nieuws

Geslaagde Van Gool In een onbewaakt moment schreef ik ooit dat er pas een goede monografie over een architect gemaakt kon worden als hij of zij dood zou zijn. Er is dan geen bureaubemoeienis, er is een noodzakelijke afstand tussen schrijver en onderwerp,

bouwbreed

Van Gool praat in korte, eenvoudige en ontwapenende zinnen, in de ik-persoon natuurlijk, en zijn toon heeft iets droogs en berustends, in de sfeer van �zo ging dat nu eenmaal�. Maar hij komt ook met nieuws. Zo blijkt, in tegenstelling tot wat hij ook zelf altijd heeft beweerd om aanhoudende geruchten tegen te spreken, de […]

Van Gool praat in korte, eenvoudige en ontwapenende zinnen, in de ik-persoon natuurlijk, en zijn toon heeft iets droogs en berustends, in de sfeer van �zo ging dat nu eenmaal�. Maar hij komt ook met nieuws. Zo blijkt, in tegenstelling tot wat hij ook zelf altijd heeft beweerd om aanhoudende geruchten tegen te spreken, de architectonische realisatie van het beroemde Rotterdamse winkelcentrum De Lijnbaan (1951-1953) wel degelijk honderd procent het werk van Van Gool. �Van den Broek en Bakema hebben zich met dit project hoegenaamd niet bemoeid�, zegt hij nu. Zijn relatie met Bakema is overigens een terugkerend onderwerp, evenals zijn relatie met Tjeerd Dijkstra, zijn voorganger als rijksbouwmeester. Beide heren komen nou niet direct aangenaam uit de verf. Maar eerlijk is het wel, zoals ook blijkt uit de beschrijvingen van de onderhandelingen rond het PTT-kantoor in Groningen of bij de parkeergarage naast de Amsterdamse Bijenkorf.

De essays van Colenbrander zijn van een heel andere orde. Zijn zinnen zijn langer, en de materie is door de gekozen invalshoek wat gecompliceerder, meer theoretisch, en met een terecht cruciale rol voor de Italianen Manfredo Tafuri en Aldo Rossi. Gelukkig gebruikt de auteur zijn schrijftalent vooral om zijn verhaal bondiger en preciezer te presenteren. De plaats die het werk van Van Gool in de architectuurgeschiedenis inneemt, wordt op die manier in memorabel Nederlands gevat.

Aan het einde van het vierde essay komt Colenbranders denkwerk tot een conclusie, waarbij een citaat van Rossi als basis dient: �hij werd, misschien wel tegen wil en dank, naar de bouwplaats toegetrokken en bracht het daar tot de “bescheiden dingen”, waarover Rossi het had, “want de grote waren historisch versperd.”� Van Gool was, zo blijkt, geen lawaaimakende architect uit de frontlinie van het vak, maar dat maakt hem niet minder interessant. Bescheidenheid en sterrendom gaan nu eenmaal niet samen. Het is Colenbrander gelukt om duidelijk te maken dat Van Gool steeds integere keuzes maakte om tot zijn architectuur te komen, en waarom die gebouwen er dus zo uitzien zoals ze er uit zien. De vraag �mooi of lelijk� is dan een gepasseerd station. Van Gool is en was een echte bouwmeester, ongevoelig voor heersende modes en andere kortstondige dikdoenerij.

Bernard Colenbrander:

Frans van Gool,

Leven en werk,

NAi Uitgevers,

ISBN 90-5662-411-3,

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels