nieuws

Aanbestedingsregels gericht op belangen van marktdeelnemers

bouwbreed

Wat was ook al weer het doel van het aanbesteden? Het is altijd nuttig deze vraag te stellen. Professor Wedekind verwoordde het in zijn afscheidsrede als hoogleraar aanbestedingsrecht als volgt: voornamelijk omdat we deel uitmaken van de Europese Unie en daarom vanwege de interne markt een steeds verdere marktopenstelling dient plaats te vinden. Ons bedrijfsleven moet ongehinderd elders kunnen opereren en buitenlanders moeten dat bij ons kunnen doen.

Maar het zou ook anders gezegd kunnen worden: de aanbestedingsregels zijn er niet zozeer voor de overheid, maar zijn gericht op de belangen van de marktdeelnemers, die tot de markt moeten kunnen toetreden. Dat laatste wordt in al het geklaag (waarvan ik overigens niet beweer dat dit geheel onterechte gebeurt) over de vele aanbestedingsregels wel eens over het hoofd gezien.

Met de titel van zijn afscheidsrede (Aanbesteden, het blijft een hele opdracht) knoopte Wedekind direct aan bij die van zijn intreerede: Aanbesteden, een hele opdracht, uit 2000. We zijn er volgens hem namelijk nog lang niet met het aanbesteden, ondanks alle beleidsvoornemens, nieuw ingezet beleid, nieuwe regelgeving en veel rechtspraak, blijft er enorm veel werk te doen. De overkoepelende boodschap was dan ook: maak het niet nog ingewikkelder dan het al is.

Uitgangspunten

Wedekind onderscheidt een aantal uitgangspunten. Om te beginnen de grotere belangstelling voor dit vakgebied. Daaraan verbindt hij onmiddellijk een waarschuwing: het is winst dat er zoveel op verschillende niveaus belangstelling is voor het aanbestedingsrecht, maar men hoede zich tegelijkertijd voor spraakverwarring.

Anders dan politici wel zeggen, is aanbesteden, aldus Wedekind, niet identiek met aanbesteden. Ook is aanbesteden geen doel op zicht: het is een methode om concurrentie uit te lokken. Maar bij een imperfecte markt, waar maar enkele aanbieders zijn, heeft het optuigen van aanbestedingsprocedures in wezen minder zin, zeker wanneer Europa daar geen dwingende regels voor kent.

Waarom loopt aanbesteden niet zo goed? Wedekind wijst op factoren die hij ook al in 2000 noemde: taal-, cultuur- en juridische verschillen tussen de lidstaten. Voor Nederland in het bijzonder wijst hij op de volksaard, onze poldermaatschappij. Wij willen graag dingen samendoen en we zien het nut van de (Europese) aanbesteding niet altijd.

Een praktisch bezwaar, dat mogelijk mede verklarend is voor het slecht lopen van het aanbesteden, is de gebrekkige regeling dan wel het ontbreken van de mogelijkheid tot een dialoog tussen aanbesteder en inschrijvers. Geconstateerd kan worden dat dit een algemeen gevoeld bezwaar is.

Rechtsongelijkheid

Belemmerend voor een vlotte werkwijze in de aanbestedingswereld, het is een oud punt van Wedekind, is eveneens het grote (te grote) aantal aanbestedende diensten. Rechtsonzekerheid en rechtsongelijkheid zijn er gevolgen van.

Toegespitst op Nederland wijst Wedekind op een drietal grote ontwikkelingen. De niet aflatende stroom rechtspraak is de eerste ontwikkeling. Het is mooi dat uitspraken tegenwoordig snel toegankelijk zijn dank zij het internet, maar de inhoudelijk diversiteit ervan plaatst de praktische gebruikers van het aanbestedingsrecht wel weer voor moeilijkheden.

Wat de Nederlandse rechter in het bijzonder betreft: deze heeft er veelal moeilijk mee, zegt Wedekind. Veel aandacht wordt door rechters geschonken aan de algemene beginselen van het aanbestedingsrecht (of dat goed of slecht is, laat Wedekind in het midden).

Ongunstig voor inschrijvers is in ieder geval dat rechters de aanbestedende dienst soms te veel ruimte laten. Een marginale toetsing is daarvan het gevolg en dat is dan weer gevaarlijk voor de beginselen van transparantie en gelijkheid. We zien in onze rechtszalen dan ook een permanente strijd tussen �rekkelijken en preciezen�.

Als tweede ontwikkeling is daar de Europese regelgeving. Het duurde vier jaar voor Europa er uit was, zodat met een wetgevend pakket gekomen kon worden. Geconstateerd kan echter worden dat de eerste wijzigingen al weer zijn gepubliceerd.

Naar aanleiding van de Parlementaire enquête bouwnijverheid is er een tweedeling gekomen in de aanbestedingsregelgeving: BOA en Bass (de implementatie van de Europese regels) en Aanbestedingswet. Wedekind betreurt deze tweedeling omdat marktdeelnemers eerst moeten inspelen op de �louter� implementatieregelgeving in een tweetal Algemene Maatregelen van Bestuur, en vervolgens weer een jaar of wat later op weer nieuwe wetgeving dienen in te spelen. Dat brengt kosten en nieuwe juridische onzekerheden met zich.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels