nieuws

Beoordelingsrichtlijn goed voor arbodiensten

bouwbreed Premium

den haag – Arbouw ziet niets in de beoordelingsrichtlijn waaraan arbodiensten momenteel werken. De arbospecialist van werkgevers en werknemers in de bouw vreest dat ondernemers met onredelijke eisen worden opgezadeld. De huidige problemen bij de keuring van kranen laten echter zien dat onderlinge afstemming van beoordelingscriteria wel degelijk nut heeft.

AANHEF_SUB:beschouwing

Afgelopen week presenteerde de Branche Organisatie Arbodiensten (BOA) een conceptrichtlijn voor de beoordeling van het arbobeleid bij ondernemingen. De brancheorganisatie wil met alle betrokken partijen een minimaal eisenpakket vastleggen waaraan het preventiebeleid van bedrijven moet voldoen.

Het initiatief vloeit voort uit de Arbowetgeving die per 1 juli is ingegaan. Volgens de nieuwe regels zijn werkgevers niet meer verplicht om samen te werken met een arbodienst. Zij kunnen in het vervolg zelf een preventiemedewerker aanstellen die naar eigen inzicht het arbobeleid vormgeeft. Hieraan is wel een verplichte toetsing gekoppeld door een arbodienst. De arbodiensten zitten nu met de handen in het haar. De nieuwe wet schrijft geen enkele minimumeis voor. De beleidsmakers op het ministerie van Sociale Zaken hebben besloten dat de markt dat zelf uit moet maken.

Het dilemma van de arbodiensten is niet nieuw. De branche voor kraankeuringen worstelt met hetzelfde probleem. Ook hier was sprake van een soort gedwongen afname. In de bouw voerde Aboma+Keboma alle keuringen uit. De Arbeidsinspectie hield het werk van de keurmeesters van Aboma+Keboma in de gaten en tikte de ondernemers op de vingers bij onrechtmatigheden.

Liberaliseren

In 1997 heeft Europese regelgeving het ministerie van Sociale Zaken ertoe gebracht de markt te liberaliseren. Momenteel zijn acht keuringsinstanties actief, maar een verbetering van de kwaliteit levert dat niet op. In tegendeel. De Inspectie voor Werk en Inkomen (IWI), een onderzoeksinstantie van Sociale Zaken, hekelde begin dit jaar de sector in het rapport �Hoog spel� en stelde dat de kwaliteit van de keuringen en daarmee de veiligheid van kranen niet meer kan worden gegarandeerd. De zorgen van het IWI over de kwaliteit van de kraankeuringen zijn het gevolg van een gebrek aan samenwerking in de branche. Bij de liberalisatie van de kraankeuringen is de sector gevraagd zelf toetsingscriteria te formuleren. Maar dat is niet gelukt omdat de keuringingsinstanties elkaar letterlijk de tent uit vechten.

Met het argument dat BOA onredelijke eisen zou stellen aan de preventiemedewerker heeft Arbouw nu de knuppel in het hoenderhok gegooid. Directeur C. van Vliet van de arbospecialist vreest dat vooral kleinere bedrijven het moeilijk zullen krijgen. Die moeten óf hun preventiemedewerker op cursus sturen óf een hoog opgeleide dure kracht aannemen om aan de eisen te voldoen.

Directeur T. Schoenmaeckers van BOA ontkent de beschuldiging. “Wij willen net als Arbouw onzinnige eisen voor de preventiemedewerkers voorkomen.” Het verwijt van Arbouw dat arbodiensten met de door henzelf geformuleerde eisen hun eigen cursusaanbod verplicht proberen te stellen, wijst Schoenmaeckers resoluut van de hand. “Arbouw is zelf bezig met vergelijkbare cursussen en opleidingen en wil zeker niet dat wij dat ook doen.”

BOA en Arbouw zijn nog �on speaking terms�, zo blijkt uit de zware delegatie van Arbouw op de bijeenkomst afgelopen donderdag in Slot Zeist waar BOA het voorstel van de beoordelingsrichtlijn presenteerde. Misschien is het beter dat zo te houden in plaats van te ruziën. Trapt de arbobranche in dezelfde val als de kraankeurders, dan hoeft het IWI over enkele jaren de titel van het rapport slechts te veranderen in �Gevaarlijk spel�.

Reageer op dit artikel