nieuws

Waakhond water

bouwbreed

Het licht brandt. Het gasfornuis werkt en wij kunnen douchen! Dat zijn alvast enkele zorgen minder. Gelukkig, want binnenkort arriveert de verhuizer met de inboedel. Wie weet welke chaos ons dan wacht. Het is mij wat, zo�n verhuizing. Zeker in ons geval. Woonden wij voorheen in hartje Den Haag, thans verblijven wij in een Gronings […]

Het licht brandt. Het gasfornuis werkt en wij kunnen douchen! Dat zijn alvast enkele zorgen minder. Gelukkig, want binnenkort arriveert de verhuizer met de inboedel. Wie weet welke chaos ons dan wacht. Het is mij wat, zo�n verhuizing. Zeker in ons geval. Woonden wij voorheen in

hartje Den Haag, thans verblijven wij in een Gronings dorp.

Zo�n stap zet je niet zo maar. En wij al helemaal niet. We zijn

echte �control-freaks�, niet in het minst ten aanzien van ons huishoudboekje. We hebben wat af geplust en gemind. Alles onder controle,

dachten wij tenslotte. Maar helaas: de notaris gooide roet in het eten. Al tijdens de woningoverdracht bleken wij enkele lokale lasten in onze nieuwe omgeving over het hoofd te hebben gezien.

Met name de kosten van het water. Wat kost drinkwater eigenlijk in Groningen? Hoe zit het daar met de zuiveringslasten? En voor hoeveel staan wij straks in het krijt bij ons nieuwe waterschap?

We troostten ons met de gedachte dat weinig Nederlanders zich druk maken over dit soort futiliteiten. En dat al helemaal niet bij een verhuizing. Toch kunnen dergelijke kosten per regio behoorlijk verschillen. Daarover denkend, herinnerde ik mij Rien

Meijerink, de voorzitter van de commissie die vorig jaar in opdracht van het kabinet de efficiency en dus ook de kosten van het Nederlandse waterbeheer onderzocht. Ik sprak professor

Meijerink onlangs en ik zag hem korte tijd later tijdens een van de ronde tafelgesprekken die de Tweede Kamercommissie voor Verkeer en Waterstaat rond deze tijd over dit onderwerp organiseert. Bijeenkomsten met koepelorganisaties en stakeholders.

Meijerink vraagt zich af waarom Nederlanders in sommige regio�s veel meer voor water en alles wat daarbij hoort, betalen dan in andere regio�s. Waarom wordt niet alle Nederlanders op basis van solidariteit eenzelfde heffingsbedrag voor de watertaken van de overheid in rekening gebracht? Voor een school in Amsterdam betaal je toch ook niet meer dan in Drenthe, aldus

Meijerink, terwijl het onderwijs in de hoofdstad wel twee keer zo duur is.

De kamerleden schudden meewarig het hoofd – je zag ze denken: wat een naïeve professor – maar ik geef de hem groot gelijk.

Dat hydrologische omstandigheden hier en daar verschillen, is geen reden om in een klein land als het onze ook in administratief opzicht een woud aan regelingen te handhaven.

Meijerink bepleitte de oprichting van een landelijk waterfonds met een goede verdeelsleutel. Een goede methode om waterschappen en andere waterbeheerders aan hun regionale trekken te laten komen zonder burgers en bedrijven daarmee lastig te vallen.

Een mooie manier ook om de sterk stijgende kosten van het waterbeheer in de greep te houden. Is het dan ook niet een goed idee om een toezichthouder voor waterzaken op te richten, vroeg Henk Brons van de grootverbruikers van water VEMW zich af. Weer verbazing bij de kamerleden. Maar mijn steun heeft ook Brons. Een waterwaakhond á la NMa of Opta kan beslist geen kwaad. Monopolisten als waterbeheerders moet je in de gaten houden. En als we dan toch bezig zijn: waarom geen watercliëntenbond in het leven geroepen?

Bij mij zijn ze welkom, daar in Groningen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels