nieuws

Kreatiev

bouwbreed

Steden zijn in de ban van de creatieve klasse. De veelgeprezen econoom Richard Florida heeft in The Rise of the Creative Class het economisch belang van deze groep geopenbaard. Zelfs burgemeester Cohen zegt het nu: Amsterdam wordt (sic!) een creatieve stad. Ook andere Nederlandse steden struikelen over elkaars creatieve ambities. De Crea-tour wordt nog een […]

Steden zijn in de ban van de creatieve klasse. De veelgeprezen econoom Richard Florida heeft in The Rise of the Creative Class het economisch belang van deze groep geopenbaard. Zelfs burgemeester Cohen zegt het nu:

Amsterdam wordt (sic!) een

creatieve stad.

Ook andere Nederlandse steden struikelen over elkaars creatieve ambities. De Crea-tour wordt nog een ratrace. Alleen Rotterdam mijdt de hype en studeert nog. De �eagerness� – klinkt wel hip – van de steden is begrijpelijk. Ten eerste zijn we niet van gisteren. Ten tweede

zijn we economisch zoekend en tastend Als je alvast deze groep maar binnen de stadspoorten hebt, komt het internationale bedrijfsleven vanzelf wel. De attractie- en productiewaarde van die groep is namelijk cruciaal. En het stadsleven krijgt er ook een impuls van. Terrasjes, theatertjes, restaurants, gayscene en kunst. Kortom: je bent gek als je dit �issue�, deze groep laat lopen. Daarbij komt dat Nederland goed scoort op Florida�s cruciale groeifactoren: technologie, talent en tolerantie. Yabedabedoo!

Om die klasse te pakken, moet je zelf creatief zijn, lef hebben.

In Amsterdam zijn al twee nota�s over het fenomeen verschenen. Daar hadden ze nota bene de drie T�s al in de 17de eeuw in huis! Tilburg – de vierde T! – publiceerde vorige week nog een Pleitnota Creatief. Om “meer gestructureerd aandacht te besteden aan de creatieve industrie”. Ze zitten in Tilburg niet te pitten, al klinkt die gestructureerde aandacht niet erg creatief. Maar wat moet je dan? Het probleem is dat er geen gecertificeerde aanpak ìs voor de heterogene groep creatievelingen. Hoe bedien je zowel advocaten als alternatieve kunstenaars en whizzkids? “Bien étonne. There are no magic bullets”, schrijft Florida zelf. Gelukkig is er al huiswerk gedaan door een groep creatieve denkers. Hun wijze raad – niet meer of minder – staat in het zogenaamde Memphis Manifesto uit 2003. Er zitten wel een aantal lessen in voor Nederland en zijn steden. Zeker in het huidige politieke en economische klimaat. Beloon creativiteit! Investeer in creativiteit!, van nachtleven tot openbare ruimte. Omarm diversiteit! Durf risico�s te nemen! Wees authentiek!

Enfin, zo gaat het nog even door. Het klinkt allemaal sympathiek. De beweging in Nederland gaat echter juist de andere kant op, en we zijn in verwarring. We moeten kennelijk korten op kunst, cultuur en stedelijke vernieuwing. We problematiseren liefst alle allochtonen en riskeren onze tolerantie. Tegelijkertijd vallen we in het zwaard van de softe aanpak van extremisme. Voor zover we investeren kiezen we voor oude economie en harde infrastructuur. En hoe internationaal georiënteerd zijn we nog?

Zelfs de Nota ruimte slaagt er niet in het gat tussen moderne, internationale economie en ruimtelijk beleid te dichten. Kortom: zijn we wel creatief genoeg? Boren we de ideeën van creatievelingen zelf, van burgers, ondernemers en ontwikkelaars wel aan? Straks zijn er veel ambtelijke nota�s voor een kwijnende in plaats van rijzende creatieve klasse. Overigens, een eenzijdige focus op wonen, werken en plezier voor de creatievelingen is ook risicovol. Er is minstens zoveel aandacht nodig voor mensen uit de dienstensector. Want als er voor deze groep in de stad geen plaats meer is, is het feest snel afgelopen. De opkomst van de creatieve klasse maakt het leven niet makkelijker, maar hopelijk wel prettiger.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels