nieuws

No cure no pay komt er niet door

bouwbreed

Het in Amerika bekende systeem no cure no pay, waarbij de advocaat slechts voor zijn werkzaamheden wordt beloond, indien er een positief resultaat is behaald, spreekt ook Nederlanders aan. Het inschakelen van een advocaat is immers kostbaar en een garantie op succes is door de advocaat meer niet, dan wel te geven.

Het risico is aanwezig dat, ondanks omvangrijke kosten van bijstand door een advocaat, een zaak toch niet gunstig afloopt en men met lege handen staat en bovendien ook nog de kosten van de eigen advocaat moet betalen alsmede een bedrage in de proceskosten van de tegenpartij.

Reden waarom ook in dit land aandacht is besteed aan de mogelijke invoering van het systeem no cure no pay voor de advocatuur. In 2004 is een verordening van de Nederlandse orde van advocaten tot stand gekomen die onder meer zag in een beperkte hantering van dit systeem en wel voor een zeer beperkt aantal zaken zoals letselschade zaken. In die zaken is het niet ongebruikelijk dat partijen langdurig moeten procederen tegen verzekeringen, daarnaast moeten partijen in dergelijke zaken kosten aan deskundigen betalen om hun bewijspositie te creëren.

Onafhankelijk

Niet iedereen kan eerst jaren lang investeringen plegen voordat toewijzing van een vergoeding plaatsvindt. In die zaken heeft de orde van advocaten de mogelijkheid willen creëren om op basis van no cure no pay te werken. Deze zogenoemde resultaatsgerelateerde beloning is door de minister van Justitie snel geschorst.

De minister motiveerde zijn schorsing van dit deel van de verordening als volgt: “De essentie van de rol van een advocaat is het functioneren als onafhankelijk vertrouwenspersoon die primair de belangen van zijn cliënt verdedigd. Dat kan door dit systeem worden aangetast. Doordat de advocaat een personeel financieel belang krijgt bij het winnen van de zaak komt zijn noodzakelijke onafhankelijkheid in de knel.”

Bovendien zag de minister het risico ontstaan dat de advocaat hogere tarieven gaat rekenen om eventuele niet betaalde uren van verloren zaken te compenseren. Verder voorzag de minister het gevaar dat het vooraf wegvallen van een zorgvuldige kosten en baten analyse door de cliënt zou kunnen leiden tot lichtvaardig procederen, nu betaling en financiering vooraf dan wel tijdens een procedure wegvalt. De minister acht daarom dat een goede rechtsbedeling, het kunnen procederen door een ieder, een eerlijk proces en het vertrouwen in de advocatuur, zodanig zwaar moet wegen dat de resultaatsgerelateerde beloning wordt verboden. Reden waarom het no cure no pay beginsel binnen de advocatuur, ondanks een aarzelende start binnen letselschade zaken, niet is toegestaan. Het lijkt niet dat daar op korte termijn verandering in komt. Een alternatief is dat het honorarium van de advocaat wordt vastgesteld op een percentage van de opbrengst van de activiteiten van de advocaat zou zijn. Dat is in bepaalde gevallen mogelijk.

In zaken waarin de nadruk ligt op het innen van gelden, de zogenaamde incasso zaken, kan tussen de advocaat en cliënt worden overeengekomen om het incasso tarief toe te passen. Men komt dan van te voren een vergoeding overeen, ter grootte van een percentage van het geïncasseerde bedrag.

Het moet dan gaan om relatief eenvoudige zaken waarbij over het openstaande bedrag en de verschuldigdheid weinig onduidelijkheid is. Daarvoor kan bijvoorbeeld het volgende tarief worden gehanteerd over de eerste geïncasseerde 2950 euro ontvangt de advocaat 15 procent, over het meerdere (tot 5910 euro) 10 procent, daarboven (tot 14.748 euro) 8 procent, daarboven (tot 58.990 euro) 5 procent en over het meerdere daarboven 3 procent.

Het kan in sommige zaken raadzaam zijn om dit tarief af te spreken indien er op weinig weerstand van de wederpartij kan worden gerekend. Het heeft dus geen zin meer om een advocaat te vragen naar no cure no pay.

Mr. Chantalle van Goethem

Vastgoedadvocaat

vangoethem@ vrisekoopmajoor.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels