nieuws

De Polynorm-woning, ifd avant la lettre

bouwbreed Premium

eindhoven – Na vijftig jaar moeten de ruim tweehonderd Polynorm-woningen in Eindhoven eraan geloven. Ze werden gebouwd met een voor die tijd uniek bouwsysteem, een staalframe als hoofddraagstructuur. Twee originele exemplaren blijven te bewonderen. Ze worden gedemonteerd en herbouwd op het terrein van de TU Eindhoven.

Eind volgende maand gaan de eerste Polynorm-woningen in het Eindhovense stadsdeel Strijp tegen de vlakte. Nadat in 2004 het besluit tot sloop viel, ontstonden in de wijk allerlei ideeën om de woningen te behouden en werd de Stichting Bescherming Wederopbouwerfgoed Eindhoven in het leven geroepen. Het eindresultaat is dat er twee woningen voor het nageslacht worden bewaard. Ze worden na demontage herbouwd op het TU Eindhoven-terrein, naast een ander prototype van een staalskeletwoning.

Derdejaarsstudenten van de TU werken momenteel aan een demontageplan. De verwachting is dat dat over drie weken klaar zal zijn. “Het is een drukproef voor de slopers. Gestreefd wordt om de woningen in zo groot mogelijke delen uit elkaar te halen” aldus projectleider Polynorm ir. A.W.C. Timmermans van de faculteit Bouwkunde. De faculteit vormt samen met woonbedrijf SWS.HHvL en de Stichting Bescherming Wederopbouwerfgoed Eindhoven de werkgroep die zich met het behoud en de documentatie bezighoudt. De montage op het TU-terrein vindt op zijn vroegst eind november plaats.

Het systeem is in meerdere opzichten uniek, meent Timmermans. “Veel bouwsystemen die na de oorlog op de markt verschenen, kwamen niet verder dan een prototype. In deze Eindhovense wijk werden destijds meerdere bouwsystemen toegepast. Dit systeem was echter het eerste en enige van deze omvang op basis van een staalskelet dat industrieel werd vervaardigd.” De Polynormfabriek waar destijds de metalen profielen werden vervaardigd, maakt nog altijd onderdelen voor de auto-industrie. Ook bouwfysisch gezien was het systeem vooruitstrevend. “Alle holle ruimten zijn voorzien van een 5 centimeter dikke isolatie.”

Timmermans ziet de Polynorm-woningen die begin jaren vijftig zijn gebouwd door het Philips Woonbedrijf, als ifd avant la lettre. “Het is een droog montagsysteem. Vanaf de fundering is alles geschroefd. Alle binnenwanden zijn opgebouwd uit stalen stijlen, niks werd afgekit of gestuukt. De buitenbekleding bestaat uit betonplaten. Alleen monteurs waren op de bouwplaats te vinden.” Daarbij gaat het om een relatief lichte constructie. De stalen profielen zijn maar 1 millimeter dik. Qua uitstraling vertonen ze volgens de projectleider grote overeenkomst met het enkele jaren terug ontwikkelde Corus Star-Frame. Het dragend vermogen was uiteraard wel beperkt. Dat bleek bij een renovatie in de jaren tachtig. De flinterdunne constructie was niet berekend op zware betonpannen waarna uiteindelijk lichtere metalen pannen werden toegepast.

Naast de herbouw van de woningen zal vanuit verschillende vakdisciplines onderzoek plaatsvinden. “Ons doel is om in een aantal onderzoeksprojecten het systeem goed is documenteren. Dat gebeurt in boekvorm en als dvd. We hebben van de woningen alleen aanzichttekeningen. Studenten zullen zich gaan toeleggen op profiel- en detailtekeningen.” Naast bouwtechnische analyse zullen ook de succes- en faalfactoren en de bewonerstevredenheid letterlijk in beeld worden gebracht.” Daarom is ook samenwerking gezocht met de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht.

Timmermans heeft goede hoop dat het demonteren zonder problemen zal verlopen. “De constructies vertonen geen roestvorming. In de kruipruimte ziet het er nog perfect uit.” De woningen die in de snelle naoorlogse woningbehoefte moesten voorzien, hebben echter hun beste tijd gehad. De wanden zijn destijds voorzien van asbesthoudend plaatmateriaal en dat was een van de redenen tot sloop over te gaan. Daarbij gaat het om relatief kleine woningen (3,5 bij 6 meter).”

Geen navolging

Ondanks het feit dat de woningen de tand des tijds goed hebben doorstaan en Timmermans spreekt van “een succesvol bouwsysteem” kreeg het nooit navolging. Nader onderzoek moet daar meer duidelijkheid over verschaffen. Timmermans: “Een nieuw product moet je ook goed op de markt zetten. Uit een eerste inventarisatie blijken er toch wat aanloopperikelen te zijn geweest. Ook waren de productiekosten aan de hoge kant en liepen de eerste dertig woningen forse vertraging op. We willen achterhalen waarom het uiteindelijk geen succes werd.” De onderzoeksresultaten worden zomer 2006 gepresenteerd bij het vijfde lustrum van de TU Eindhoven.

Reageer op dit artikel