nieuws

Brand blinde vlek voor de meeste constructeurs

bouwbreed

ede – Constructeurs rekenen zelden of nooit hun constructies door op het effect van hoge temperaturen bij brand. Het is dus niet verwonderlijk dat instortingen doodsoorzaak nummer 1 zijn onder brandweerlieden.

Aldus een ietwat chargerende ir. Y. Suurenbroek van de faculteit construerende technische wetenschappen universiteit Twente tijdens de Constructeursmiddag van Betonvereniging en COB Stadswerk.

Een blinde vlek voor zowel constructeurs als brandweerlieden, zo noemde Suurenbroek het. Beide groepen denken dat de andere groep wel onderzoek doet naar het verloop van branden in moderne bouwwerken. Waardoor er in Nederland dus helemaal geen onderzoek gebeurt naar brandverloop, wel naar wie de brand heeft veroorzaakt. Dat het brandverloop tegenwoordig heel anders kan zijn dan enkele decennia geleden, toen menige constructeur er tijdens de opleiding enige kennis van opdeed, wordt vaak niet beseft. Met name van de tegenwoordig veelvuldig toegepast hybride constructies, waarin meerdere constructiematerialen een dragende functie hebben, is tijdens een brand moeilijk in te schatten hoe ze zich gaan gedragen. Staan ze minder dan een uur of houdt de constructie het wel drie uur vol? Dat is uiteraard van groot belang voor brandweermannen, ook als de brand al is geblust.

Groot probleem zijn ondergrondse branden, bijvoorbeeld in parkeergarages, aldus Suurenbroek. Enerzijds omdat in auto�s steeds meer kunststof wordt toegepast, dat voor een veel heviger rookontwikkeling zorgt, anderzijds omdat daardoor de brand pas na uren onder controle is en niet binnen het gebruikelijke ontwerpuitgangspunt van een half uur. “Beseffen constructeurs wel wat dat betekent voor de bovenliggende (beton)constructie, als eronder urenlang een hevige brand kan woeden? Want vaak wordt een dergelijke garage aangelegd onder een druk bezocht winkelcentrum, stadhuis of kantoortoren.

Suurenbroek verweet de constructeurs eigenlijk, dat ze de veiligheid van constructies alleen berekenen bij 20 graden Celsius en nooit bij 300 of 600 graden. Hij benadrukte daarbij, dat constructeurs veel kennis hebben van materiaaleigenschappen, maar zich te weinig realiseren dat die eigenschappen na een brand fors zijn veranderd. Het na afloop bepalen van de constructieve restterkte is dan ook iets waarin brandweerlieden met hun praktijkkennis vaak beter zijn dan bijvoorbeeld medewerkers van bouw- en woningtoezicht.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels