nieuws

Rugdekking nodig voor inbouw tweede draagweg in constructie Vakwerk

bouwbreed

rijswijk – Als er vroeg in het ontwerpproces rekening mee wordt gehouden, hoeft een tweede draagweg in de constructie nauwelijks iets extra te kosten meent J. Vambersky, hoogleraar Civiele Techniek aan de TU Delft. Duidelijker regelgeving is wel nodig om de constructeurs rugdekking te geven tegen die deelnemers aan het bouwproces die alleen naar de kosten kijken.

Op de constructeursdag in Ede brak prof. dipl. ing. J. Vambersky een lans voor de tweede draagweg. Hij deed dat in zijn hoedanigheid van mentor van de Stufib-studiecommissie, die probeert de Europese codes op dit gebied te vertalen naar de Nederlandse situatie.

De balkonramp in Maastricht staat iedereen nog vers in het geheugen, maar is wat Vambersky betreft niet het beste voorbeeld van een gebrek aan constructieve samenhang. In feite ging het immers om betrekkelijk lokale schade; een serie balkons kwam naar beneden, maar de hoofddraagconstructie bleef overeind.

Treffender voorbeeld van een voortschrijdende instorting is het daardoor wereldberoemd geworden flatgebouw Ronan Point in een buitenwijk van Londen. Daar bleken de dragende betonnen geveldelen niet goed gekoppeld, zodat na een gasexplosie in een appartement een complete hoek van het 23 meter hoge gebouw als een kaartenhuis naar beneden stortte.

Om dergelijke situaties te voorkomen kennen buitenlandse bouwnormen, net als de Nederlandse NEN 6702 en 6700, sindsdien de bepaling dat een constructie altijd een zeker incasseringsvermogen moet hebben. “Simpel gezegd komt het erop neer, dat wanneer een deel van de constructie zijn draagvermogen verliest, niet meteen het complete gebouw mag bezwijken”, aldus Vambersky. “Zo staat het ook verwoord in de officiële toelichting bij de norm. Maar die passage blijkt in de praktijk van vandaag de dag niet expliciet genoeg.”

In zijn rol van directeur van constructiebureau Corsmit ervaart hij geregeld dat diverse deelnemers in het bouwproces bij het jagen op een zo laag mogelijke prijs vaak de veiligheidsmarge in de constructie over het hoofd zien. De constructieve samenhang komt dan in een vergeethoek te staan. Wanneer in een later stadium bijvoorbeeld een ambtenaar van bouwtoezicht ineens, in het verlengde daarvan, een tweede draagweg wenst, stuit dat vaak op enorme problemen. Want dan moeten er ineens extra kolommen worden geplaatst in appartementen die al lang en breed verkocht zijn. En blijkt het panoramarestaurant op de bovenste verdieping helemaal niet meer zo�n vrij uitzicht te hebben.

Vamberksy: “Als daarmee vanaf het begin van het constructief ontwerp rekening was gehouden, had dat elegant en tegen geringe kosten kunnen worden opgelost, maar in een laat stadium lukt dat niet meer.”

Er zijn vele voorbeelden waarbij toepassing van een tweede draagweg ook hele andere problemen kan oplossen dan strikt constructieve. Vambersky pleit daarom voor het verplicht inbouwen van een tweede draagweg bij hoge gebouwen of gebouwen waarin grote groepen mensen samendrommen.

Die benadering vindt hij vooralsnog een stuk praktischer dan het verplicht moeten uitvoeren van een probabilistische risicoanalyse, zoals de Eurocode voorschrijft voor gebouwen vanaf risicoklasse 3.

“Door het opstellen van gedetailleerde foutenbomen krijg je heel goed de zwakke plekken in beeld van een constructie, maar het is voor een woongebouw een erg tijdrovende en kostbare methode. De verhoudingen zijn dan zoek en de kans dat de meeste betrokkenen hierdoor een dergelijke risicoanalyse alsnog niet uitvoeren is groot. Alleen bij de aanleg van de Oosterscheldekering of de Noor-Zuidlijn is het anders.”

De regels hoeven volgens Vambersky en zijn collega�s binnen de Stufib-studiecommissie niet eens ingrijpend te worden aangepast. Maar iets meer rugdekking is wel handig, voor de constructeur die het gevecht aanmoet met de bouwpartijen die slechts een eenzijdige focus op kosten hebben. Een duidelijker toelichting op het bestaande artikel uit de norm zou waarschijnlijk al volstaan. Vambersky: “Soms is impliciet niet expliciet genoeg. Want de zwaartekracht trekt genadeloos aan onze gebouwen. Een natuurwet trekt zich nu eenmaal niets aan van het gemarchandeer van mensen. Moeder natuur is zeer consequent in het naleven van haar wetten en het woord gedogen kent zij niet.”

Prijsjagers zien veiligheidsmarges

over het hoofd

De Delftse hoogleraar J. Vambersky gaf tijdens de Constructeursdag een mooi voorbeeld van de voordelen die inbouwen van een tweede draagweg kan opleveren, geplukt uit de praktijk van zijn eigen bureau. Voor een studie naar een driehoekige woontoren aan het Oostplein in Rotterdam, naar een ontwerp van architect Hubert Jan Henket, bedacht Corsmit namelijk de constructie. De woontoren was een initiatief van de ontwikkelingscombinatie Vesteda, Innoplan en J.P. van Eesteren.

Om hele andere redenen is het ontwerp uiteindelijk niet gerealiseerd, maar bij de discussie over de constructieve samenhang passeerde een aantal interessante oplossingen de revue. De hoofddraagconstructie bestond uit een kolom op elk van de drie hoeken van het gebouw. Bij de begane grond liepen die kolommen bovendien terug om af te steunen op de stabiliteitskern.

De architect wilde die kolommen vanwege het uitzicht zo slank mogelijk hebben en gaf daarom de voorkeur aan staal. Maar vanwege brandvoorschriften moesten die kolommen ingepakt worden in een dikke brandwerende bekleding, wat weer afbreuk deed aan de gewenste slankheid.

Het inbrengen van een tweede draagweg bleek hier een mooie oplossing te bieden. Want door een ophangconstructie in de bovenste verdieping konden, bij het eventuele wegvallen van een kolom eronder, alle verdiepingen ook gaan hangen aan deze ophangconstructie.

Er zou in zo�n geval enige lokale schade zijn, maar de constructie als geheel zou niet bezwijken. Door deze tweede draagweg konden de stalen kolommen ook anders beoordeeld worden voor de brandsituatie en daardoor onbekleed blijven, wat ook een financiële meevaller opleverde.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels