nieuws

Vraag en aanbod

bouwbreed Premium

De vraag naar een product is bepalend voor de maximale productie die kan worden gerealiseerd. Het aanbod op de markt zal zich hieraan moeten aanpassen, zodat een goed evenwicht tussen vraag en aanbod ontstaat. Dit evenwicht is nodig om een prijspeil te bereiken die de markt soepel laat verlopen. Geen prijsopdrijving door een tekort aan […]

De vraag naar een product is bepalend voor de maximale productie die kan worden gerealiseerd. Het aanbod op de markt zal zich hieraan moeten aanpassen, zodat een goed evenwicht tussen vraag en aanbod ontstaat. Dit evenwicht is nodig om een prijspeil te bereiken die de markt soepel laat verlopen. Geen prijsopdrijving door een tekort aan capaciteit, maar ook

geen druk op de prijzen die tot faillissementen leidt. Tot zover een open deur zal menigeen geneigd zijn te denken. Lang niet iedereen echter zal het daar mee eens zijn.

Het voorop stellen van de vraag bij het zoeken naar een evenwicht op de markt leidt er

toe dat de rol van het aanbod onderbelicht blijft. Het aanbod kan daarbij uit verschillende invalshoeken worden bezien.

Je kunt naar het totaal van de markt kijken, maar natuurlijk ook naar het aanbod dat door individuele bedrijven wordt gedaan. De vraag daarbij is dan of de optelsom van het aanbod van de individuele bedrijven hetzelfde is als het aanbod dat aansluit op de vraag naar producten.

Kunnen acties van individuele bedrijven meer uit de markt halen dan erin zit? Met andere woorden: hoe sterk kan het aanbod de omzet vergroten. Voor individuele bedrijven is daar weinig discussie voor nodig. Marketing en daarbij behorende acquisitie kunnen een bedrijf maken of breken is thans de opinie. Wel wordt de aantekening gemaakt dat marketing in de bouw nog in zijn kinderschoenen staat en dat er nog en wereld te winnen is.

Vooral in de grond-, water- en wegenbouw wordt de markt door een relatief beperkt aantal vragers naar het product bepaald. Voornamelijk overheden en het bijzondere is natuurlijk dat deze groep opdrachtgevers niet van samenstelling verandert. Hoogstens krimpt het aantal eenheden door fusies van gemeenten en waterschappen en krimpt daardoor het aantal opdrachtgevers. De omvang van de markt in dit deel van de bouwnijverheid is lang gezien als een fenomeen dat eenzijdig door de opdrachtgevers is bepaald. Deze opvatting zit er stevig ingesleten. Een voorbeeld kan dit verduidelijken. Een aantal jaren geleden deed het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid een onderzoek in opdracht van een toen nog bestaande prijsregelende organisatie. Men was nieuwsgierig naar de marktomvang in de toekomst en tegelijk moest een inzicht worden gegeven in het wel en wee van de bedrijven die de sector bevolkten. Het ging om de droge waterbouw. Het rapport was klaar en gaf – al zeg ik het zelf – een goed beeld van de toekomstige ontwikkelingen op de markt en een helder zicht op de structuur van de sector. Dat vond de opdrachtgever ook. Alleen er waren nog een paar kleine opmerkingen. En we hadden ons vast vergist. Op een aantal plaatsen in het rapport repten de onderzoekers over de vraag op de markt, maar dat zou toch wel het aanbod (van werk) moeten zijn. Over ingeslepen opvattingen gesproken. Maar ook logisch als het werk verkregen wordt door het uitrekenen van een bestek en deelname aan aanbestedingen.

Als we nu de vraag zouden stellen of het bijvoorbeeld in de gww door een andere wijze van aanbesteden anders gaat, weet ik wel het formele antwoord. Er wordt meer en meer innovatief aanbesteed. Of dat ook werkelijk zo is?

Je kunt nog steeds op grote schaal bestekken aanvragen. Veranderingen gaan langzaam en vergen veel tijd en gewenning. Wat is er bovendien tegen dat een opdrachtgever goed weet wat hij wil en dat ook netjes in een bestek vastlegt. Veranderen moet geen dogma zijn. Hoe lang zal het duren, dat in de beleving van bouwbedrijven in een marktbeschouwing de begrippen vraag en aanbod met elkaar verwisseld lijken. Een beleving die bouwbedrijven kennelijk op deze markt hadden. Of hebben?

Reageer op dit artikel