nieuws

Referentie bescherming wederopbouw nodig

bouwbreed

den haag – Zo lang er nog geen landelijk referentiekader is, vindt de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ) het niet verantwoord over te gaan tot selectie en bescherming van objecten en gebieden uit de wederopbouwperiode (1940-1965).

Een uitzondering wordt alleen gemaakt indien sprake is van een gebouw van evident nationaal belang, dat ook nog eens minimaal vijftig jaar oud is.

De RDMZ werkt momenteel aan zo�n landelijk referentiekader door wijk voor wijk te onderzoeken wat de cultuurhistorische waarde is van woningen en andere gebouwen in de naoorlogse gebieden. Dit onderzoek loopt tot en met 2004.

Het onderzoek naar de cultuurhistorische waarde dient niet alleen om de bewustwording te versterken van partijen die zijn betrokken bij de herstructurering van naoorlogse wijken. Een cultuurhistorische inventarisatie is vooral belangrijk, omdat gemeenten bij de aanvraag voor een rijkssubsidie in het kader van het Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing (ISV) precies moeten aangeven wat de cultuurhistorische waarde is van het gebied waarvoor zij herstructureringsplannen hebben.

Tijdens de BouwRai, van 30 maart tot en met 2 april in Amsterdam, presenteert de RDMZ de tussenrapportage �De typologie van de vroeg-naoorlogse woonwijk�. Dit rapport kan gemeenten en andere partijen helpen bij het maken van een stedenbouwkundige analyse, voorafgaand aan het formuleren van een herstructureringsopgave, meent de RDMZ.

De stand van de RDMZ op de BouwRai heeft als hoofdthema de wederopbouw. Stand nr. 10.106.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels