nieuws

Vmboer moet sneller aan doe-onderwijs

bouwbreed Premium

woerden – Geef bouw en techniek een aparte plaats binnen het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo). Het bouw- en techniek-vmbo moet dan zo zijn in gericht dat leerlingen vanaf de eerste dag met hun handen leren werken.

Dat bepleit L. Rutten, beleidsmedewerker van FNV Bouw in het boek �Buiten gewoon geleerd�.

Het onderwijs dat hem voor ogen staat, lijkt op de manier waarop momenteel groenvoorzieners worden opgeleid. “Deze groene scholen zijn een goed voorbeeld van hoe �probleemleerlingen� opfleuren en het uitstekend doen”, stelt hij. “Deze scholen besteden naast enkele algemeen vormende vakken volop aandacht aan doe-onderwijs. Niet pas na twee jaar, zoals nu in het vmbo, maar vanaf het eerste jaar.” Rutten stelt voor dergelijke scholen over heel Nederland te spreiden.

Op het huidige vmbo is veel kritiek. Het onderwijs sluit onvoldoende aan op de beroepspraktijk en zou bovendien door het relatief hoge theoriegehalte ervoor zorgen dat veel jongeren hun opleiding niet afronden. Deze problemen doen zich vooral voor in de beroeps opleidende leerweg (bol) waarbij de leerlingen niet in de praktijk maar binnen de muren van een school worden onderwezen. Om hieraan paal en perk te stellen wil Rutte het onderwijs van begin af aan richten op de beroepspraktijk. Hij verwijst naar de manier waarop het techniek-onderwijs vroeger werd vormgegeven, de lagere technische school (lts). Deze had net als de school die hem voor ogen staat een praktisch karakter.

De FNV-er heeft niet alleen oog voor het onderwijs aan aankomende bouwvakkers. Hij besteedt ook aandacht aan het op peil houden van de kennis van ervaren personeel. Daarbij baseert hij zich op interviews die hij hield met timmerlui, kitters, voegers, grondwerkers en schilders. Uit die gesprekken kwam naar voren dat bouwvakkers vooral doeners zijn die het meest leren in de beroepspraktijk. Hij vindt dat er dan ook veel meer mogelijkheden zijn om bouwvakkers bij te scholen dan het houden van externe cursussen, zoals die geregeld worden gegeven. Opleidingen die, zo blijkt uit zijn onderzoek, niet voldoen. Een aannemer die Rutten interviewde zegt: “Mijn ervaring is dat de mensen met weinig nieuwe kennis terugkomen. Bovendien ligt het overgrote deel van mijn productie stil.”

Rutten stelt daarom voor dat het bouwplaatspersoneel zelf aangeeft wat het wil leren. Ook daarbij is de dagelijkse beroepspraktijk zijn uitgangspunt. “Als lerend werken een effectieve manier is voor nieuwkomers in de bouw, waarom dan ook niet meer aandacht voor het lerend werken van bouwwerknemers?”, vraagt hij zich af.

Reageer op dit artikel