nieuws

Wijziging Woningwet legt eigen verantwoordelijkheid vast

bouwbreed

Het was een hot issue enkele jaren geleden: de brandveiligheid van bestaande gebouwen. In navolging van de vuurwerkramp in Enschede drukte de nieuwjaarsbrand in Volendam politiek en maatschappij nogmaals met de neus op de feiten. Het brandveiligheidsniveau van veel gebouwen bleek onder de maat. Een hausse aan intensieve controles en nieuwe maatregelen volgde. Voorlopig hoogtepunt is volgens Edwin van den Brink een voorgenomen aanpassing van de Woningwet. Deze heeft namelijk grote gevolgen voor burgers, ondernemers en gemeenten.

De handhaving van bouwregelgeving moet worden verbeterd en vereenvoudigd. Hiervoor is een wijziging van de Woningwet nodig. Afgelopen januari heeft minister Dekker van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM) hiertoe een uitgewerkt wetsvoorstel naar de Tweede Kamer gestuurd.

Centraal in dit voorstel staat de �eigen verantwoordelijkheid� van burgers en ondernemers bij naleving van de bouwregels. Deze verantwoordelijkheid geldt voor het gebruik en de staat van onderhoud van het gebouw, maar ook voor aspecten als veiligheid en gezondheid. Als het wetsvoorstel wordt aangenomen heeft dit verstrekkende gevolgen voor gebouweigenaren.

Nieuwjaarsbrand

Directe aanleiding voor de aanpassing van de Woningwet is het rapport van de Commissie Alders die onderzoek verrichtte naar de nieuwjaarsbrand in Volendam. Met de aangepaste wet hoopt minister Dekker de handhaafbaarheid van de bouwregelgeving door gemeenten te verbeteren en te vereenvoudigen. Daarbij moeten de wijzigingen leiden tot een betere naleving van de regels door burgers en ondernemers. De eigenaar wordt zelf verantwoordelijk voor het gebruik en de staat van onderhoud van een gebouw. Dit betekent dat hij op de hoogte moet zijn van alle geldende wet- en regelgeving op dit gebied. Ook als de gemeente reeds een vergunning heeft verleend voor de staat of het gebruik.

Om welke wetten en regels gaat het? In het Bouwbesluit zijn uniforme regels vastgelegd voor nieuwbouw en bestaande bouw. Dat neemt niet weg dat de naleving van regels voor bestaande gebouwen problemen opleveren. Deze gebouwen moeten namelijk voldoen aan de voorschriften die golden tijdens de bouwaanvraag; het zogeheten �rechtens verkregen niveau�. In de praktijk blijkt dit niveau niet of nauwelijks vast te stellen. De meeste eigenaren beschikken niet over de originele bouwaanvraagdocumenten. Maar ook in de gemeentelijke archieven zijn deze vaak niet terug te vinden.

Veiligheidsniveau

Waaraan moet een gebouw voldoen als het vergunde veiligheidsniveau onbekend is?

In ieder geval mag het veiligheidsniveau nooit lager zijn dan het voorgeschreven niveau voor bestaande bouwwerken uit het Bouwbesluit 2003. Maar dit niveau heeft weinig te maken met veiligheid. De wetgever ziet het veiligheidsniveau slechts als vangnet en gaat er vanuit dat het rechtens verkregen niveau voor elk bestaand gebouw bekend is. Daarom is in het Bouwbesluit 2003 het veiligheidsniveau voor bestaande gebouwen niet verhoogd. Gevolg: een groeiend aantal gemeenten stelt als algemene regel een hoger veiligheidsniveau vast. Op deze manier proberen zij te voorkomen dat bestaande bouwwerken voldoen aan een lager veiligheidsniveau dan waarvoor ooit een bouwvergunning is afgegeven. Onterecht, zo blijkt. Het is niet toegestaan om in aanvulling op het Bouwbesluit 2003 algemene verplichtingen op te leggen. Dat stelt minister Dekker althans in een circulaire aan de colleges van B en W.

Volgens de Woningwet is alleen het Rijk bevoegd een algemeen geldend bouwtechnisch kwaliteitsniveau vast te stellen. Gemeenten mogen wel een hoger veiligheidsniveau voorschrijven, maar dit moet voor elk geval afzonderlijk worden vastgesteld en gemotiveerd. In de nieuwe Woningwet wordt dit de �noodzakelijkheidsvereiste� genoemd. Deze maatregel staat haaks op een belangrijke doelstelling van de overheid: het scheppen van landelijke uniformiteit in bouwregelgeving en rechtsgelijkheid voor burgers en ondernemers.

Door de toegenomen verantwoordelijkheid van burgers en ondernemers ontstaat een spanningsveld. De verwachting is, dat steeds vaker de rechter een uitspraak zal doen. Een ontwikkeling die rechtsongelijkheid en onzekerheid tot gevolg heeft voor gebouweigenaren.

De nieuwe Woningwet kent een stringent sanctiebeleid: burgers en ondernemers die de voorschriften niet naleven, krijgen direct een boete. De �oude� methodiek van overleg en aanschrijven komt te vervallen. Nu is het nog zo, dat een gemeente pas kan optreden als geen gehoor wordt gegeven aan een aanschrijving.

Onontkoombaar

Onder de nieuwe Woningwet wordt direct gebruik gemaakt van bestuursdwang of dwangsommen zoals omschreven in de Algemene

wet bestuursrecht. Voorwaarde is wel, dat de gemeente aangeeft welke maatregelen binnen welke termijn getroffen moeten worden om bestuursdwang of een dwangsom te voorkomen.

In meer urgente gevallen kan de procedure verder worden verkort. Boetes zijn dan onontkoombaar voor de belanghebbende. In het uiterste geval kan een overtreding van de Woningwet zelfs strafrechtelijk worden vervolgd door het Openbaar Ministerie, en wel op basis van de Wet op de economische delicten. De voorgenomen aanpassing van de Woningwet heeft gevolgen voor burgers en ondernemers, maar ook voor gemeenten. Zo moeten Burgemeester en Wethouders volgens de nieuwe wet een handhavingsbeleid vaststellen. Hierin geven zij aan hoe de handhaving van bouwregelgeving wordt ingevuld. B en W rapporteren jaarlijks aan de gemeenteraad over de uitvoering van het beleid.

Bij nalatigheid heeft de minister van VROM de bevoegdheid het College op te dragen een beleid vast te stellen en uit te voeren. Geeft het College hieraan geen gehoor, dan zal de minister de handhaving zelf ter hand nemen. Op kosten van de gemeente, welteverstaan.

Veel gemeenten kampen momenteel met een grote achterstand bij de afgifte en de handhaving van gebruiksvergunningen. Naar verwachting zet de voorgenomen aanpassing van de Woningwet het gemeentelijke apparaat verder onder druk.

Edwin van den Brink is brandveiligheidsspecialist bij

Haskoning Nederland in

c.geutjes@royalhaskoning.com

Wetgever ziet veiligheidsniveau slechts als vangnet

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels