nieuws

Veiligheid van glazenwassers blijft bouwers parten spelen

bouwbreed

amsterdam – Bouwers blijven worstelen met de vraag of zij bij het ontwerpen van gebouwen rekening moeten houden met de veiligheid van glazenwassers. Om daar een einde aan te maken, is nieuwe wetgeving nodig, vindt mr J. Otten, advocaat bij de sectie bouwrecht van advocatenkantoor Boekel de Nerée.

Bouwbedrijven, maar ook ontwerpers en projectontwikkelaars, worden regelmatig aansprakelijk gesteld voor het ontbreken van voorzieningen waarmee gevels en ramen veilig kunnen worden gereinigd. En dat terwijl heldere regelgeving ontbreekt, constateert Otten.

Vier jaar geleden werd het Convenant gevelonderhoud opgesteld. Daarin staan afspraken over veilige werkmethoden voor glazenwassers. Op basis van dat document beboet de Arbeidsinspectie bouwers, omdat ze gebouwen hebben ontworpen waarvan de buitenzijde niet veilig kan worden schoongemaakt.

Otten vindt dat op zijn zachtst gezegd vreemd. De aannemerij was immers niet betrokken bij de opstelling van het convenant. Bovendien is het convenant op sterven na dood, aldus Otten. “Er zou een toetsingscommissie komen die per gebouw ging bekijken hoe zo veilig mogelijk kan worden gewerkt. Maar die commissie functioneert niet meer. Niettemin gebruikt de Arbeidsinspectie het convenant om bouwers aan te pakken.”

Onduidelijkheid

De advocaat bespeurt dat bouwers, ontwerpers en projectontwikkelaars momenteel niet goed weten waar ze aan toe zijn. De heersende onduidelijkheid zal volgens Otten bovendien eerder toenemen dan afnemen. Medio dit jaar wordt naar verwachting een nieuwe Europese richtlijn voor werken op hoogte ingevoerd. Die zal onder meer een verdere beperking van het gebruik van ladders met zich meebrengen.

Voor gebouweigenaren betekent dat vrijwel zeker hogere schoonmaakkosten, omdat vaker hoogwerkers of gondelinstallaties moeten worden ingezet. Dat kan weer leiden tot een toename van claims richting bouwers. Als na oplevering van een pand blijkt dat gevelreiniging in de papieren gaat lopen, kunnen opdrachtgevers wel eens gaan eisen dat de ontbrekende voorzieningen alsnog worden aangebracht. Op kosten van de bouwer.

Procedures hierover bij de Raad van Arbitrage worden op dit moment veelal in het voordeel van de opdrachtgever beslecht, weet Otten. Met name bij turn-keyprojecten, waarbij de bouwer verantwoordelijk is voor het hele bouwproces.

“Bouwers doen er daarom voorlopig goed aan in het ontwerp rekening te houden met voorzieningen voor gevelreiniging. Dan kan het immers nog in de aanneemsom worden verwerkt.”

Voor de lange termijn vindt de bouwrecht-advocaat dat er heldere afspraken moeten komen tussen overheid, gevelreinigers en glazenwassers, gebouweigenaren en de bouwers. “De overheid moet dit dossier uit het slop trekken. Marktpartijen is het immers niet gelukt.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels