nieuws

Byodoin – Japanse zorgvuldigheid in architectuur

bouwbreed

De laatste decennia is in Japan – verspreid over het hele land – een flink aantal kleinere musea van hoge kwaliteit tot stand gekomen. Kwaliteit in twee opzichten: de collecties zijn dikwijls uniek en hoogwaardig. Hetzelfde kan gezegd worden van de gebouwen waarin zij zijn gehuisvest: het beste wat de Japanse architectuur te bieden heeft, is hier te vinden.

Een van de fraaiste voorbeelden van het harmonieus samengaan van traditionele bouw en hypermoderne architectuur is te vinden in het tempelcomplex annex museum van Byodoin, even buiten Kyoto in het plaatsje Uji. Het hart van het Byodoin-complex wordt gevormd door de boeddhistische tempel die dateert uit de elfde eeuw.

Aanvankelijk was het complex – onderdeel van een enorm terrein bestemd voor de Japanse aristocratie – in gebruik als buitenhuis van de adellijke familie Fujiwara. Sinds de zeventiende eeuw staat het gebouw bekend als de Feniks hal, waarschijnlijk wegens de contouren van de plattegrond die op een neerstrijkende vogel lijken.

Onopvallend

Byodoin is de enige boeddhistische tempel in Japan met zowel een tuin als architectuur, beeldhouwwerk, schilderijen en kunstnijverheid die allemaal stammen uit de middelste Heian-periode. Het complex is vermaard om zijn uitgebreide collectie nationale schatten, terwijl de tuin wordt beschouwd als een terrein van historisch en landschappelijk belang. Vroeger was het grote probleem altijd dat de prachtige houten beelden in de donkere tempelzalen nauwelijks zichtbaar waren. Dankzij de realisering van het fraaie nieuwe museum vormen enkele van die beelden nu het middelpunt van een schitterende expositie. Het gebouw is echter niet alleen zo zorgvuldig ontworpen om deze beelden de exposeren, maar ook om zo onopvallend mogelijk op te gaan in het landschap van het tempelcomplex. Het resultaat is inderdaad verbluffend.

De eerste indruk bij het betreden van de open entree aan de zijkant van het museumgebouw met zijn �hangende� dak is al overweldigend. De ijle constructie doet sterk denken aan het Barcelona Paviljoen van Mies van der Rohe. Via een trap betreedt de bezoeker de tuin. Tijdens de wandeling door het lommerrijke park valt er een grote rust over de wandelaar. Ook in en rond de tempel hangt diezelfde rustige en serene sfeer. De wandelroute eindigt bij de ingang van het half-ondergrondse museum, pal naast de trap die tot het park toegang geeft.

Zorgvuldigheid

Lange tijd heeft de Japanse architectuur beton beschouwd als een �natuurlijk� materiaal, dat om die reden zijn karakter �onversierd� mocht tonen. De indruk van de nerven van de houten planken die gebruikt waren bij het gieten van het beton was in wezen de enige versiering die was toegestaan in veel moderne Japanse gebouwen die midden vorige eeuw tot stand kwamen.

In het Byodoin museum is hetzelfde procédé toegepast, met dit verschil dat voor de bekisting gebruik is gemaakt van smalle latten die op verschillende dieptes werden aangebracht. Het resultaat zijn prachtig gestructureerde wanden met een subliem lijnenspel. Langs indirecte weg wordt natuurlijk licht binnengelaten waardoor het interieur op zo�n subtiele wijze wordt verlicht dat de daar tentoongestelde objecten blijven domineren tegen de architectonische achtergrond die het gebouw zelf creëert. De betonnen toegangstrap wordt op dezelfde geraffineerde manier indirect verlicht; het effect is werkelijk fantastisch.

Japanners houden veel van nieuwe architectuur. Dat komt enerzijds omdat ze hun gebouwen sneller �verversen� dan wij in het westen gewend zijn, ze bouwen veel minder �voor de eeuwigheid�. Aan de andere kant besteden ze in hun ontwerpen uiterste zorg aan een evenwichtige vormgeving, helderheid, transparantie en eenvoud. Zo ook bij het Byodoin-museum.

Zorgvuldigheid is dan ook het begrip dat telkens weer boven komt tijdens het bezoek aan het Byodoin-complex. Zorgvuldig is het ontwerp en de situering van het museum. Het gehele gebouw is verankerd in de helling van een heuvel om zo min mogelijk op te vallen op het oorspronkelijke tempelterrein. Zelfs het terras is bijzonder zorgvuldig gesitueerd om de rust zo goed mogelijk te kunnen bewaren in de natuurlijke omgeving. Het glazen dak levert eveneens een essentiële bijdrage aan het bewaren van het evenwicht tussen natuur en architectuur.

Frank Lloyd Wright

Ook in de minimale, maar uiterst subtiele detaillering toont zich de zorgvuldigheid van de Japanse architect Akira Kuryu. De houten accenten zijn gebaseerd op traditionele vormelementen, het glazen dak lijkt te zweven en laat een diffuus licht door.Het beton tenslotte voegt door zijn massieve structuur een contrasterende dimensie toe aan het geheel. Alles is hier in balans: het gebruik van beton, glas en hout, maar ook de relatie tot de historische en natuurlijke omgeving.

Een eeuw geleden liet de Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright zich inspireren door de typische vormen, de symmetrie en de contouren van deze Japanse tempel. Enkele decennia later vond Ludwig Mies van der Rohe inspiratie in de serene rust van de Japanse waterpartijen. Aan het begin van de 21ste eeuw laat de Japanse architect Akira Kuryu zich op zijn beurt weer beïnvloeden door het Barcelona Paviljoen van Mies van der Rohe. Zo is na honderd jaar de cirkel rond.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels