nieuws

Heijmans investeert doelbewust in asfalt

bouwbreed

rosmalen – Heijmans opende onlangs zijn achtste asfaltcentrale; de negende zal niet lang op zich laten wachten. De aannemer investeert in fabrieken nu samenwerking op de asfaltmarkt verboden is. “Over asfalt moet je beschikken, zo vrijelijk mogelijk.”

In de havens van Amsterdam aanschouwt Peter Kelder, directeur van de divisie Infrastructuur van Heijmans, met enige trots de nieuwste asfaltcentrale van het concern. “Dit is echt het modernste van het modernste”, zegt hij. Elke minuut kan de fabriek vier ton asfalt produceren; 390 verschillende mengsels zijn mogelijk. Waren daar vroeger tientallen werknemers voor nodig, nu volstaat drie man personeel.

“Bijna alles gaat dan ook computergestuurd: het zeven, wegen en mengen van de ingrediënten. De receptuur van het mengsel wordt in de computer ingevoerd en het eindproduct komt er kant en klaar uit.”

De bouw van de 9 miljoen euro kostende centrale, die sinds mei van dit jaar wegenbouwprojecten in Noord-Holland voorziet van asfalt, was vooral een strategische zet, geeft Kelder toe. Wil Heijmans niet afhankelijk zijn van de concurrentie, moét de bouwer over eigen asfaltfabrieken beschikken.

“Je kunt dan zelf bepalen hoeveel en wanneer je produceert. Voor het vliegveld in Eindhoven bijvoorbeeld hadden we onlangs 35000 ton asfalt nodig. Als je dat van anderen moet kopen, heb je vier centrales nodig die volledig voor jou draaien. Dat krijg je niet voor elkaar. Over asfalt moet je beschikken, het liefst zo vrijelijk mogelijk.”

Zeker heeft ook meegespeeld dat samenwerking op de asfaltmarkt niet langer is toegestaan. Vorig jaar verbood de mededingingsautoriteit NMa de grote bouwbedrijven nog langer gezamenlijk centrales te exploiteren. Vijftien verbanden moesten daarop worden ontvlochten.

“Wij zijn inmiddels uit alle combinatiemolens”, verzekert Kelder. “Eind 2001 zaten we nog in dertien centrales, waarvan vier volledig in ons bezit waren. Nu beschikken we over acht eigen centrales; zes in Nederland en twee in België. Alleen die in Doetinchem wordt nog �gedeeld�, met een regionaal bouwbedrijf. Daar heeft de NMa geen bezwaar tegen.”

Kelder blijft niettemin kritisch tegen over de gedwongen ontvlechting staan. “In de jaren tachtig werden we juist door de overheid gestimuleerd om samen te werken. Om de overcapaciteit terug te dringen en het milieu te sparen. Nu moet het ineens weer andersom. Dat is op z�n minst vreemd.”

Met de zes Nederlandse centrales dekt Heijmans nu bijna het hele land. Alleen in het Noordoosten is nog een witte vlek. Maar ook daar wordt aan gewerkt: in Meppel is de negende asfaltfabriek van de Rosmalense aannemer gepland.

“Na het NMa-besluit zijn we ook uit de noordelijke asfaltcentrales gestapt. Dat hield een risico in want om het Noorden te beleveren moesten we de vrachtwagens vanuit Den Bosch en Doetinchem laten rijden. Asfalt mag tegenwoordig weliswaar over meer dan vijftig kilometer getransporteerd worden, maar de kwaliteit kan wel worden beïnvloed door de afstand.”

Met de fabriek in Amsterdam kan Friesland nu worden bediend, maar Oost-Groningen en Drenthe zijn eigenlijk nog net iets te ver weg. “Het kan wel vanuit Amsterdam, maar dat vereist een hele goede planning op zowel het werk als in de fabriek. Het risico dat het misgaat, is groter. Met een fabriek in Meppel zijn we daarvan verlost.”

Kelder is ervan overtuigd dat op korte termijn met de bouw in Meppel kan worden begonnen, ook al weet hij dat onder andere concurrent KWS er alles aan doet om de komst van de fabriek tegen te houden.

De dochteronderneming van Volker Wessels exploiteert in het naburige Staphorst een centrale en vreest met nog een fabriek toename van de verkeersdrukte en extra geluidsoverlast.

“Het bestemmingsplan staat daar een fabriek toe en we voldoen aan alle milieunormen”, werpt Kelder tegen. “Dat KWS bezwaar maakt tegen onze fabriek, zie ik meer als een spel. Zij voelen zich misschien in hun ondernemerschap bedreigd. Maar de redenen die ze aanvoeren, snijden geen hout. Die centrale in Meppel komt er, dat weet ik zeker.”

Voor deze winter staat verder de totale vernieuwing van de fabriek in Zwijndrecht op de rol. Venlo volgt in 2006. De asfaltcentrales in Doetinchem, Roosendaal en Den Bosch werden al eerder opgeknapt. “We hebben al vele miljoenen geïnvesteerd. En dat in deze tijd, dat getuigt toch van lef”, vindt Kelder. “Maar het resultaat is er naar. Met onze acht molens kunnen we jaarlijkse 1,5 miljoen ton asfalt produceren.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels