nieuws

Bescheiden stap voorwaarts voor b&u in 2005 Economisch instituut houdt rekening met groei van krap 3 procent

bouwbreed Premium

amsterdam – De Nederlandse woning- en kantorenbouwers hebben vorig jaar maar weinig vooruitgang geboekt. De binnenlandse omzet bleef steken op 25,6 miljard euro, 100 miljoen euro minder dan het jaar ervoor. De winstmarge steeg wel, van 4,0 naar 4,5 procent.

Dat blijkt uit cijfers van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB).

Dit jaar, 2005, verwacht de b&u-sector wel een stap voorwaarts te kunnen maken, zij een zeer beperkte. Rekening wordt gehouden met een omzet van 26,3 miljard, een groei van nog geen 3 procent. De omzettoename komt van de middelgrote en grote bouwbedrijven; het kleinbedrijf levert naar verwachting voor het vierde opeenvolgende jaar in.

“Met name het grootbedrijf, dat een omzetstijging van 5 procent verwacht, is optimistisch gestemd. Het middenbedrijf verwacht een groei van 3 procent. Het kleinbedrijf rekent echter op een omzetdaling van 4 procent”, aldus het Amsterdamse onderzoeksbureau.

De grote boosdoener in 2004 was de kantorennieuwbouw. De aanhoudende malaise op die markt zorgde voor een omzetdaling van 8 procent. De positieve ontwikkelingen op de nieuwbouwwoningmarkt konden dat niet goedmaken.

De b&u-sector zag de winstmarge in 2004 toenemen tot 4,5 procent. Dat was vooral te danken aan het grootbedrijf, dat door efficiencyverbeteringen de marge kon optrekken van 4,6 naar 5,8 procent. De bouwers in het mkb maakte qua winstontwikkeling een pas op de plaats.

Het merendeel van de bedrijven bleef vorig jaar buiten de zogenoemde rode cijfers, maar het aantal daalde wel flink, aldus het EIB.

In totaal boekte slechts 63 procent van de ondernemingen in de b&u-sector een positief resultaat. Vooral het aantal winstmakende mkb-bedrijven nam af.

Het EIB constateert dat het vizier van de b&u-sector steeds meer gericht staat op onderhoud, herstel en verbouw. In 2004 was deze markt goed voor 30 procent van de totaalomzet, oftewel 7,8 miljard euro. Vier jaar geleden tekende de onderhoudsmarkt nog voor 24 procent van de omzet.

Van oudsher richten vooral de kleinere bouwbedrijven zich op onderhoud en herstel, terwijl de grotere bedrijven het grootste deel van de nieuwbouw voor hun rekening nemen. Dat is nog altijd zo, al krijgt het grootbedrijf ook steeds meer interesse in onderhoudswerk.

TABELKOP:Omzet klein-, midden- en

grootbedrijf 2004 en

verwachting 2005

klein4,74,5

midden9,19,4

groot11,812,4

totaal25,626,3

Reageer op dit artikel