nieuws

Uitbesteden

bouwbreed

Uitbesteden of zelf doen, het is een keuze die in iedere organisatie vroeg of laat aan de orde is. Belangrijke overwegingen bij het maken van een keuze zijn de omvang en frequentie van de betreffende activiteit. Is er het hele jaar door werk en kan opgebouwde kennis bijgehouden en vernieuwd worden? Het maakt in principe […]

Uitbesteden of zelf doen, het is een keuze die in iedere organisatie vroeg of laat aan de orde is. Belangrijke overwegingen bij het maken van een keuze zijn de omvang en frequentie van de betreffende activiteit. Is er het hele jaar door werk en kan opgebouwde kennis bijgehouden en vernieuwd worden?

Het maakt in principe niet uit of de organisatie die de keus moet maken privaat of publiek is. In beide gevallen zijn schaalgrootte en de daarmee samenhangende doelmatigheid doorslaggevende factoren. Zou je denken.

In de praktijk blijkt het toch even anders te liggen. Het is op veel plaatsen mode om op kosten te sturen, zoals dat heet. Er wordt dan een taakstelling geformuleerd om de kosten terug te brengen. Niet zelden worden daarbij de opbrengsten die voortvloeiden uit het proces waarvoor de kosten gemaakt werden te worden vergeten. Bovendien kan men zich afvragen, liepen al die weggesnoeide en afgevloeide medewerkers dan echt de hele dag uit hun neus te eten?

Dat kan er bij mij niet in. Met het buiten de deur plaatsen van een deel van de werkzaamheden wordt tegelijk het scheppen van toegevoegde waarde afgestoten. In deze toegevoegde waarde is een deel van de winst begrepen.

Bij de overheid hanteert men voor het afslankingsproces de term privatiseren. Werkzaamheden wor-

den voortaan uit-besteed. In een aantal gevallen zelfs met aansturing en al. De privatisering begon met het afstoten van uitvoerende werkzaamheden, vervolgens waren de ontwerpende en voorbereidende activiteiten aan de beurt en nu is het de beurt aan de toezichthoudende

taak. Gemeenten, provincies en Rijkswaterstaat zijn voorbeelden.

Hoeveel kennis kan je buiten de deur plaatsen zonder zelf helemaal droog te komen staan bij het beoordelen van het werk van opdrachtnemers. Hoe lang een bouwbedrijf dat vrijwel alle uitvoerende activiteiten heeft uitbesteed zich nog bouwbedrijf noemen? Maar vooral ook hoe lang kan concurrerend en met dezelfde waarborging van kwaliteit de markt bediend worden.

Schaalgrootte van overheidsorganen is onontbeerlijk als draagvlak voor eigen diensten. Continuïteit in kennis en kennisopbouw is vereist. Betrokkenheid van ambtelijke medewerkers is een groot pluspunt. Voorbereiding en toezicht moeten door de overheid bij voldoende schaalgrootte nooit uit handen worden gegeven. De trend is tegengesteld aan deze opvatting.

De overheid is niet gewend te redeneren in termen van toegevoegde waarde en winst. Daarmee ontbreekt een deel van de afwegingsfactoren die in de private sector een rol spelen bij het besluit tot uitbesteding. De trend in de besluitvorming bij de overheid is, dat de markt altijd beter functioneert dan een overheid die de tucht van de markt ontbeert. Tal van overwegingen die in het verleden leidden tot het onder de paraplu van de overheid brengen worden vandaag anders gewogen en hebben een afstoting van taken tot gevolg. In de private sector kan dit argument natuurlijk niet gebruikt worden. Toch wordt een vergelijkbare redenering toegepast. Binnen een onderneming kunnen afdelingen of activiteiten worden aangemerkt als niet behorend tot het zogenaamde primaire proces. Of met een te groot gevaar van leegloop gedurende delen van het jaar. Of met een te geringe mogelijkheid bij de tijd te blijven door een te geringe schaalgrootte. Stuk voor stuk redenen om buiten de deur geplaatst te worden.

De bouw is een uitstekend voorbeeld van het hiervoor aangeduide proces. Steeds meer specifieke taken worden uitbesteed. Dit gebeurt ondanks het gevaar van ondoelmatigheid door afstemmingsverliezen. Kennelijk is de ratio dat de uitbesteding van steeds meer taken uiteindelijk een beter bedrijfsresultaat oplevert.

De drijfveer van de uitbesteding is het verhogen van de doelmatigheid. Het afstemmingsverlies wordt beperkt door in een afgebakende kring van onderaannemers het werk uit te besteden. Onderaanneming kan in dit verband als een breed begrip worden aangemerkt, namelijk inclusief de toeleverende industrie.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels