nieuws

Aparte fundering serre overbodig Toekomstvisie

bouwbreed Premium

schagen – Staalframebouwer FeNB2 heeft een geprefabriceerde serre ontwikkeld, die binnen enkele uren is te plaatsen. Het tijdrovende aanleggen van een aparte fundering is daarbij niet nodig. Door het relatief geringe gewicht is de serre ook als een uitkragende uitbouw op verdiepingshoogte in te zetten.

De bouw van een serre brengt doorgaans wekenlang overlast met zich mee voor de bewoners. Dat het beduidend sneller kan, laat Staalframebouwer FeNB2 uit Schagen zien. Kortgeleden plaatste het bedrijf in Schagen in korte tijd een aanbouwunit die af fabriek compleet was uitgevoerd met vloer- en wandverwarming. De prijs van de aanbouw is vergelijkbaar met de bouwkosten van een traditionele serre.

Bij de bouw van een serre volgens de traditionele methode kan doorgaans het oude kozijn opnieuw dienst doen. Veelal is het slechts een kwestie van het kozijn enkele meters verplaatsen. Dat is ook mogelijk bij de serre van FeNB2.

De staalprijs is een nogal bepalende factor voor de kostprijs. Maar het is niet zozeer het financiële voordeel wat dit systeem aantrekkelijk maakt. De beperking van de overlast wanneer de serre wordt geplaatst is minimaal. En dat is voor bewoners een argument dat telt. Met slechts weinig voorbereidend werk wordt de aanbouw in enkele uren geplaatst, of beter gezegd: opgehangen. Een fundering voor de uitbouw is niet nodig. Want de serre steunt ter plaatse van de (oude) gevel op de bestaande fundering en hangt aan de bovenkant met stalen strips aan de verdiepingvloer.

Relatief licht

De staalframes van vloer en wanden komen samen in een warmgewalst hoekprofiel, dat van boven naar beneden loopt. De serre heeft een gewicht van circa 2 ton, exclusief de nuttige belasting van 175 kg/m2. Veruit het meeste gewicht steunt af op de fundering van de woning. De rest van de spatkrachten wordt overgebracht op de bovenliggende vloeren.

“Daarom kan de serre met relatief lichte strips in de verdiepingvloer worden verankerd,” aldus Nico Bressers, directeur-eigenaar van FeNB2. “We hebben het dan nog over 1200 kilo, verdeeld over twee ankers.” De verankering vindt plaats door middel van twee 8 millimeter dikke strips (50×700 millimeter) van thermisch verzinkt staal, die in de verdiepingvloer worden vastgezet.

Op deze wijze is in Schagen binnen enkele uren de serre met behulp van een kraan over een woning getild en aan de achterzijde aan de gevel opgehangen. In een nieuwbouwsituatie moet het volgens Bressers mogelijk zijn dagelijks tien van dergelijke serres op te hangen.

De serre is in de fabriek van FeNB2 gebouwd. De wanden bestaan uit staalframe elementen van koudgewalst staalprofiel (100 millimeter). Tussen de profielen is glaswolisolatie aangebracht, vervolgens is de buitenzijde ingepakt in steenwol. Tegen het regelwerk aan de buitenzijde kan elke gewenste bekleding worden aangebracht.

Het glas aan de bovenzijde wordt ter plaatse gemonteerd. Gebruik is gemaakt van gasgevuld en warmtewerend isolatieglas. Het glas bestaat uit drie lagen, waarvan de onderste twee lagen elk 4 millimeter dik zijn en de bovenruit 6 millimeter dik.

Al bij plaatsing is de serre ivoorzien van vloer- en wandverwarming. Voor de wandverwarming is gebruik gemaakt van het Comfort Vite systeem, dat is ontwikkeld in samenwerking met staalproducent Corus. Dit systeem is ontworpen voor renovatie- en systeembouw en bestaat uit geprofileerde staalplaat die op de stijlen in de wanden zijn gemonteerd. De leidingen worden in de cannelures van het profiel geklikt, waarna de wand wordt afgewerkt met een plaatmateriaal.

Anhydriet vloer

In de serre ligt een anhydriet gietvloer die ter plaatse is gestort. Bressers: “Een geprefabriceerde vloer was trouwens ook mogelijk geweest. Anhydriet en staalframebouwvloeren vormen een ideale combinatie. Als je er overheen loopt is nauwelijks merkbaar waar de oorspronkelijke betonvloer overgaat in de anhydrietvloer. De verdichting is overal gelijk. Een zandcementvloer is technisch gezien een minder wenselijke oplossing voor staalframebouw omdat de verdichting van de specie voornamelijk in de bovenste laag plaatsvindt. Een voordeel is bovendien, dat anhydriet het water voor 97 procent chemisch bindt, het benadert dus een droge methode.”

De staalframebouw staat volgens Nico Bressers, directeur-eigenaar van FeNB2, aan het begin van een grote toekomst. “Voor het optoppen van flats en woningen is het een geaccepteerd systeem. Met deze aanbouwmodules zal het dezelfde richting opgaan. Dankzij de combinatie van een relatief lichte bouwmethode en de voordelen die prefab biedt, kunnen deze systemen voor dezelfde investering in veel kortere tijd worden gerealiseerd.”

Overigens spreekt Bressers bij voorkeur over aanbouwunits, omdat de systematiek feitelijk ook voor verdiepingsbouw geschikt is. Sterker nog, een bijna vergelijkbaar systeem heeft het bedrijf uit Schagen inmiddels toegepast bij de nieuwbouw van een woningcomplex in Zaltbommel. Aan de toekomstige eigenaren van deze zogeheten Wenswoningen was de keuze gelaten om het basisontwerp uit te breiden met aanbouwunits. In Zaltbommel maakten 28 eigenaren gebruik van deze optie.

In tegenstelling tot de serre die onlangs in Schagen is geplaatst, hebben de units in Zaltbommel een plat dak.

Reageer op dit artikel