nieuws

Mobiele brekers vechten strijd om belangen uit in verkeerde Arena

bouwbreed Premium

houten – De nieuwe beoordelingsrichtlijn (BRL) voor menggranulaten is uiterst moeizaam tot stand gekomen. Maar de procedures zijn volgens de meeste betrokkenen wel netjes gevolgd. En, wordt de bal teruggespeeld, de vereniging voor mobiele recycling BMR had behalve kritiek leveren ook wel eens zelf met een onderbouwd alternatief kunnen komen.

Beoordelingsrichtlijn 2506 is ingewikkeld, beaamt ir. P.K. van der Schuit. Erg ingewikkeld zelfs. Hij kent geen BRL die zich moeilijker laat doorgronden dan die voor menggranulaten. Het zijn opvallende woorden uit de mond van een gepokt en gemazeld kwaliteitsbewaker; directeur van certificeringsinstelling IKOB/BKB. Dat de gemiddelde sloper of breker heel wat meer moeite heeft met de nieuwe richtlijn voor menggranulaten, laat zich raden.

Maar de complexiteit heeft volgens Van der Schuit niets te maken met de manier waarop de BRL tot stand kwam. Vorige week kwam naar buiten dat dit een nogal moeizaam proces is geweest en dat er binnen het College van Deskundigen dat de richtlijn opstelde de afgelopen jaren menige brand moest worden geblust.

De complexiteit is volgens Van der Schuit vooral te wijten aan de aard van het Bouwstoffenbesluit en de specifieke categorie bouwstoffen waarom het gaat: de gesloopte en gebroken steenachtige materialen die een nieuwe bestemming moeten vinden, onder huizen, wegen of in in beton.

Een categorie materialen met een diffusere herkomst bestaat bijna niet. Zonder Komo-keur is daarmee door kwaadwillenden gemakkelijk te sjoemelen. Dit gevoegd bij het imagoprobleem van de branche maakt certificering essentieel, ook al vergt dat razend ingewikkelde statistiek.

Daarnaast lijkt er een oud schisma te spelen tussen de twee brancheorganisaties, die van de mobiele en de vaste brekers, de BMR en de BRBS. Bij de laatste sneuvelde vier jaar geleden al eens een directeur op de richtlijn. Tegelijkertijd legde de voorzitter van het College van Deskundigen zijn taak neer, omdat die er niet in slaagde de ruziënde brancheorganisaties op één lijn te krijgen.

Na een interim-periode waarin Van der Schuit de bijeenkomsten voorzat, werd oud directeur K. Nije van het CROW bereid gevonden de discussie weer op gang te krijgen.

Nije beaamt desgevraagd dat ook onder zijn bewind de twee partijen nog steeds teveel een economische strijd proberen uit te vechten via de BRL. “Maar daarvoor is een BRL of het College van Deskundigen helemaal niet het geschikte podium. Voor veel van de andere leden van het college, zoals certificeerders, opdrachtgevers, provincies en Rijkswaterstaat, was het soms bijna genant om erbij te zitten.”

Van der Schuit is uitgesprokener: “BMR-directeur Van der Put heeft de verkeerde arena gezocht voor zijn strijd. Hij probeert waterpolo te spelen op een voetbalveld en klaagt er bij zijn medespelers over dat er geen water is en dat de spelregels niet kloppen. In feite had hij zijn verdenkingen richting de concurrerende BRBS moeten neerleggen bij het ministerie van Economische Zaken of bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit, maar niet bij het College van Deskundigen.

Reageer op dit artikel