nieuws

Rijkstoezicht frustreert woningcorporaties Uitbreiden

bouwbreed Premium

Minister Dekker (VROM) vindt dat corporaties te weinig bouwen. Ze heeft in de jaarverslagen bovendien een aantal overtredingen gesignaleerd. Dat leren de toezichtsbrieven over het jaar 2003 die de minister onlangs aan de corporaties heeft gestuurd. Die zijn breed uitgemeten in de pers. Maar zijn deze aantijgingen wel op zijn plaats? Volgens Hans van Harten maakt het rijkstoezicht corporaties ten onrechte tot mikpunt van discussie.

Pas deze week (1 februari 2005) is de toezichtsbrief verschenen waarin alles in een breder verband wordt geplaatst. Die is veel positiever van toon dan eerdere uitlatingen van het ministerie. Want wie de berichten van de afgelopen tijd heeft gelezen zal de overtuiging hebben gekregen dat corporaties massaal in de fout gaan.

Het blijkt dat 87 corporaties worden aangesproken. Om het in perspectief te plaatsen: bij zo�n 475 corporaties is er dus op voorhand niks aan de hand. En waar gaat het dan om? Vaak betreft het alleen het ontbreken van een toelichting in de jaarverslaglegging. Soms gaat het ook om activiteiten waarvan de corporatie veronderstelde reeds toestemming te hebben gekregen of waarover de corporatie zelf nog niet eens een besluit heeft genomen.

Verder gaat het in meer dan de helft van de gevallen om het niet rechtmatig verstrekken van leningen. Inderdaad, de regels staan niet toe om leningen te verstrekken. Maar hoe relevant is deze regel nog?

Bij het leningverbod onderkent het Ministerie onvoldoende dat corporaties dagelijks financieren, aflossen en beleggen. Het is niet goed te begrijpen waarom het verstrekken van een lening niet aan corporaties kan worden toevertrouwd. Los van dat het maar om een fractie van de financiën gaat, dienen de leningen bovendien vrijwel altijd een maatschappelijk doel, zoals het steunen van welzijnsorganisaties, tehuizen voor daklozen etcetera. De minister roept de corporaties bij herhaling op meer te doen aan wonen en zorg en aan de opvang van verslaafden en daklozen. Hoe valt dat dan te rijmen? Lokaal vallen deze activiteiten van corporaties doorgaans in goede aarde. Dat geldt ook voor de startersleningen die sommige corporaties verschaffen aan huurders die hun huis willen kopen. Dat mag ook niet. Heel gek, want corporaties mogen wel met flinke korting hun woningen verkopen, maar het aanbieden van een renteloze lening – die keurig wordt terugbetaald – mag weer niet.

Regels moeten worden gehandhaafd, maar het wordt tijd ook naar de ratio daarvan te kijken. Dit soort regels draagt er in elk geval niet aan bij dat corporaties maatschappelijke problemen kunnen oplossen.

De Minister velt ook oordelen over de bouwinspanningen van corporaties. Het is waar, er is te weinig gebouwd. Niet alleen door corporaties, ook door projectontwikkelaars en beleggers.

Het lijkt er overigens op dat het dal is gepasseerd, want de bouw trekt aan. Maar uit de toezichtsbrieven lijkt het erop alsof corporaties eenzijdig schuld hebben. Nergens wordt het bredere perspectief neergezet dat wetgeving en procedures de bouw ongelofelijk vertragen. Er ligt een schone taak voor de Minister zelf om daar wat aan te doen. Bovendien mochten corporaties tot voor kort niet in de duurdere segmenten van de markt bouwen en geen locaties aankopen zonder bouwbestemming. Dan valt er weinig te bouwen.

Corporaties geven jaarlijks naar eer en geweten een prognose van het aantal woningen dat zij denken te bouwen. Daarin tonen zij ambitie, en daarmee stellen ze zich kwetsbaar op. En het is waar, die prognoses worden lang niet altijd gehaald. De praktijk wijst uit dat om allerlei oorzaken de bouw wordt vertraagd.

We moeten er wat aan doen om ambitie en realisatie dichterbij elkaar te brengen. Ieder heeft hierin een verantwoordelijkheid, Rijk, gemeente en ontwikkelaars. Het helpt als corporaties met de gemeente concrete afspraken maken over de bouwproductie en de voorwaarden waaronder dat kan worden waargemaakt.

In een brief aan de Tweede Kamer bij de drie rapporten over de prestaties van woningcorporaties schrijft minister Dekker dat de woningcorporaties in 2003 meer hebben gebouwd dan in 2002 (Cobouw, 2 februari 2005 (nummer 22). Zij verwacht echter nog meer initiatieven om de spanning op de woningmarkt binnen afzienbare tijd te verhelpen. Zij dringt erop aan dat corporaties hun aandeel in de nieuwbouw verder uitbreiden.

De minister zal actief in overleg treden met corporaties die de opgave onvoldoende in hun planning hebben opgenomen. Zij zal het initiatief nemen om met gemeenten en corporaties belemmeringen in de uitvoering van de opgave te helpen oplossen.

Uit toezichtsbrieven lijkt het alsof corporaties eenzijdig schuld hebben

Reageer op dit artikel