nieuws

Opdrachtgever voor herstructurering moet zijn wijk door en door kennen

bouwbreed

rotterdam – De herstructurering van naoorlogse wijken vraagt om betrokken opdrachtgevers die de wijk en de bewoners goed kennen. Dit is een richtingbepalende conclusie uit het boek Veertig jaar later, vernieuwing van de wederopbouwwijken.

“De opdrachtgever moet intensief betrokken zijn bij het ontwerp, want de kwaliteit van de vraag is bepalend voor de kwaliteit van het antwoord. Ook is de kans op succes groter als verschillende opdrachtgevers het gebied vanuit een overeenkomstige denkwijze benaderen,” aldus de samenstellers van het door Architectuur Lokaal gemaakte boekwerk.

Zo�n uitspraak lijkt een open deur, maar de herstructureringspraktijk leert dat veel problemen juist ontstaan doordat elke betrokken partij zijn eigen opvattingen en werkwijze op de wijkdelen projecteert. Maar eigendunk is niet wat de wederopbouwwijken nodig hebben om weer te gaan floreren.

Architectuur Lokaal: “In wijken uit de jaren vijftig en zestig geldt sterker dan in andere stadsdelen dat beslissingen over de toekomst van individuele gebouwen vragen om een visie op het grotere geheel van de buurt en de wijk, met inbegrip van de openbare ruimte.”

Binnen het stimuleringsprogramma Cultureel Opdrachtgeverschap heeft een �vliegende brigade� onder leiding van architect en voormalig rijksbouwmeester Wytze Patijn vier kenmerkende naoorlogse wijken onder de loep genomen. De brigade heeft in elke wijk in de eerste plaats uitgebreid gesproken met opdrachtgevers, maar ook met ontwerpers, gemeente en overige betrokkenen. De vier wijken zijn Amsterdam Osdorp, Den Haag Zuidwest, Breda Heuvel en Groningen Vinkhuizen.

Volgens Patijn is er vaak weinig discussie over de hoofdstructuur van de wederopbouwwijken. Hij doelt daarmee op de verkavelingswijze van flatgebouwen in een soort openbare groene ruimte.

“In de jaren vijftig verwierp men de klassieke scheiding tussen openbare straten en private binnenterreinen. Een open verkaveling werd toegepast, waarbij de buitenruimte de woongebouwen als het ware omspoelt. Deze buitenruimte bestaat niet uit privé-tuinen, maar heeft ook geen echt openbaar karakter”, aldus Patijn.

Die semi-openbare groengebieden blijken lastig goed te beheren, waardoor de verloedering en gevoelens van onveiligheid toenemen. Hekken zijn een logische oplossing, maar “hierdoor komt de kenmerkende ruimtelijkheid van de buurten onder druk te staan”, aldus Patijn, die pleit voor een ander type stedenbouw in deze buurten.

Maar dáár is niet iedereen van gediend, zo blijkt uit de gesprekken die de Brigade hierover voerde. Toch is het volgens Patijn mogelijk om desondanks te komen tot een min of meer gezamenlijke visie op de toekomst van de wijk. De aanbevelingen in het boek zijn met name daarop gericht.

Het door Elsevier/overheid uitgebrachte en door Dirk Bergvelt geredigeerde boek Veertig jaar later, vernieuwing van de wederopbouwwijken markeert de afsluiting van het project Omgaan met wederopbouw, waarmee Architectuur Lokaal in 2003 begon.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels