nieuws

Walraven: Toekomst voor architectonisch beton

bouwbreed

delft – “De toekomst ligt bij architectonisch beton. De sterkte van het materiaal is vrijwel uitontwikkeld. Verder kunnen we -de andere kant op- nog wat meer naar de kosten kijken. Blijft over de schoonheid van beton en leuke dingen als transparant beton”.

Prof.dr.ir. Joost Walraven, hoogleraar Bouw- en Betonconstructies van de Technische Universiteit Delft, ziet nieuwe betonsoorten in het verschiet. Na het toepassen van betonnen gevelbeplating, gevels met print en ander schoon beton wordt hier en daar druk geëxperimenteerd met doorzichtig beton.

Zo is er een betonnen wand, die transparant is gemaakt door het toepassen van glasvezelkabels. Als er maar genoeg van die dunne draadjes in het beton zijn verwerkt, kan men aan de andere kant van de wand schaduwen zien. En ook anderen maken beton transparant door glas toe te passen.

“Ik zie grote mogelijkheden”, zegt Walraven. “Het beton van tegenwoordig lijkt natuurlijk in niets meer op het beton waarvan woonblokken in Oost-Europa of zogenaamde naoorlogse nieuwbouw zijn opgetrokken. Beton is een prachtig, eigentijds materiaal.” Hij is allesbehalve ontevreden met de vlucht die vooral sterkere betonsoorten nemen.

In relatief korte tijd is beton ontwikkeld van een sterkte van B65 tot B200. Nu de toepassing nog. Rijkswaterstaat bijvoorbeeld is �heel erg geïnteresseerd�.

Overgeslagen

“De stap van B65 naar B100 is gezet. De Fransen hebben B200 ontwikkeld en hebben als het ware de stap naar B100 overgeslagen. Maar het is vrijwel onmogelijk verder te gaan. B200 zit tussen staal en beton in. Ga maar na: In een kubieke meter zit 120 kilo staalvezels.”

“Die vezels hebben een lengte van 13 millimeter en een diameter van 0,16 millimeter. De staalvezel heeft een lengte van in totaal 800 kilometer per kuub. Maar dat betekent ook, dat het staal in ultrahogesterktebeton 60 procent van de prijs uitmaakt.”

Door het toepassen van steeds vernieuwde superplastificeerders en stabiliseerders is beton uiteindelijk veel sterker geworden. Maar, aldus Walraven, ook kostbaar. Logischerwijs is er nu ook een omgekeerde beweging aan de gang: beton van geringe sterkte, maar dat wel heel goedkoop is.

Walraven meent, dat hogesterktebeton bij een integrale kostenberekening helemaal niet zoveel duurder hoeft te zijn dan beton van gewone sterkte.

“Er is veel terug te verdienen. UHSVB (ultrahogesterktevezelbeton) is veel lichter en de duurzaamheid is groot. Samen met Spanbeton hebben we damwanden gemaakt van 45 mm dik. Gewone damwanden zijn 120 mm en niet te stapelen. Dat scheelt enorm, alleen al in het vervoer.” Een andere recente ontwikkeling is met kunststofvezels versterkt beton. Dat levert een elastisch materiaal op. In de Verenigde Staten is met succes veel onderzoek verricht. En er is daadwerkelijk een brug van dat beton gebouwd.

Hoewel Walraven vindt, dat de belangstelling voor innovaties in Nederland en met name bij Rijkswaterstaat �zeer behoorlijk� is, mogen er wat hem betreft meer noviteiten in de praktijk worden toegepast: “We hebben nu deuren van de stormvloedkering in de Oosterschelde bedacht van beton, die veel duurzamer zijn en binnen vijftien jaar op besparing van onderhoudskosten zijn terugverdiend. In plaats van alle vijftien wordt er nu één geplaatst om te testen. Dat is jammer.”

“Internationaal lopen we in Nederland niet achter. Maar er mag meer geld komen voor onderzoeken. In landen om ons heen, Duitsland bijvoorbeeld, gebeurt dat wel. We doen nu samen met de universiteit van Karlsruhe een onderzoek naar vermoeiing en duurzaamheid van UHSVB. Het zou mooi zijn als we in Nederland een brug konden bouwen. De kennisuitwisseling is weliswaar goed, het zou mooi zijn als we zelf deelonderzoeken konden uitvoeren”.

Het zou mooi zijn als we zelf deelonderzoeken konden uitvoeren

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels