nieuws

Private deelname was geen voorwaarde bij Betuweroute

bouwbreed

den haag – De Interdepartementale commissie economische structuurversterking (ICES) heeft voor de aanleg van de Betuweroute nooit als voorwaarde gesteld dat private investeerders moesten deelnemen. Toenmalig minister van Verkeer Maij-Weggen heeft dat op eigen initiatief besloten.

Dat zei voormalig secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken prof. mr. L.A. Geelhoed gisteren voor de Tijdelijke Commissie Infrastructuurprojecten. Hij reageerde daarmee op de uitspraak van Maij-Weggen “geen schop de grond in zonder private financiering”. De commissie van wijzen, die het kabinet adviseert over de investering van miljarden ter versterking van de economie, heeft die raad nooit gegeven verklaarde oud-commissievoorzitter Geelhoed. Die commissie is samengesteld uit de secretarissen-generaal van alle ministeries met een kerngroep van Economische Zaken, Verkeer en Waterstaat, VROM en Financiën.

Geelhoed had weinig vertrouwen in het uitproberen van publiek private samenwerking bij een dergelijk groot project in een prematuur stadium. “Je moet weten hoe het project er uit ziet en wat de kosten zijn. Anders stap je als risicodrager niet in het project”, aldus de oud-topambtenaar. Toen dat toch de lijn van het kabinet werd, zag hij dat van een �wenkend perspectief� veranderen in een �wijkend perspectief�.

In een memo van de secretaris-generaal van Algemene Zaken, als ICES-lid, aan toenmalig premier Kok waarschuwt deze voor een rapport van het Centraal Planbureau over de rentabiliteit. Hij schrijft dat dit vervelende gevolgen kan hebben als het naar buiten komt. Geelhoed heeft zelf nooit getolereerd dat de commissie een planbureau wilde beïnvloeden. Volgens hem is het rapport uiteindelijk ook zonder grote wijzigingen verschenen. Hij ontkent dat binnen het adviescollege ooit een reflex heeft bestaan om het kabinet te adviseren informatie achter te houden voor de Tweede Kamer.

Oud-kamerlid Van Walsem (D66) omschrijft ICES als een commissie hoge heren. “Ik vond het een boeiend onderwerp, de verdeling van het geld. Maar eigenlijk was het vervelend dat de Kamer daar ook over gehoord moet worden. Dat is iets voor de hoge heren en ik voelde me niet echt serieus genomen.”

Ook de informatievoorziening van het kabinet liet te wensen over. Toen hij daar bij motie naar vroeg, kreeg Van Walsem een grote stapel en voelde zich doodgegooid met informatie, zonder leeswijzer. Die attitude moet volgens hem veranderen”. Geelhoed erkent dit probleem en stelde dat de verslagen van ICES best openbaar kunnen worden, zodat de Tweede Kamer beter zicht krijgt op de afweging van grote projecten. “Een verslag bestaat uit maximaal vijftien kantjes”, aldus Geelhoed.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels