nieuws

Snel van Alphen naar Bodegraven

bouwbreed

De minister van Verkeer en Waterstaat, mevrouw Peijs, zal op 15 mei 2004 Rijksweg 11 Alphen-Bodegraven officieel openen. Daarmee is de snelle verbinding tussen de A4 bij Leiden en de A12 bij Bodegraven voltooid. De wijze waarop dit project contractueel in elkaar zit is vernieuwend.

Rijksweg 11 Alphen-Bodegraven (RW 11 AB) is een mooi voorbeeld van voorfinanciering van infrastructuur. In het MIT kreeg het project maar geen prioriteit. De regio en de provincie Zuid-Holland hebben daarom eind jaren 90 zwaar gelobbyd om het realiseren van het wegvak RW 11 AB te versnellen. Zij werden het eens over versnelde aanleg via voorfinanciering en vanuit de regio kwamen daarvoor middelen beschikbaar. Hierdoor ontstond serieuze druk op �Den Haag�, druk die nog eens werd versterkt, omdat ook Rijkswaterstaat Zuid-Holland enthousiast bleek om mee te werken aan versnelde aanleg van RW 11 AB via voorfinanciering.

Intussen had zich een groep aannemers gemeld die geïnteresseerd waren in de uitvoering van het project RW 11 AB. Juist omdat het vraagstuk van de voorfinanciering moest worden opgelost ontstond het idee het project uit te voeren via een design-built-maintain-contract, waarbij het consortium ook (het risico van) de voorfinanciering voor zijn rekening zou nemen. In de groep aannemers was een aantal ondernemende bouwers bereid langs die nieuwe lijn verder te denken.

De verantwoordelijkheden zijn bij een nieuw contract als het DBM(F)-contract anders georganiseerd dan in een klassiek contract dat via een bestek wordt aanbesteed. Bij de nieuwe aanpak is er: meer ontwerpvrijheid, een grotere private verantwoordelijkheid voor de uitvoering, een langjarige onderhoudsverplichting en bovendien verantwoordelijkheid voor de financiering van het project. Omdat het project voor een vaste prijs is aangenomen en de verantwoordelijkheid voor het ontwerp en de realisatie bij het consortium liggen, is meerwerk nagenoeg uitgesloten.

Bij het begin van het project in 2001 is gezamenlijk besloten de totstandkoming te evalueren. Vooral de publiek-publieke samenwerking in de eerste fasen van het project leken bepalend voor de uiteindelijke totstandkoming. Onderschatting van die samenwerking leidt er vaak toe dat publieke partijen rollebollend over straat gaan. Bij Rijksweg 11 AB bleek dit geenszins het geval geweest. De gemeenten Alphen en Bodegraven, de provincie Zuid-Holland en Rijkswaterstaat directie Zuid-Holland trokken schouder aan schouder op. Het werk zou drie jaar duren. Na het eerste jaar en na ongeveer 2,5 jaar uitvoering zijn evaluaties gedaan op basis waarvan de werkwijze binnen het project zou kunnen worden aangepast.

Toen het contract getekend was en het werk begon, bleek aan zowel publieke als private zijde niet goed te zijn nagedacht over de vraag hoe je een nieuwe contractvorm nu eigenlijk tot een succes maakt. Want los van de contractvorm, was het werk op zich niet ingewikkeld en stelde het ook geen bijzondere eisen aan de uitvoering. En daar zat juist het verraderlijke. Publieke en private partijen vergaten al snel de bijzondere condities van het contract. Immers, verantwoordelijkheden moesten anders. De opdrachtgever kon naar de Bahama�s en de opdrachtnemer zou in drie jaar het werk wel in orde maken en was toch 10 jaar daarna nog verantwoordelijk voor het onderhoud. Er is in het eerste jaar erg veel mis gegaan, omdat dezelfde mensen die gewend waren in RAW-bestekken te werken, op dit nieuwe contract werden ingezet.

Uit de gang van zaken zijn de volgende lessen te halen: de vernieuwers van de totstandkoming moeten er wat langer bijblijven, ook in de uitvoering zijn vernieuwende mensen nodig, publieke en partijen moeten zorgen voor een goede match van mensen, een gezamenlijke voorbereiding van de start van de uitvoering is noodzakelijk (liever een maand later starten met goede documenten en afspraken, dan een jaar gedoe), open discussies over nieuwe rollen en houdingen is onontbeerlijk.

Bij elkaar lijkt dit een redelijk triviaal lijstje, maar het blijkt buitengewoon ingrijpend om in het echte leven te handelen op basis van dit soort simpele �waarheden�.

Het project is binnen drie jaar gerealiseerd (zoals geëist vanwege de versnelling). De kwaliteit van het project is zodanig dat publieke en private partijen tevreden zijn. Bovendien garandeert de onderhoudsverplichting dat er op kwaliteit is gestuurd tijdens de uitvoering. Ook qua budget is alles conform de afspraken verlopen. Er waren wel afwijkingen, maar die waren vrijwel allemaal logisch en kwamen daarmee in aanmerking voor vergoeding.

Lastig binnen het consortium (Ballast Nedam; BAM; Boskalis; DuraVermeer; Volker Wessels) was het realiseren van dezelfde projectbenadering. Er werd weliswaar samengewerkt tussen de combinanten, maar iedereen ging toch primair voor het eigen stuk werk. Dat consortia sinds de parlementaire enquête uit de mode zijn, is dus een geluk: consortia zijn buitengewoon inefficiënt, moeilijk aan te sturen, en garantie voor klassieke benaderingen.

Een en ander laat onverlet dat het project een prachtig voorbeeld kan zijn voor de publieke sector dat er risicoloos projecten kunnen worden versneld via een DBM(F) contract.

Op vrijdagochtend 14 mei vindt in het stadhuis van Alphen aan den Rijn een symposium plaats over RW11 AB. Er wordt stilgestaan bij de lessen uit het project. Daarna wordt gediscussieerd over publiek-publieke samenwerking.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels