nieuws

Hardenberg kent geen welstandsvrije gebieden

bouwbreed Premium

hardenberg – Het Overijsselse Hardenberg was een van de eerste gemeenten met een welstandsnota. Onlangs vond een evaluatie plaats van het document dat in 2003 van kracht werd.

De boodschap van het duimdikke boekwerk dat voor J.M. Nijenhuis, hoofd Bouwen en Milieu, op tafel ligt, is met één oogopslag helder. �Gemeente Hardenberg voor altijd mooi�, staat in ronkende letters op het omslag. “Onze gemeente meet circa 33.000 hectare”, vertelt Nijenhuis. “Die hebben we opgedeeld in negentien gebieden. Stuk voor stuk met eigen welstandsnormen. In de nota hebben ze dan ook allemaal een eigen omschrijving. Zo willen we al onze inwoners duidelijk laten zien met welke voorschriften ze rekening moeten houden als ze iets gaan bouwen. Of het nu gaat om een dakkapel of een nieuwe voorgevel.”

Niet alleen bewoners hebben met het gemeentelijk welstandsbeleid te maken. De eisen gelden ook op de industrie- en bedrijventerreinen. Want Hardenberg kent geen welstandsvrije gebieden. “Daarvoor is doelbewust gekozen. We zijn een mooie gemeente en dat willen we zo houden. Wel hebben we overwogen om het Attractiepark Slagharen welstandsvrij te maken, maar daar hebben we toch maar vanaf gezien. De welstandscommissie is soepel waar het om het park gaat. Het is omringd door groen, zodat er van buitenaf weinig van te zien is. Wel letten we er op dat bij de ingang geen exorbitante dingen worden gebouwd.”

Kort nadat bekend was geworden dat een wijziging van de Woningwet op stapel stond en gemeenten verplicht zouden worden een voor alle burgers toegankelijk welstandsbeleid te voeren, besloot het gemeentebestuur van Hardenberg mee te doen aan een pilot. De stad telt 58.000 inwoners, is daarmee de zesde gemeente van Overijssel, heeft veel monumentale bouwwerken zoals kerken en boerderijen binnen zijn grenzen en geniet bovendien landelijke bekendheid vanwege het natuurschoon in het Vechtdal.

Door deel te nemen aan het proefproject werd Hardenberg de eerste gemeente in Overijssel met een welstandsnota. Een document dat dienst doet als onderlegger voor alle andere welstandsnota�s in de provincie.

Dat maakt de nota tot een ambitieus werkstuk. Geschreven in een kraakheldere stijl, overzichtelijk vormgegeven en gelardeerd met functionele illustraties. “We wilden er een stukje ambitie in vastleggen. En dat is ons ook gelukt”, constateert Nijenhuis tevreden. “Hoewel uit de evaluatie die we onlangs hielden duidelijk blijkt dat aanpassingen noodzakelijk zijn”, vervolgt hij.

Hij denkt onder meer aan de sneltoetscriteria. Deze zijn bedoeld om inwoners die bijvoorbeeld een dakkapel op hun huis willen laten bouwen, direct duidelijkheid te verschaffen of het door hen ingediende ontwerp binnen het welstandsbeleid past. A. Veltman, medewerker Bouw- en Woningtoezicht: “Voor de burgers zijn de eisen nu heel duidelijk. We kunnen ze zo laten zien wat wel en wat niet mag. Toch vinden we de formuleringen nog wat te scherp. Dat komt vooral omdat in de sneltoetscriteria maten zijn opgenomen en als je die overschrijdt, al is het met een centimeter, dan moet de welstandscommissie toch een oordeel geven. Terwijl de bedoeling van die normen nu juist is om ervoor te zorgen dat je direct weet waar je aan toe bent.”

Ook moeten de welstandseisen voor de verschillende gebieden beter op elkaar worden afgestemd. Nu is het bijvoorbeeld nog zo dat huizen met een puntdak aan de ene kant van het kanaal wel zijn toegestaan en aan de andere kant niet.

“Zulke dingen zijn soms met elkaar in strijd en dat moet weer veranderen”, zegt Nijenhuis. “Sommige gemeenten die met onze welstandsnota als voorbeeld zelf een nota hebben opgesteld, begrepen meteen al dat daar een knelpunt zit en hebben dat dus anders geregeld. Achteraf gezien, hadden we kunnen weten dat je geen maten moet opnemen in de welstandsnota, maar tijdens het samenstellen is het ons niet opgevallen. Tsja, dat is de wet van de remmende voorsprong.”

�We zijn mooie gemeente en willen dat zo houden�

Reageer op dit artikel