaar eerder, toen de eerste peiling werd uitgevoerd. De afgelopen twee jaar is 8 procent van de bedrijven verhuisd. Van de bedrijfsruimtegebruikers wil 15 procent de komende drie jaar verhuizen en 11 procent uitbreiden op de bestaande locatie.

“Deze gebruikersdynamiek schept kansen voor goede vastgoedontwikkeling op de juiste locaties”, luidt de conclusie “en op voorsorteren op aantrekkende conjunctuur.” De markt voor bedrijfsruimten blijkt minder conjunctuurgevoelig dan de kantorenmarkt en trekt ook wat eerder aan als een verbetering van de economie in beeld is, verklaart directeur P. van Geffen van de Stec Groep dit gunstige perspectief.

Uitstraling

Wat volgens hem ook meespeelt is dat de beschikbaarheid van bedrijfsruimten en bedrijventerreinen in veel regio�s al lang beperkt is. “Veel bedrijven vinden nu dat ze niet optimaal zitten.”

Over de omgeving blijken ze echter wel redelijk tevreden, eerder dan beleidsmakers: 14 procent acht zichzelf gehuisvest op een terrein met een hoogwaardige uitstraling. Het ministerie van VROM daarentegen schat het aandeel hoge bedrijvenparken op slechts 3 procent.

De wensen van de verhuiskandidaten gaan vooral uit naar bedrijventerreinen aan de rand van de stad (58 procent) of een snelweglocatie (40 procent). Autobereikbaarheid en uitstraling spelen daarbij een belangrijke rol.

Menging met andere functies als woningbouw en kantoren wordt weinig gewaardeerd. “Overheid en beleidsmakers zetten daar nu juist op in maar uit onze peiling blijkt dat de bedrijven er niet veel voor voelen”, constateert Van Geffen. Slechts een paar procent geeft aan graag verspreid te zitten in een wijk of in het centrum van de stad.

Dat heeft te maken met de vrees voor overlastklachten, hoge huren en onvoldoende autobereikbaarheid. Dat laatste is, meent de directeur, inherent aan bestaand stedelijk gebied en daarom niet oplosbaar.

Onder de onderzochte bedrijfsruimtegebruikers vormen bouw (24 procent), handel en reparatie (25 procent) en industrie (17 procent) de grootste groepen. Onder degenen die graag binnen de stad blijven, bevinden zich volgens Van Geffen veel kleine bedrijven die de nadelen voor lief nemen om, bijvoorbeeld, dicht bij hun klanten te zitten.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels