nieuws

Wil je mij de krokodillenklem even aangeven

bouwbreed

leiderdorp – Paardenlul, rattenstaart, ramshoorn en krokodillenklem schijnen op het eerste gezicht krachttermen uit het Groot Nederlands Scheldwoordenboek. Een misverstand. De woorden horen tot het bouwvakkers-jargon. Piet Herpertz, de man die een kleine 700 van zulke begrippen verzamelde en te boek stelde, gaf het de titel Beestachtige Bouwkundige Benamingen.

In zijn woonkamer in Leiderdorp bladert Herpertz (80) tevreden door het boek waaraan hij jaren heeft gewerkt. Het telt 135 bladzijden en op elk van die pagina�s staan begrippen die een brug slaan tussen de dierenwereld en de bouwnijverheid. Zo blijkt paardenlul de bargoense naam te zijn voor een baksteen met halve breedte en volle lengte. De dubbele haak die wordt gebruikt bij zware hijsklussen heet een ramshoorn, terwijl de dunne ronde vijl waarmee ronde of halfronde gaten worden gemaakt als rattenstaart door het leven gaat. “Telkens als ik zo�n woord tegenkwam, bewaarde ik het. Dat heb ik dertig jaar lang gedaan”, zegt Herpertz. “Ik had er een map voor. Daarop stonden de letters BBB, Beestachtige Bouwkundige Benamingen.”

Het begrip bouw heeft Herpertz ruim bemeten. Een deel van de woorden die hij in zijn collectie opnam, komt uit scheepsbouw, meubelmakerij, wagenbouw en installatietechniek. Zo wordt de krokodillenklem gebruikt voor tijdelijke elektrische aansluitingen en is de krekel synoniem voor het instrument waarmee timmerlui in vroeger dagen de naaf van een wagenwiel uitboorden.

Van enkele begrippen is de �beestachtigheid� dubieus. Wat heeft een katrol met een kat te maken of een lamelvloer met een lam? “Wat hebben haaietanden, je weet wel die witte driehoeken bij sommige kruispunten, met een haai te maken?”, repliceert de lexicoloog. Zijn echtgenote Arjanne die actief betrokken was bij de totstandkoming van het boek: “Het gaat er om dat in zo�n woord de naam van een dier te herkennen is.”

Veelal betreft het termen die in de loop der jaren in onbruik zijn geraakt. Andere komen alleen voor in een bepaalde streek. Rammelaar bijvoorbeeld is de streekgebonden benaming voor het schietlood dat bouwvakkers gebruiken om onder meer kozijnen te stellen. “Omdat ik het jammer vind dat zulke woorden in de vergetelheid beginnen te raken, heb ik dit boek geschreven”, legt Herpertz uit. “Ik hoop dat zo een stukje bouwcultuur bewaard blijft.”

De uitgave in eigen beheer, loopt als een trein. Van de 500 exemplaren die hij liet drukken zijn er inmiddels 350 verkocht. “Er was iemand die nam er meteen 85, als kerstcadeautje voor zijn personeel”, zegt de auteur glimlachend. “Het gaat zo goed dat ik overweeg om er nog maar 300 bij te laten drukken.”

Herpertz belangstelling werd gevoed tijdens een levenlang bouwen. Als joch van 13 leerde hij timmeren, volgde verschillende opleidingen in de avonduren en klom op van timmerman tot directeur van een architectenbureau. “Als jongen kreeg ik op de ambachtschool les van een klein vakmannetje dat geregeld dierennamen gebruikte. Dat is me altijd bijgebleven. Hij heeft als het ware de basis gelegd voor mijn verzameling. “

Het duurde lang voordat hij zich achter de computer zette om zijn collectie in kaart te brengen. Na zijn pensionering, bijna 20 jaar geleden, bleef hij werkzaam als adviseur en docent. “Bouwen is altijd mijn lust en mijn leven geweest. Ik ben nog steeds betrokken bij een aantal bouwprojecten.” Tegelijkertijd gaat zijn verzamelwoede gewoon door. “Toen ik klaar was met mijn boek, ontdekte ik dat er nog een aantal Beestachtige Bouwkundige Benamingen bestaat, die ik niet heb opgenomen. Die komen misschien in de volgende druk.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels