nieuws

Overbescherming

bouwbreed Premium

De minister van VROM Sybilla Dekker heeft deze week aangekondigd dat zij de positie van huurders van woningen nog verder wil versterken. Ik wist niet eens dat de positie van onze huurders nog sterker kon. Mij lijkt dat zij zich heeft laten inpakken door de Woonbond, die met weinig betalende leden zich opwerpt als belangenbehartiger […]

De minister van VROM Sybilla Dekker heeft deze week aangekondigd dat zij de positie van huurders van woningen nog verder wil versterken. Ik wist niet eens dat de positie van onze huurders nog sterker kon.

Mij lijkt dat zij zich heeft laten

inpakken door de Woonbond, die met weinig betalende leden zich opwerpt als belangenbehartiger van alle huurders in dit landje.

In geen land ter wereld geniet een huurder van een woning zoveel bescherming als bij ons. Maar ja, we hebben er ook meer dan drie miljoen en dat is een belangrijk aantal zo vlak voor enkele verkiezingen.

Hoe is het mogelijk dat een vrouw als minister Dekker werkelijk denkt de positie van huurders nog meer te kunnen versterken. Als de positie van huurders ten opzichte van hun verhuurders nog sterker wordt, gaat het meer op machtsmisbruik van die huurders lijken dan op een redelijke zakelijke verhouding. En, daarmee is de wantoestand in ons woninghuurderslandschap geschilderd. De politiek ziet het verhuren van een woning nog steeds als een maatschappelijke taak, terwijl het in feite niet meer is dan een zakelijke transactie.

Verhuurder biedt een woning te huur aan en huurder wenst die te huren. Dan, tegen een redelijke huurprijs en tegen redelijke voorwaarden. Maar ja, de voorwaarden om een woning te huren zijn in Nederland vastgelegd in wetgeving met een dwingend karakter. De huurder hoeft nergens op te letten, want de overheid – via haar wetten – regelt alles.

De huurprijs vindt zijn oorsprong in wettelijke huurprijsberekeningen en jaarlijkse huurverhogingen, die niets met de verhuurpraktijk van doen hebben. Over de disfunctionerende huurcommissies wil ik het nog niet hebben. In de nieuwste plannen van de adviescommissie van ene mevrouw Leemhuis vindt u aanbevelingen om van huurders �stakeholders� te maken. In Nederland waar men denkt de Engelse taal goed te beheersen (!) vertaalt men dit woord in aandeelhouder. Echter in de Engelse editie van de Van Daale betekent dit woord: beheerder van de (gok) pot.

En fin, de huurder moet dus volgens de commissie Leemhuis als een soort aandeelhouder ten opzichte van de eigenaar-verhuurder optreden. Maar naar mijn mening loopt een aandeelhouder risico en ontvangt daarom dividend. Een huurder in ons landje loopt geen enkel risico, ook niet als de verhuurder failliet gaat. Dus deze vergelijking raakt volgens mij kant noch wal.

In de vermaledijde Overlegwet huurders/verhuurders is al veel te veel geregeld, dat in de praktijk niet functioneert. Ik stel voor om al die overbodige regels in het kader van de vermindering van regels ook overboord te zetten. Het Burgerlijk Wetboek en de Wetgeving voor huurprijzen van woningen regelen voldoende. Alleen de uitvoering daarvan door kantonrechters en huurcommissies verdient nog aanpassing aan de mores van 2005. Wij moeten af van de ouderwets socialistische, haast Leninistische, huurregels voor woonruimte. Deze regels hoeven niet super liberaal, maar wel zakelijk. Een verhuurder van woningen heeft net zoals bij andere beleggingen, recht op een redelijk rendement. Hij hoeft er geen geld bij te leggen. De hoogte van huurprijzen van woningen mag geen instrument meer voor inkomenspolitiek zijn.

Reageer op dit artikel