nieuws

Reputatie corporaties onder druk

bouwbreed

Woningcorporaties worstelen met een slechte reputatie. Ze zouden te weinig woningen bouwen. Uitwassen in de sector, zoals fraude, worden niet of te laat aangepakt. Het intern toezicht zou tekort schieten. De salarissen van directeuren liggen onder vuur. En ten slotte zouden corporaties zijn �losgezongen� van hun cliënten, huurders die op een goedkope woning zijn aangewezen. […]

Woningcorporaties worstelen met een slechte reputatie. Ze zouden te weinig woningen bouwen. Uitwassen in de sector, zoals fraude, worden niet of te laat aangepakt. Het intern toezicht zou tekort schieten. De salarissen van directeuren liggen onder vuur. En ten slotte zouden corporaties zijn �losgezongen� van hun cliënten, huurders die op een goedkope woning zijn aangewezen. Je zou kunnen spreken van een �legitimiteitscrisis� in de corporatiesector.

Opmerkelijk is dat alle pogingen tot nu toe vanuit de sector om tot reputatieherstel te komen contraproductief blijken te zijn. Een voorbeeld. Er is als reactie op externe kritiek dringend behoefte aan een nieuwe, scherpere bedrijfstakcode, waarin het maatschappelijk functioneren van corporaties gekoppeld is aan het lidmaatschap van Aedes.

In 2003 gaat de Commissie Streppel aan de slag die voor de zomer van 2004 rapporteert. De nieuwe code wordt geagendeerd, maar besluitvorming binnen Aedes blijft uit. Veel corporaties vinden zo�n scherpere code bij nader inzien helemaal niet nodig. Er komt een tweede commissie, de Commissie Sas, die in 2005 in korte tijd met vergelijkbare adviezen komt. Opnieuw liggen de voorstellen ter besluitvorming voor. Concrete initiatieven om tot reputatieherstel te komen stranden met andere woorden op intern verzet. En extern wordt dat natuurlijk �begrepen� als “ze willen helemaal niet veranderen” en dat vergroot het probleem.

Wat kan de corporatiesector leren van de bouwsector?

Het terugwinnen van (maatschappelijk) vertrouwen vergt een schoon blazoen. Er moet een duidelijke streep worden gezet onder het �verleden�.

Ook al zijn corporaties private organisaties, zij zullen zich vanwege hun publieke taak veel meer moeten gedragen als publieke organisaties. Dus met een sterke oriëntatie op de maatschappelijke vraagstukken van de lagere inkomensgroepen en vanuit waarden en normen zoals die in de publieke sector worden gehanteerd. Dat betekent dat corporaties in een krimpende lokale sociale huurmarkt hun middelen vanzelfsprekend beschikbaar stellen aan collega�s met grote maatschappelijke opgaven. En dat betekent ook dat bijvoorbeeld salarissen meer moeten aansluiten bij die van de publieke sector dan de private.

Wat corporaties ook kunnen leren van de bouw is dat met z�n allen tegelijkertijd veranderen lastig is. Door actiever in te grijpen bij dreigende incidenten kan de sector zich een hoop leed besparen. Dat vergt wel dat corporaties bereid zijn elkaar de maat te nemen. “Naming, blaming and shaming”, dus. Als loyaliteit aan de sector een hogere waarde is dan het aanpakken van uitwassen, leert opnieuw de bouwfraude ons, dan treft elk incident de hele sector.

Het ontbreekt de woningcorporaties bovendien aan een gezamenlijk verhaal, een droom. Een mooie en heldere onderbouwing van het bestaansrecht. Juist het in de debat gaan daarover met de grote buitenwereld en met lokale klanten en belanghouders kan leiden tot de door de sector gewenste maatschappelijke verankering. Dat is anders dan hoe het nu gaat. Nu verdedigt de sector zich met klassieke argumenten tegen kritiek, maar met defensief gedrag herstel je een beschadigde reputatie niet.

Ten slotte is de samenleving buitengewoon gevoelig voor betrouwbaarheid en eerlijkheid.

Of misschien zijn de woorden oprechtheid en authenticiteit nog wel belangrijker. Dat betekent dat de voorlieden van de corporatiesector niet alleen maar hun lied moeten zingen, maar dat vooral met hartstocht moeten doen. Laten we de verzakelijking vooral persoonlijker maken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels