nieuws

Sanering Gooise bodem vereist bijzondere aanpak

bouwbreed Premium

haarlem – De grondwatervervuiling in de Gooise bodem gaat tot 150 meter diepte, dat is gaat, is uniek te noemen voor Nederland. De provincie Noord-Holland heeft dan ook een bijzondere manier bedacht voor de uitvoering van het Masterplan Grondwatersanering Het Gooi. De komende 25 jaar worden circa twee a driehonderd vervuilde locaties gesaneerd.

Provincies en gemeenten hebben op verzoek van het ministerie van VROM alle ernstige bodemverontreiniging in kaart gebracht in het kader van het project Landsdekkend Beeld. Doel hiervan is de bodemverontreiniging in Nederland voor 2030 beheerst te hebben. Aan de hand van archieven is teruggezocht op welke plaatsen �risicobedrijven� hebben gestaan. Ook in het Gooi is in het verleden “behoorlijk wat troep gedumpt”, aldus ing. H. Kassens van de provincie Noord-Holland. De Gooise bodemsituatie is alleen anders dan in de rest van Nederland.

“De combinatie van vervuilende industrie in het verleden met een hoge zandbult is uniek”, zegt hij. “De verontreiniging kon zo heel ver de bodem in zakken. In lage delen van Nederland ligt onder de zandlaag een afsluitende kleilaag, die in het Gooi op veel plaatsen dieper dan 150 meter ligt. Door de ondergrondse stroming van het grondwater en de in de laatste ijstijd ontstane schuine gelaagdheid van de bodem zijn de verontreinigingen ook nog eens aan de wandel gegaan, kunnen ze op andere plekken boven komen en lopen ze in elkaar over waardoor soms een mengelmoes is ontstaan van verschillende verontreinigingen.

Ingewikkeld

Hoe dieper de vervuiling zit, hoe technisch ingewikkelder en duurder het wordt om te saneren. En dan kan je als grondeigenaar ook nog eens met de troep van je buurman te maken hebben”, schetst Kassens de situatie.

Na toch enigszins te zijn geschrokken van de omvang van de �pluimen� na het in kaart brengen van de vervuiling – op tientallen adressen in het Gooi heeft in het verleden ooit iets gezeten als een wasserijtje, een textielfabriek, een garage die alles door een olieputje heeft laten lopen – is de provincie Noord-Holland tot een oplossing gekomen waarmee de vervuiling goed, maar ook goedkoop kan worden aangepakt. Allereerst is onderscheid gemaakt tussen verontreinigingen tot 30 meter diep (gemeten vanaf de grondwaterstand) en vervuilingen die daaronder liggen. Daaronder wordt per situatie bekeken wat te doen. Als de bodem tot 30 meter diep is vervuild, is de kans groot dat de pluim dieper zit dan 30 meter.

“Normaal moeten meerdere peilbuizen worden geslagen om een goed beeld te krijgen van de omvang van een pluim. Eén zo�n peilbuis kost twintig- tot dertigduizend euro”, zegt Kassens. “Om het fysieke onderzoek beperkt te houden, maken we daarom gebruik van computermodellen. Dit bespaart veel geld.” Om het algemene beeld completer te krijgen laat de provincie binnenkort zelf ook nog eens tien peilbuizen plaatsen.

Alle verzamelde gegevens worden in het computermodel verwerkt dat schematisch weergeeft hoe de Gooise bodem eruit ziet en min of meer kan voorspellen waar een verontreiniging naartoe gaat en of de vervuiling in de toekomst een risico vormt voor mens en milieu.

Bronperceel

Omdat vervuilingen dieper dan 30 meter niet direct een gevaar voor de omgeving vormen, het saneren ingewikkeld is en erg kostbaar, heeft de provincie besloten deze niet altijd direct vanaf het bronperceel aan te pakken. Besloten kan worden om ze voorlopig te laten zitten en pas aan te pakken als er – omdat de vervuiling zich ondergronds verplaatst – makkelijker bij te komen is of een echte bedreiging gaat vormen voor mens en milieu. Het convenant dat binnenkort wordt getekend, bevat de prioriteit van de saneringen.

De particuliere eigenaar van de grond waarin de vervuiling is begonnen (het bronperceel) is aansprakelijk en daarmee ook verantwoordelijk voor de sanering. Maar omdat de vervuilingen zo diep liggen en zich ook nog verplaatsen, mogen verontreinigingen onder de 30 meter diep worden afgekocht. De te betalen afkoopsom stort de provincie in een voorziening die in de toekomst kan worden gebruikt voor saneringen van pluimen. Met de afkoop wordt de aansprakelijkheid voor de restverontreiniging overgedragen aan de provincie.

Gemeenschappelijk

In het convenant wordt de gemeenschappelijk aanpak van de verschillende overheden geregeld. Gemeenten zijn naast particulieren, allereerst verantwoordelijk voor het aanpakken van grondwatervervuiling. Maar wat te doen met een verontreiniging die in de ene gemeente is begonnen en door de stroming van het grondwater inmiddels in de bodem van een andere gemeente zit? Of een pluim die door onttrekking van drinkwater juist naar die plek wordt toegetrokken?

Naarden, Huizen, Bussum, Blaricum, Laren Wijdemeren en Hilversum zijn ondertekenaars van het convenant, evenals het hoogheemraadschap, de drinkwaterbedrijven en de provincie Noord-Holland. Per vijf jaar staan circa vijftig saneringen op het rooster. Deze saneringen lopen gelijk met de ISV-gelden die de gemeenten eens in de vijf jaar van het Rijk ontvangen. Gemeenten kunnen hun nieuwbouwplannen zo makkelijk afstemmen op de saneringen, die op hun beurt worden afgestemd op de woningbouwopgave van de desbetreffende gemeente, één van de urgentiecriteria van de te saneren vervuiling.

�De vervuiling zakt diep en wandelt verder�

Reageer op dit artikel