nieuws

Eerst de investering en dan de groei

bouwbreed

Het kenmerkende van mobiliteit in de komende jaren is schaarste. Bovendien is er eigenlijk geen geld voor. Maar (en dit bevreemdt mij nog het meest): men vindt het niet erg. Want in de nabije toekomst zal Nederland weinig tot geen ontwikkeling kennen. Deze beweringen kwamen mij ter ore tijdens een gehouden congres over de Nota […]

Het kenmerkende van mobiliteit in de komende jaren is schaarste. Bovendien is er eigenlijk geen geld voor. Maar (en dit bevreemdt mij nog het meest): men vindt het niet erg. Want in de nabije toekomst zal Nederland weinig tot geen ontwikkeling kennen. Deze beweringen kwamen mij ter ore tijdens een gehouden congres over de Nota Mobiliteit.

Voor mijn gevoel zijn hier een paar zaken omgedraaid. Ik dacht altijd, dat alleen investeringen kunnen leiden tot groei. Dus eerst de investering en dan pas de groei. Willen wij dat de economie zal groeien de komende jaren, dan moeten wij investeren in de bereikbaarheid van de Randstad en de doorgaande routes naar België en Duitsland.

Dit betekent het verbreden van en het aanleggen van wegen rond steden. Woningbouw moet gecombineerd worden met duurzame en praktische ontsluitingen. Maar neen, we verwachten geen groei, dus gaan we met zijn allen de broekriem aanhalen.

De overheid stelt mondjesmaat geld beschikbaar voor infrastructurele verbeteringen en heel infra-Nederland vecht hierom als honden om een bot. Wordt het de A4 Midden Delfland of de spoortunnel in Delft? Voor infra-Nederland is dit desastreus. Landen als Amerika, Duitsland en Frankrijk kiezen momenteel een andere weg. Hier investeren partijen tegen de recessie in om bij aantrekkende economie voorop te staan. Na de megaprojecten Betuweroute en HSL is het logisch, dat infra-Nederland de komende jaren minder omzet. De overgang is echter te groot. Ingenieursbureaus en aannemers vallen in een zwart gat en kunnen dit alleen oplossen door drastische ingrepen in het personeelsbestand. De vraag is of, wanneer de economie aantrekt, infra-Nederland niet teveel is uitgehold en nog mee kan dingen in de Europese concurrentiestrijd. Hoe komen we aan het geld voor investeringen in de infrastructuur? Naast het creëren van budget door het laten oplopen van het begrotingstekort, hoor ik overheden, onder andere op het congres Mobiliteit, pps het ei van Columbus noemen. Het uitgangspunt, dat het bundelen van belangen en samenwerking kan leiden tot het totstandkomen van complexe en aansprekende projecten, beaam ik volledig. Maar de overheid zal eerst moeten begrijpen, dat marktpartijen bij pps een volwaardige partner zijn, met eigen belangen die behartigd worden. Tot dusverre lijkt het erop, dat de overheid de markt ziet als een financier van ideeën, die door de overheid zijn gegenereerd. Naast het creëren van gelden speelt de prioritering hiervan een rol.

Onze maatschappij zal de komende jaren vergrijzen, wat leidt tot hogere ziektekosten en hogere premies voor pensioen en AOW. Als wij onze verzorgingsstaat (ten dele) in stand willen houden, zullen aanvullende budgetten beschikbaar worden gemaakt voor de bekostiging hiervan. Maar ook hier geldt de uitspraak: eerst de investering en dan de groei. Willen wij de verzorgingsstaat in stand houden, dan moeten we nu investeren in datgene, dat de komende jaren geld zal opbrengen. En dat in een land, dat leeft van de mobiliteit. Ik zou dan ook willen voorstellen, dat de investeringen in de infrastructuur zo snel mogelijk gedaan worden. Laten we bouwen voor de toekomst, die vaak een stuk dichter bij is dan we denken. Laten we zorgen, dat we op korte en lange termijn onze infrastructuur niet mee laten groeien, maar vóór laten groeien. En op deze manier onszelf mogelijk maken handel en transport te laten groeien en onze eigen vergrijzing betaalbaar te houden.

M van der Griendt is werkzaam bij Procap Projectmanagement in Utrecht.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels