nieuws

Bouwwereld wacht al drie jaar op slachtbank

bouwbreed

Het is opmerkelijk rustig aan het front van de bouwfraude. Misschien is het wel stilte voor de storm. Arie de Klerk houdt het erop dat alle betrokkenen zich nog eens achter de oren krabben hoe het probleem het best de wereld uit te helpen. Zij willen uiteindelijk toch een streep zetten onder wat de bouwfraude is gaan heten.

Zoals bekend heeft de bouwsector een scheve schaats gereden. Er vond wel concurrentie plaats, maar niet ten voordele van de opdrachtgever. Als uitkomst van ingenieus vooroverleg door bouwbedrijven betaalde die namelijk een prijs die de inschrijvers onderling naar alle kanten redelijk achtten. En dat alles volgens een eeuwenoud principe.

Europa haalde er een streep door, maar de praktijken gingen door en zo ligt de bouwwereld al een jaar of drie op de slachtbank te wachten, op de beul, met het verzoek het kort te maken. Klonk de roep om een snelle oplossing eerst alleen uit de bouwwereld, inmiddels is ook de overheid doordrongen van de noodzaak er een streep onder te zetten. Maar het lijkt wel of daar niemand weet wie die moet zetten, wanneer die gezet zou kunnen worden en waarin, in zand of verse beton.

Er is nauwelijks lijn in te ontdekken. En laat nou in de geschiedenis van het toezicht op het bouwen de figuur van lijntrekker voorkomen.

U moet daarvoor terug naar het bouwtoezicht in vroeger eeuwen en denken aan de figuur van rooimeester, meestentijds een meestertimmerman – aannemer zouden we tegenwoordig zeggen – die aangaf waar een opdrachtgever zijn huis ten opzichte van de publieke weg diende te situeren. De stad Utrecht had al in 1444 vier gezworen lijntrekkers.

Een lijntrekker dus. En misschien moet die wel komen uit de raad van arbitrage, een instituut dat nog niet zo lang geleden werd weggehoond, maar nu bezig is zichzelf uit het moeras omhoog te trekken. Ook het oordeel van de rechter komt nog.

Bij de rechtbank van Rotterdam zijn de voorbereidingen in volle gang: druk verkeer van winkelwagentjes, gevuld met 100 ordners met een select aantal zaken die samen al meer dan 16.000 pagina�s beslaan. Kortom, ook daar is behoefte aan een lijntrekker. In Rotterdam heette een lijntrekker redemeester.

De kalief van Bagdad was rechter en een wijs man. Volgens de overlevering speelt het voorval in de dertiende eeuw. Een arme sloeber zat onder het open raam van een eethuis en deed zich tegoed aan de geuren die door het openstaande keukenraam hem kwamen aanwaaien. Speculaas, gebraden eend, de heerlijkste geuren streelden zijn neus. De baas van het restaurant sommeerde hem weg te gaan of anders te betalen voor het opsnuiven van de geuren, die immers uit zijn keuken kwamen. De sloeber weigerde en de baas sleepte hem voor de kalief.

De kalief vroeg de arme man een munt. Hij negeerde diens protest, nam de munt, vroeg de aandacht van de baas van het restaurant en liet de munt luid rinkelend op tafel vallen. Waarna de rechter de gedenkwaardige woorden sprak: als u die sloeber wil laten betalen voor het opsnuiven van de geuren, zult u genoegen moeten nemen met het geluid van rinkelend geld.

En wat heeft dat met de bouwfraude te maken? U weet dat de parlementaire commissie bouwnijverheid zich veel moeite heeft getroost om wat de bouwwereld als pepernoten zag, als geld aan te merken. En zo zou het best eens kunnen gebeuren dat de kalief van Rotterdam, gezeten aan de voet van z�n glazen minaret, de bouwwereld veroordeelt tot het betalen van: duizend kilo pepernoten. Of misschien wel alleen de geur ervan.

De kalief van Bagdad

was rechter en een wijs man

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels