nieuws

Waarschuwingsplicht voor uitblijven van deugdelijke directie

bouwbreed

In de standaard voorwaarden, vaak van toepassing verklaard op overeenkomsten in de bouw, zijn de rechten en plichten van de diverse partijen opgenomen. Zo staat in de UAV 1989, paragraaf 3, te lezen dat het toezicht op de uitvoering en op het naleven van de overeenkomst een taak is van de directie en dat deze […]

In de standaard voorwaarden, vaak van toepassing verklaard op overeenkomsten in de bouw, zijn de rechten en plichten van de diverse partijen opgenomen.

Zo staat in de UAV 1989, paragraaf 3, te lezen dat het toezicht op de uitvoering en op het naleven van de overeenkomst een taak is van de directie en dat deze in de plaats kan treden van de opdrachtgever. Maar wat is de feitelijke situatie indien de directie ermee ophoudt? Leidt dit mogelijk tot extra verantwoordelijkheid voor de aannemer?

De mogelijke extra verantwoordelijkheid was aan de orde in een zaak voor de Raad van Arbitrage op 24 juni 2005 (nummer 25.577).

In die zaak hadden opdrachtgevers aangegeven directie te zullen voeren, al dan niet gezamenlijk met de architect. De opdrachtgevers staakten de directievoering echter op enig moment. Kon het stoppen van de directievoering aan de opdrachtgevers worden toegerekend, met andere woorden, waren de consequenties van het uitblijven van de directievoering iets wat slechts voor rekening van de opdrachtgevers kwam of leidde dit ook tot extra verantwoordelijkheid voor de aannemer?

Het ging in deze zaak om een uitvoerig restauratieproject waarbij in de het lijn der verwachting lag dat er veel onvoorziene aanpassingen en veel meerwerk zou dienen te worden uitgevoerd.

Op enig moment hebben opdrachtgevers, om moverende reden, de directievoering gestaakt en nadien vond er nauwelijks meer overleg plaats tussen opdrachtgevers, architect en aannemer. Wel heeft de aannemer desgevraagd specificaties van zijn werkzaamheden gezonden alsmede een overzicht van werkzaamheden vallende onder de laatste termijnen. Daaruit zou zijn gebleken dat de aannemer vanaf de aanvang van het werk te hoge bedragen aan opdrachtgevers zou hebben gefactureerd en dat door beide partijen sedert enig moment geen sturing meer is gegeven aan de uitvoering van het restauratiewerk. Ook zouden de opdrachtgevers nagenoeg niets hebben gedaan om in goed overleg met de aannemer inzicht te krijgen in het verloop van de kosten en de te verrichten betalingen.

Arbiters rekenen de opdrachtgevers dan ook zwaar aan dat zij gestopt zijn met de directievoering over het restauratiewerk en bovendien, terwijl de aannemer voldoende onderbouwing van zijn specificaties had gezonden, de opdrachtgevers zich onvoldoende zouden hebben ingespannen om inzicht te krijgen in het verloop van de kosten. Opdrachtgevers zouden overleg en beslissingen keer op keer hebben uitgesteld en betalingen aan de aannemer hebben opgeschort met het argument dat de opdrachtgevers geen zicht hadden op de kosten.

Arbiters stellen – kort samengevat – dat het bij een werk van deze aard het voor de hand ligt dat door de directie strak wordt toegezien op de kwaliteit van de uit te voeren werkzaamheden en dat de directie er zorg voor draagt dat partijen inzicht hebben op het verloop van de kosten vanwege de vele aanpassingen ten opzichte van het oorspronkelijk opgedragen werk.

De tekortkomingen die opdrachtgevers een half jaar na oplevering stellen hadden zij bovendien in een veel eerder stadium aan de aannemer kenbaar moeten maken.

Mij dunkt- afgaande op de tekst van de publicatie – dat deze opdrachtgevers hadden moeten bepleiten dat de aannemer uitdrukkelijk voor de tijd- en geldconsequenties had moeten waarschuwen. Immers, op de aannemer rust ingevolge de UAV, een waarschuwingsplicht, onder meer bij klaarblijkelijke tegenstrijdigheden tussen onderdelen van bestek en voortvloeiend uit eigen onderzoek bij klaarblijkelijke fouten of gebreken. Daarbij heeft de aannemer een waarschuwingsplicht bij het constateren van verschillen in de bestaande toestand.

Ook is door arbiters het bestaan van een precontractuele waarschuwingsplicht opgenomen.

Ik denk dat de aannemer in deze de opdrachtgevers schriftelijk had moeten waarschuwen voor de gevolgen van het uitblijven van deugdelijk directietoezicht en daarbij had kunnen waarschuwen voor meerwerk en onduidelijkheid. Ik sluit dan ook niet uit dat van de aannemer in deze ook een belangrijke rol verwacht had kunnen en mogen worden, afhankelijk uiteraard van de hoedanigheid van opdrachtgever en directie.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels