nieuws

Nooit meer op de minishovel

bouwbreed

ede – Zo ben je een sterke kerel, zo een patiënt. Een ernstig ongeluk bij het slopen van een winkelcentrum en het is zover. Martin van Oort (30) uit Ede kon 150 kilo tillen. Acht weken geleden werd hij zwaargewond onder de betonplaten vandaan gehaald. Een kleine kans, gaven ze hem in het ziekenhuis. “Alleen mijn hoofd en armen waren nog heel.”

In de tuin van zijn woning liggen de houten platen opgestapeld die hij een dag voor het ongeluk had meegebracht van zijn laatste klus: de sloop van het overdekte winkelcentrum Hof van Gelderland in Ede. Van die platen wilde hij een schuurtje bouwen. Dat zal voorlopig niet gaan.

Die volgende dag werkte hij op de vloer van de eerste verdieping. Met zijn Bobcat, een minishovel, sorteerde hij sloopmateriaal. Twee collega�s waren net vertrokken voor de koffie. Hij greep zijn kans om nog wat materiaal weg te schuiven en stapte een paar -fatale – minuten later van zijn machine.

Net afgestapt, voelde hij de vloer onder zich wegzakken. Beneden raakte hij bedolven onder een aantal betonplaten die van grote hoogte vielen. Zijn collega�s hoorden een enorm lawaai en begrepen meteen dat er iets ergs aan de hand was.

Direct besloten zij de platen van hem af te tillen. De ambulancebroeders, die in een mum van tijd ter plaatse waren, hadden nog een uur nodig om het slachtoffer te stabiliseren. In vliegende vaart ging het toen naar het ziekenhuis in Ede, dat hem direct doorstuurde naar het Utrechts Medisch Centrum. “Ik heb er weinig van gemerkt, alleen bij de bult in de weg bij Bunnik kwam ik even bij in de ambulance. Ik herkende die hobbel.”

Inwendige verwondingen, bloeduitstortingen, zwellingen, een heleboel ribben gebroken, een afgebroken ruggenwervel, een gecompliceerde bekkenbreuk, een gebroken enkel – en hij kan nog wel even doorgaan. Zijn hoofd werd – een geluk bij een ongeluk – alleen getroffen door wat vallend dakleer en grind. “Ik had wel rode stippen op mijn gezicht van dat grind en mijn haar zat vol met dakleer.” Maar dat weet hij alleen van horen zeggen.

De arbeidsinspectie is bezig met een onderzoek naar de toedracht. Maar de schuldvraag verandert niet veel aan de gevolgen, weet hij. “Er is gezegd dat het in elk geval niet aan mij ligt.” De vloer leek intact, het draagvermogen ervan zou ruim voldoende zijn geweest. “Een collega heeft het helemaal zien gebeuren. Niet gering, om mee te maken. Ik was tenminste meteen weg.”

Dat hij professioneel een forse veer moet laten, is duidelijk en dat zit hem enorm dwars. “Ik heb mezelf altijd gezien als een voorbeeld voor anderen op het werk. Dat is nu wel over. Maar ik hou nog steeds ontzettend van mijn werk. Sloop is spanning. Altijd. Dat vind ik prettig. En is het heel is gevarieerd; elke klus is anders.”

Op de minishovel zal hij niet meer kunnen want die is nogal stug en dat wordt een probleem voor zijn gestel. “In zo�n machine zit helemaal geen vering.” Misschien lukt het op de – comfortabelere – rupskraan. “Daar ben ik al voor aan het leren. Maar dan moet ik wel acht uur kunnen blijven zitten. Anders gaat het niet en heeft het bedrijf er ook niet veel aan.”

Voorlopig heeft hij zijn handen vol aan zijn revalidatie, die onder meer bestaat uit heel veel rust. Tijdens het gesprek moet hij op een gegeven moment weer in bed gaan liggen, omdat het zitten te pijnlijk wordt. Het ziekbed staat in de woonkamer. Vrouw, kinderen en wie verder binnenloopt, zorgen voor wat afleiding.

Maanden geleden stond het al op de kalender die in huis hangt: deze week drie snipperdagen. “Dat zijn er nu dus wel driehonderd”, sombert hij. “Misschien kan ik in de zomer vast voorzichtig beginnen aan het schuurtje.”

�Misschien kan ik in de zomer voorzichtig beginnen aan het schuurtje�

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels