nieuws

Verbouw De Zwijger is complex krachtenspel

bouwbreed Premium

amsterdam – Het Amsterdamse pakhuis De Zwijger komt constructief weer op eigen benen te staan. De verbouw van het betonnen Rijksmonument waar de Jan Schaeferbrug dwars doorheen loopt, komt vooral neer op het herverdelen van de krachten.

Deze week werd na zeven jaar voorbereiding het officiële startsein gegeven voor de 12 miljoen euro kostende verbouwing. Het voormalige koelpakhuis aan de Oostelijke Handelskade, het enige nog resterende Amsterdamse pakhuis in betonbouw uit het interbellum, wordt in opdracht van Stadsherstel Amsterdam NV getransformeerd tot een �pakhuis voor de creatieve industrie met hoogwaardige technologische faciliteiten� voor professionals en publiek. Het complex dat 5000 vierkante meter vloeroppervlak beslaat, herbergt straks mediabroedplaatsen, kantoren en radio en tv-studio�s, drie zalen en een café/restaurant.

Het geesteskind van architect ir. J. de Bie Leuveling Tjeenk gold bij de bouw in 1933 al als een fraai staaltje betonbouw. Het tot Rijksmonument uitgeroepen pakhuis heeft een draagconstructie van gewapend beton in de vorm van paddestoelenkolommen. De 12 centimeter dikke betonnen gevelwanden zijn bekleed met halfsteensmuren voor een koelende werking.

De betonnen constructie blijft zo veel mogelijk zichtbaar. Het pakhuis krijgt wel een iets opener karakter. Door een glazen plint hebben bezoekers straks vanuit het café/restaurant zicht op de straat en de brug.

Uit evenwicht

Het pakhuis heeft aan twee zijden boven de fundering een uitkraging van ruim 4 meter. De Jan Schaeferbrug, de verbinding naar het Java-eiland die in 2001 dwars door het pakhuis werd aangelegd, en de omliggende nieuwbouw brachten het pakhuis letterlijk uit evenwicht. Het getailleerde gebouw – de betonnen paddestoelkolommen worden ranker naarmate je hoger komt – begon daardoor in horizontale richting te wijken. Een �tijdelijke� stalen verdiepingshoge constructie boven in het pand was uiteindelijk nodig om het overeind te houden.

Architect A. van Stigt spreekt dan ook van een “een complexe bouwkundige combinatie. Het hele gebouw hangt in feite aan de bovenste verdiepingsvloer. Door nieuwe gesloten constructieve betonnen wanden aan te brengen herverdelen we de krachten die weer naar beneden worden geleid.” Het pakhuis wordt onder andere ontlast door twee verdiepingsvloeren weg te halen waardoor tegelijkertijd een 9 meter hoge zaal ontstaat. “We maken in feite gebruik van de bestaande situatie. Er is een functie gevonden die past bij de vorm van het gebouw.”

A. van de Sluis van ingenieursbureau Van Rossum dat verantwoordelijk is voor de constructieberekeningen omschrijft De Zwijger als “een gebouw met een complex krachtenspel. Met voorspanning moet het pakhuis weer bij elkaar worden getrokken. De uitkragingen worden naar elkaar toe getrokken zodat het gebouw uiteindelijk weer op eigen benen komt te staan.”

Het vergt vooral logistiek de nodige voorbereiding. “De opbouw geschiedt van onder naar boven. Daarbij moeten de werkzaamheden plaatsvinden zonder dat het door en voor het gebouw gaande verkeer daar last van ondervindt.” Zo zal boven de weg onder andere een 40 centimeter dikke geprefabriceerde betonnen vloer moeten worden aangebracht. “Het wordt letterlijk en figuurlijk nachtwerk.” Bouwbedrijf De Nijs dat zorg draagt voor de bouwkundige uitvoering moet voor medio 2006, de start van het nieuwe cultuurseizoen, met het werk klaar zijn.

Reageer op dit artikel