nieuws

Vrijstelling combinatieovereenkomsten onderwerp van studie De Stichting Economisch Onderzoek (SEO) van de Universiteit van Amsterdam heeft in opdracht van het ministerie van Economische Zaken onderzoek gedaan naar de werking van het Besluit vrijstelling c

bouwbreed Premium

Op 26 november 2004 is naar aanleiding van het onderzoek door SEO een rapport verschenen onder de titel �Samen sterk of beter alleen?�. Het rapport is gepubliceerd op de documentatiesite van het parlement: parlando.sdu.nl. In 2002 had de Nederlandse Mededingingsautoriteit NMa ook al combinatievorming betrokken in een onderzoek naar kartelvorming in de bouwsector. Het SEO […]

Op 26 november 2004 is naar aanleiding van het onderzoek door SEO een rapport verschenen onder de titel �Samen sterk of beter alleen?�. Het rapport is gepubliceerd op de documentatiesite van het parlement: parlando.sdu.nl. In 2002 had de Nederlandse Mededingingsautoriteit NMa ook al combinatievorming betrokken in een onderzoek naar kartelvorming in de bouwsector.

Het SEO komt tot een dertiental conclusies en aanbevelingen (zie paragraaf 6.3 van het rapport). Een aantal conclusies zal hieronder de revue passeren.

Allereerst neemt de SEO de indruk weg van de Parlementaire Enquête Commissie Bouwnijverheid dat er sprake zou zijn van ongebreidelde combinatievorming. Wel constateert het SEO dat na 2001, na de parlementaire enquête, het aantal combinaties in de bouw is afgenomen.

Een andere belangrijke conclusie is dat voor grotere projecten combinaties vaker voorkomen dan voor kleinere projecten. Als aanbeveling wordt in het rapport gedaan dat de overheid bij voorgestane ontmoediging van combinatievorming moet waken dat aan vraagzijde in relatie tot de tijd geen overspannen marktsituatie ontstaan. Er dienen met andere woorden niet te veel grote projecten tegelijk in de markt gezet te worden in een kort tijdvak.

De redenen die aan combinatievorming ten grondslag kunnen liggen zijn uiteenlopend. Voor het werk is een specialisme nodig, technische capaciteit noodzakelijk, spreiding (technische) risico�s, en dergelijke. Het kan ook voorkomen dat de opdrachtgever verlangd dat het werk in combinatie wordt uitgevoerd.

Ook de SEO concludeert dat aanbestedende diensten vaak zelf lijken aan te sturen op combinatievorming. Dat zou te verklaren zijn uit het feit dat aanbestedende diensten zich beleidsmatig daartoe genoodzaakt voelen; er zou zoveel mogelijk in publiek private samenwerkingsverband dienen te worden aanbesteed. Ook zou de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie, waaronder het Holst Italia-arrest, maken dat combinaties toegelaten moeten worden.

De SEO deelt in haar conclusie niet het veelvuldig ingenomen argument dat combinatievorming op grond van het vrijstellingsbesluit zou leiden tot een verbetering van de mededinging, omdat door combinatievorming meer bedrijven kunnen meedingen naar een opdracht. Zij stelt dat het aantal inschrijvers als gevolg combinatievorming afneemt nu er niet zelfstandig wordt ingeschreven.

De vraag is of de SEO in het onderzoek stil heeft gestaan bij het feit dat bij grotere projecten de mededinging juist toe kan nemen in geval van combinatievorming. Daar zal het aanbod aan bedrijven doorgaans kleiner zijn en kan bij samenwerking in een combinaties tussen meerdere kleinere ondernemingen de mededinging in dat segment vergroot worden.

Als een kernprobleem signaleert de SEO dat de controle op de naleving van het vrijstellingsbesluit niet goed mogelijk is. De criteria dienen te worden aangescherpt, zodanig dat duidelijk is of een combinatie nu geoorloofd is of niet op grond van de Mededingingswet. Ook zou daarbij kritisch gekeken moeten worden of criteria, zoals capaciteitsgebrek en continuïteitsproblemen wel ten grondslag kunnen liggen aan combinatievorming.

De minister van Economische Zaken zegt in een brief op 25 januari 2005 aan de Tweede Kamer met belangstelling kennis te hebben genomen van de conclusies en aanbevelingen van de SEO en zich de komen de maanden zal beraden over de toekomst van de vrijstelling. Na overleg met de betrokken departementen en marktpartijen zal het kabinetsstandpunt naar de Tweede Kamer worden gestuurd.

De minister geeft nog aan daarbij rekening te houden met het onlangs in werking getreden generieke vrijstelling van het kartelverbod, alsook met de motie Gerkens waarin de regering verzocht te bevorderen dat beleidsregels worden vastgesteld met betrekking tot de generieke vrijstelling.

Reageer op dit artikel