nieuws

Middenbedrijf houdt zich goed staande

bouwbreed Premium

Volgens de trendwatchers van vijfentwintig jaar geleden zou het middenbedrijf in de bouw op dit moment niet meer bestaan. Het zou fijngewreven zijn tussen het grootbedrijf en de kleintjes. En de kleintjes zouden eigenlijk alleen nog specialistische werkzaamheden verrichten voor de grote jongens. Want dat was een andere voorspelling, in het bijzonder kleine bedrijven zouden […]

Volgens de trendwatchers van vijfentwintig jaar geleden zou het middenbedrijf in de bouw op dit moment niet meer bestaan. Het zou fijngewreven zijn tussen het grootbedrijf en de kleintjes. En de kleintjes zouden eigenlijk alleen nog specialistische werkzaamheden verrichten voor de grote jongens. Want dat was een andere voorspelling, in het bijzonder kleine bedrijven zouden er goed aan doen zich te specialiseren.

Kijken we nu naar de actuele structuur in de sector dan blijken beide fenomenen nog niet te hebben plaatsgevonden. De onmiskenbare groei in omvang van wat toch al de grootste bedrijven waren heeft zich de afgelopen 25 jaar weliswaar voortgezet, het middenbedrijf en daaronder steeds weer nieuwe is er nog steeds. Ook het aantal onderaannemers – in zeker opzicht te beschouwen als specialistisch bouwbedrijf – nam toe evenals hun aandeel in de productie en het aantal werknemers, maar die vorm van specialisatie bedoelden de watchers niet. Het middenbedrijf handhaafde zich verdienstelijk. In de b&u echter wel veel beter dan in de grond-, water-

en wegenbouw.

Het aandeel van het zelfstandige middenbedrijf is in de loop van de jaren wel een aantal procenten gekrompen. Rekenen we echter de zelfstandig opererende middenbedrijven die onderdeel zijn van een concern mee dan heeft dit segment van de bedrijfstak zich zeer goed staande gehouden. Het blijkt dat het grootste deel van de orders in de bouw kunnen worden uitgevoerd door kleine en middenbedrijven. Zij kunnen op tegen de concurrentie van het grootbedrijf.

De schaalgrootte blijkt niet

Kijk je naar de samenstelling van productiefactoren en de mate waarin hoofdaannemers met eigen personeel voor de productie tekenen dan is dat ook niet verbazend.

Veel opdrachtgevers hebben een voorkeur voor

niet te grote bedrijven. Bedrijven met korte lijnen en een groot improvisatievermogen.

Het improvisatievermogen is een kenmerk dat de hiervoor genoemde trendwatchers eigenlijk als een minpunt voor de bouw beschouwen. Improviseren verwijst naar een gebrek aan goede voorbereiding en een niet geölied productieproces.

In een gesmeerd lopend proces zou weinig behoefte zijn aan improviseren. Kijken we naar de specialisatie. Goed beschouwd is deze onder hoofdaannemers niet echt zichtbaar. Natuurlijk is er de tweedeling b&u en gww, maar bijvoorbeeld binnen de b&u zijn vrijwel alle aannemers te kenmerken als algemene aannemers. Zij bouwen woningen, kantoren, bedrijfshallen, doen aan renovatie en uitbreiding en vooral ook onderhoud. Kenners verklaren de geringe neiging tot specialisatie door te wijzen op het geringe verschil in techniek tussen de verschillende bouwwerken. Je kunt door meer ervaring in de ene richting efficiënter werken dan in de andere. Het vakmanschap van de werknemers is in alle gevallen vrijwel hetzelfde.

De tweede reden voor het niet-specialiseren ligt in het streven om een continue orderstroom te hebben in een beperkt gebied. Er zijn overigens zeker bedrijven die zich in het bijzonder richten op bijvoorbeeld de bouw van scholen, sportaccommodaties of een bepaald type woning. Daarbij zijn er die dit zeer succesvol doen. Vrijwel altijd houdt men echter dan toch een lijntje naar andere activiteiten om in geval van stagnatie op het gespecialiseerde terrein te proberen het bedrijf in de race te houden. Overigens kunnen we dit ook als een geslaagde wijze van improviseren beschouwen.

Het voorgaande laat weer eens zien hoe moeilijk het is om in de toekomst te kijken. Zelfs voor mensen die daar hun vak van gemaakt hebben. Bij het verspieden van de toekomst speelt bewust of onbewust de actuele ontwikkeling een belangrijke rol. Dit geldt ook voor de opvatting die men heeft over een gewenste ontwikkeling. Als die in de richting gaan van een goed georganiseerd grootbedrijf met veel mogelijkheden voor investeringen en innovaties is het verleidelijk dit te vertalen in een (gewenste) trend. Daar moet je altijd goed voor oppassen.

Buur Consultancy, Hoorn

a.buur@hccnet.nl

Reageer op dit artikel