nieuws

Nogmaals: concessieovereenkomsten, overheidsbedrijven Hebly

bouwbreed

Een bedrijf dat in het Italiaanse Brixen een ander parkeerterrein voor de gemeente beheert, heeft de gemeente aangesproken op het achterwege laten van een aanbestedingsprocedure voor de gunning van het beheer van een bovengrondse parkeerplaats.

Het Hof van Justitie EG heeft zich in een arrest op 13 oktober (C-458/03) onder meer gebaseerd op zijn recente uitspraken over het gunnen van concessieovereenkomsten (Coname) aan semi-overheidsbedrijven (Stadt Halle).

Het gaat in Brixen om een concessieovereenkomst voor openbare diensten, die van de werking van de richtlijn is uitgesloten. De beheerder krijgt betaald door derden voor het gebruik van de openbare parkeerplaats. Het exploitatierisico ligt daarmee bij de dienstverlener en dat is het kenmerk voor een openbaredienstenconcessie.

De Europese rechter herhaalt de formulering uit Coname, dat bij een gunning van een concessieovereenkomst voor openbare diensten niettemin de fundamentele regels van het EG-recht in het algemeen in acht genomen moeten worden. De EG beginselen van gelijke behandeling en van non-discriminatie houden met name een transparantieverplichting voor de overheidsinstantie in.

Deze verplichting betekent, dat aan elke potentiële inschrijver een passende mate van openbaarheid wordt gegarandeerd, zodat de dienstenconcessie openstaat voor mededinging en de aanbestedingsprocedure op onpartijdigheid kan worden getoetst. Het volstrekt ontbreken van een oproep tot mededinging, zoals in het geval van Brixen, is niet in overeenstemming met de regels van het EG recht, aldus het Hof. (zie voor een interpretatie van het Conamearrest door de Nederlandse rechter Cobouw van 28 september jl.)

Een van de verweren van de gemeente en de concessiehouder betreft de status van de concessiehouder. De concessiehouder zou niet een van de gemeente onafhankelijk lichaam zijn en daarom zou het gemeenschapsrecht niet van toepassing zijn.

Onder verwijzing naar het arrest Teckal (C-1071/98) en Stadt Halle toetst het Hof dit argument aan twee voorwaarden: de concessieverlenende overheidsinstantie oefent toezicht uit op de concessiehouder zoals op haar eigen diensten én deze concessiehouder verricht bovendien het merendeel van zijn werkzaamheden ten behoeve van de instantie die hem beheerst.

Uit de toetsing van de eerste voorwaarde moet duidelijk zijn, dat de concessiehouder onder een zodanig toezicht staat, dat de concessieverlenende overheidsinstantie zijn beslissingen kan beïnvloeden. Het moet daarbij gaan om een doorslaggevende invloed op zowel de strategische doelstellingen als op de belangrijke beslissingen.

In deze zaak was de concessiehouder aanvankelijk een gemeentelijke instelling met een specifieke functie. De gemeente Brixen heeft de instelling in 2001 echter omgezet in een een marktgerichte onderneming, waarbij het toezicht van de gemeente is afgezwakt. Het werkterrein van de nieuwe vennootschap is aanzienlijk verruimd. Het Hof concludeert dan ook, dat niet aan de eerste voorwaarde is voldaan. De gunning is geen interne verrichting van de gemeente waarop het gemeenschapsrecht niet van toepassing is.

Zo komen de lijnen van de arresten Stadt Halle en Coname samen op de parkeerplaats van Brixen.

De afgelopen jaren was op deze plaats maandelijks de bijdrage te vinden die werd verzorgd door mr. Jan Hebly. Door drukke werkzaamheden zag hij zich gedwongen het stokje over te dragen aan zijn collega mr. Thijs Straatman.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels